Nieuws

e-Court

Dure overheidsrechtspraak werkt ‘concurrentie’ in de hand

De snelle groei van de digitale arbiter e-Court heeft de overheidsrechtspraak stevig wakker geschud, zo bleek tijdens een debat afgelopen donderdag. Wanneer de overheidsrechter zo kostbaar en moeilijk toegankelijk blijft, is de opkomst van commerciële rechtspraak onvermijdelijk, met als risico mogelijk verlies van juridische waarborgen.

Door Bendert Zevenbergen

‘Het succes van e-Court houdt ons wel een spiegel voor over hoe we als overheidsrechtspraak hebben gefaald en nog steeds falen. Blijkbaar doet de rechtspraak iets waar geen behoefte aan is, waardoor wordt gezocht naar alternatieven. De vraag is wat de rechtspraak moet doen om dit te verbeteren.’ Ruth de Bock, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, steekt afgelopen donderdag de hand in eigen boezem tijdens een debat bij de Universiteit van Amsterdam (UvA). Onder de titel ‘De robotrechter van e-Court, een goede of slechte zaak?’, staat de opkomst van commerciële rechtspraak ten koste van overheidsrechtspraak centraal.

Vooral het succes van e-Court heeft dit spanningsveld vergroot. De arbitrage-instelling verwerkte de afgelopen jaren tienduizenden incassozaken voor vooral zorgverzekeraars. Wanneer verzekerden na een negatief oordeel van e-Court in gebreke bleven, kon op basis van het arbitrale vonnis bij de Rechtbank Almelo eenvoudig een exequatur om het vonnis ten uitvoer te kunnen leggen worden gevraagd.

Kritiek

De afgelopen maanden kwam e-Court negatief in het nieuws, onder meer vanwege het gebrek aan transparantie over de wijze waarop de vonnissen tot stand kwamen. Rechtbank Almelo besloot vorige maand op advies van het Landelijk Overleg Vakgroep Civiel en Kanton (LOVCK&T) geen vonnissen van e-Court meer in behandeling te nemen, maar eerst aan de Hoge Raad prejudiciële vragen te stellen over de wijze van toetsing van arbitragevonnissen.

Hoogleraar consumentenrecht Marco Loos stelt dat alternatieve geschillenbeslechting al lang bestaat en belangrijke voordelen heeft. ‘Partijen kunnen zonder al te veel formaliteiten een uitspraak krijgen en het is vaak veel sneller en goedkoper dan de reguliere overheidsrechter. Een nadeel is dat er meestal geen beroepsmogelijkheden zijn.’

Het is dit gebrek aan juridische waarborgen dat zorgen baart. De Bock: ‘Overheidsrechtspraak biedt institutionele waarborgen van onder meer onafhankelijkheid, openheid en wederhoor. Niet alle vormen van arbitrage zijn verwerpelijk, maar in het geval van e-Court was het op zijn minst opmerkelijk dat het bedrijf zelf stelde dat er niet altijd nog een persoon naar de uiteindelijke uitspraak kijkt.’

Drempels

De Bock wijst de tijdens het debat opgeworpen stelling dat concurrentie tot betere overheidsrechtspraak kan leiden, dan ook af. ‘We moeten rechtspraak niet als een markt zien, waarbij er bepaalde ruimte kan worden ingenomen door private geschillenbeslechting. Dat is een onderschatting van de overheidsrechtspraak die belangrijke waarborgen biedt. Maar wat we in Nederland zien, gebeurt al langer in de VS en het VK. Daar is bijna geen overheidsrechtspraak meer over. De vraag is welke normen er dan nog gelden. We moeten dus kijken hoe we de overheidsrechtspraak kunnen versterken, niet zozeer uit concurrentie of prijzen.’

