Opinie

Vernieuwing beroepsopleiding: terug naar de basis?

De huidige beroepsopleiding, pas vier jaar geleden van start gegaan, wordt opnieuw tegen het licht gehouden. De Nederlandse orde van advocaten is een grondig onderzoek gestart naar de beroepsopleiding van de toekomst. De eerste bevindingen zijn binnen.

Door / Francisca Mebius  – Beeld / Gerhard van Rhoon

De toenemende specialisatie in de balie, de grotere diversiteit wat betreft grote, middelgrote en kleine kantoren en de enorme ontwikkelingen op het gebied van IT. Dat zijn voor de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) de redenen om de beroepsopleiding opnieuw onder de loep te nemen. Momenteel neemt de NOvA baliebreed een groot aantal interviews af. In het voorjaar van 2017 staan groepssessies met advocaten en maatschappelijke organisaties op de planning. In de zomer van 2017 worden de contouren van de nieuwe opleiding zichtbaar.

‘Als dat aanleiding zou geven om wijzigingen aan te brengen, is er daarna nog wel een jaar nodig om de opleiding in te richten en om een aanbieder te vinden,’ zegt algemeen deken Bart van Tongeren. Het nieuwe contract met Uitvoeringsorganisatie CPO-Dialogue, dat in maart ingaat, is recent getekend. Gekozen is voor een contractduur van drie jaar met de mogelijkheid om het na twee jaar aan te passen, mochten de uitkomsten van het onderzoek van de NOvA ‘majeure wijzigingen’ behelzen.

Maatwerk

Van Tongeren benadrukt dat de gesprekken pas net zijn begonnen en dat er nog niets definitiefs gezegd kan worden over de beroepsopleiding van de toekomst. Wel wil hij een tipje van de sluier oplichten wat betreft de bevindingen tot nu toe. Uit de gesprekken die al zijn gevoerd, blijkt ten eerste dat er behoefte is aan meer flexibiliteit van de opleiding. ‘Men wil maatwerk,’ aldus Van Tongeren. ‘Flexibiliteit in tijd en in combinatie van vakken. Wat men vraagt, is een brede opleiding die toch recht doet aan specialisatie. Ethiek en het aanleren van vaardigheden vindt men van groot belang, maar de vraag speelt of dit binnen de beroepsopleiding gegeven moet worden of dat hier een grotere rol voor de patroon of het kantoor weggelegd is.’

Een andere bevinding van de NOvA is dat binnen de balie wordt gezegd dat het instapniveau van de stagiaires wisselend is en dat de toegang tot de beroepsopleiding best wat selectiever mag zijn. Van Tongeren: ‘Doordat het instapniveau wisselend is, wordt ook het niveau van de groepen wisselend. Dit kan weer invloed hebben op de kwaliteit.’ Verder wordt het belang van de patroon benadrukt. Dat zou in de toekomst misschien kunnen leiden tot hogere eisen aan diens rol. Ook speelt de vraag of de beroepsopleiding niet meer een verbindende factor moet zijn als het gaat om de diversiteit van de balie en komt het belang van IT naar voren.

In een belronde van het Advocaten­blad wordt de aandacht voor technologische ontwikkelingen herhaaldelijk genoemd. Volgens advocaat Niek van de Pasch van Van der Putt Advocaten is een brede oriëntatie op de rol van de advocaat in de samenleving van nu en straks nodig. Met de toegenomen aandacht voor ethiek en vaardigheden is de beroepsopleiding volgens hem de goede weg ingeslagen. ‘Maar de technologische ontwikkeling blijft daarbij helaas helemaal buiten beeld. Het is hoog tijd dat we de geesten in de advocatuur rijp maken voor de veranderingen die bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie en big data onvermijdelijk teweegbrengen.’

Herhaling

De opleiding is te veel een herhaling van de universiteit, wordt daarnaast geregeld gezegd. ‘Met het ophalen van weggezakte kennis is niets mis, maar dat kan thuis ook,’ vindt Diana Mensinga, advocaat bij e-Legal incasso advocaten en sinds maart 2015 bezig met de beroepsopleiding. ‘Ik had deze tijd liever besteed gezien aan júíst het toepassen van vakinhoudelijke kennis op concrete situaties.’ Jaargenoot Rick Janse, advocaat-stagiaire bij Ploum Lodder Princen, ziet dit ook als belangrijkste kritiekpunt. ‘Inhoudelijk is de opleiding goed vergelijkbaar met de bachelor Rechtsgeleerdheid. Bij een beroepsopleiding zou je verwachten dat er veel aandacht is voor de praktijk. Dat is helaas niet altijd voldoende het geval. Het gebrek aan aansluiting bij de praktijk is een veelgehoord punt van kritiek onder de advocaat-stagiaires en is daarom ook meermaals besproken bij klankbordbijeenkomsten over de opleiding.’