Maar het zijn volgens hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp wel degelijk de hoge drempels van de overheidsrechtspraak die tot concurrentie hebben geleid. Volgens Verhulp ‘legt e-Court duidelijk bloot dat de overheidsrechtspraak zeer kostbaar is’. Hij wijst erop dat de griffiekosten van 482 euro voor geschillen tot 500 euro in geen verhouding met elkaar staan. Dat er vanwege deze kosten alternatieven ontstaan, is volgens Verhulp logisch, en zelfs wenselijk. ‘E-Bay doet zelf 300 miljoen geschillen per jaar af, en is daarmee in feite de grootste rechtbank ter wereld. Dat kan gaan over kleine zaken als telefoonhoesjes van acht euro, zaken waarvoor je niet naar de rechter wilt. En die interne rechtspraak verloopt misschien niet altijd feilloos, maar het wordt door de klanten zeer gewaardeerd.’

Dirk Vergunst, rechter in Arnhem, stelt dat ‘concurrentie enorme druk op de wetgever zou moeten zetten om de enorme griffierechten kosten naar beneden te brengen. Die zijn nu voor normale mensen veel te hoog. Niet alleen bij kleine vorderingen, maar ook bij handelszaken tot 25.000 euro, waarbij partijen zich verplicht moeten laten bijstaan. De kosten kunnen bij verlies zomaar oplopen tot 10.000 euro. Als je niet verzekerd bent, moet je zo’n zaak eigenlijk niet beginnen.’

Vergunst zegt dat rechters ‘tijdens een borreldisscussie’ wel eens hebben geopperd dat ze eigenlijk zouden moeten weigeren om nog langer hoge griffierechten in rekening te brengen. ‘Met de hoge griffierechten wordt de toegang tot de rechter belemmerd. Hoe verhouden die kosten zich eigenlijk tot het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens dat zegt dat iedereen vrije toegang tot de rechter moet hebben?’

Toekomst

Verhulp is weliswaar kritisch over het gebrek aan transparantie van e-Court, maar ziet verdere digitalisering als enige oplossing om de kosten van overheidsrechtspraak terug te brengen en de toegang te vergemakkelijken. ‘Ik kan niet wachten op een e-Court bij de overheidsrechtspraak. Een rechtbank waar in hoge mate digitaal kan worden geprocedeerd en waarbij beslissingen zoveel mogelijk digitaal worden genomen. Dat is goed denkbaar in eenvoudige zaken, mits deze transparant zijn en op basis daarvan kunnen worden aangevochten.’

Sinds de weigering van de Rechtbank Almelo om nog langer verzoekschriften voor een exequatur in behandeling te nemen, heeft e-Court zijn activiteiten stilgelegd. Er lijkt een patstelling, want nu e-Court geen nieuwe geen nieuwe verzoekschriften voor een exequatur meer doet, kan de rechtbank zich niet bij de Hoge Raad vervoegen. E-Court, niet aanwezig bij het debat, laat in een schriftelijke reactie weten dat het tevergeefs aan het LOVCK&T heeft gevraagd om betrokken te worden bij de prejudiciële vragen die de rechtbanken aan de Hoge Raad willen stellen. Daarom heeft hetv oorlopig geen nieuwe verzoek tot een exequatur ingediend.

De Arnhemse rechter Vergunst, tevens voorzitter van het LOVCK&T, verklaart desgevraagd dat e-Court wel degelijk bij het formuleren van de vragen zal worden betrokken, maar pas nadat er een verzoekschrift is ingediend. ‘In dat geval heeft de behandelende rechter de mogelijkheid om e-Court erbij te betrekken. Dat geldt daarna ook nog eens voor de behandeling bij de Hoge Raad, die maatschappelijke organisaties kan uitnodigen om hun visie te geven.’

E-Court zegt dat ‘het zich tot het uiterste zal blijven inspannen om zijn succesvolle initiatief voort te zetten’. De arbitrage-instelling herhaalt zijn eerdere kritiek dat de weigering van rechtbanken om nog langer exequaturs af te geven vooral door angst wordt ingegeven. ‘Het enorme succes van e-Court – mede behaald door goed werkende IT-oplossingen – heeft er toe geleid dat e-Court  in toenemende mate door de Raad voor de rechtspraak als bedreiging wordt gezien. Wij kunnen de publieke uitspraken van de Raad voor de rechtspraak en enkele rechters in combinatie met het plotselinge advies vanuit het LOVCK&T om prejudiciële vragen te stellen en e-Court daarmee stil te leggen, vooralsnog helaas niet anders plaatsen dan in de context van een harde concurrentiestrijd.’

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!