De Brauw Blackstone Westbroek en de Law Firm School vinden dat de oplossing hiervan ligt in het overhevelen van het vaardighedenonderwijs van de beroepsopleiding naar de kantoren zelf. ‘We moeten terug naar de basis,’ stelt Brechje van der Velden, voorzitter van het bestuur van de Law Firm School en partner bij Allen & Overy. ‘Als advocaat combineer je specialistische kennis met juridisch instinct, daadkracht en ervaring. Dat leer je vooral in de praktijk. Een echtscheidingsadvocaat moet andere vaardigheden ontwikkelen dan een M&A-advocaat en de manier waarop je opereert, hangt bovendien ook samen met de identiteit van een kantoor. Ik zou in de opleiding wel aandacht willen blijven houden voor beroepsethiek: het is belangrijk om daarover met advocaten uit verschillende hoeken van de balie gedachten te vormen.’

Risico

Van der Velden vindt dat ervoor moet worden gewaakt dat de opleiding niet te kostbaar en tijdrovend wordt. ‘Het risico bestaat dat straks alleen (middel)grote kantoren het nog kunnen opbrengen om stagiaires aan te nemen, terwijl het belangrijk is dat baliebreed advocaten worden opgeleid, met name ook in de sociale advocatuur.’

Eelco Meerdink, partner en bestuurslid bij De Brauw, ziet ook graag meer aansluiting bij de dagelijkse praktijk. Hij ziet graag dat het vaardighedenonderwijs voor De Brauw in het Engels plaatsvindt. ‘Of het nu gaat om onze internationale arbitragepraktijk, cross-border litigation, regulatory enforcement of M&A: de zaken zijn grotendeels in het Engels en ook bij onze cliënten is de voertaal vaak Engels. Het vaardighedenonderwijs van de orde is inhoudelijk onvoldoende aangesloten bij deze praktijken. Neem bijvoorbeeld de skills die horen bij een gewoon getuigenverhoor: die zouden moeten worden aangevuld met de skills die bij een cross-examination horen. Zo zijn er nog vele voorbeelden te noemen. Natuurlijk zijn sommige basisvaardigheden voor iedereen nuttig, maar die gaan pas echt goed geleerd worden als ze kunnen worden toegepast in de bestaande praktijk.’

Tevreden

Advocaat-stagiaire Rick Janse is geen voorstander van het overhevelen van het vaardighedenonderwijs naar de kantoren. Hij vreest dat kantoren zich te snel richten op specifieke vaardigheden die voor hen van belang zijn. ‘Ik ben eigenlijk heel tevreden over het vaardighedenonderwijs nu, ook al kan er ook op dit vlak meer aansluiting met de praktijk worden gezocht.’ Volgens Janse kunnen een paar kleine wijzigingen de opleiding al een stuk beter maken. Zo stelt hij voor om basiscolleges als niet-verplicht op te nemen in de digitale leeromgeving. ‘Studenten die hun basisniveau willen opkrikken, kunnen dit dan thuis doen. Hiermee ondervang je ook voor een deel het probleem van wisselende instapniveaus van stagiaires.’

Ook Juuk Hulshof, advocaat bij Van Goud Advocaten en sinds maart klaar met de opleiding, is tevreden over het vaardighedenonderwijs en vindt dat in elk geval een deel van het vaardighedenonderwijs bij de opleiding moet blijven. Volgens hem is vooral de reflectie op jezelf en de andere deelnemers van grote toegevoegde waarde. ‘Welke vaardigheden gaan je goed af en welke minder? Hoe gaat dit bij anderen? Zelfs als de vaardigheden je al aardig goed afgaan, maakt het je meer bewust van die vaardigheden en de toepassing daarvan. Vaardighedenonderwijs is “soft” en de vruchten die je daarvan plukt, zijn wellicht minder aanwijsbaar dan bij een cognitief vak. Toch meen ik dat juist op lange termijn, als het vaardighedenonderwijs is ingesleten, de positieve gevolgen daarvan merkbaar zijn.’

Mix

De Uitvoeringsorganisatie CPO-Dialogue, die de komende jaren zorg draagt voor de uitvoering van de beroepsopleiding, juicht het toe dat er naar het curriculum van de beroepsopleiding wordt gekeken. ‘De wereld van de advocatuur verandert razendsnel, dat heeft gevolgen voor de opleidingsbehoefte,’ zeggen Marianne van den Bosch en Monique van de Griendt, directie Beroepsopleiding Advocaten. ‘Door in te spelen op toekomstige ontwikkelingen blijft de opleiding relevant en wordt de aansluiting bij de praktijk beter. De opleiding bestaat uit een mix van online leren en contactonderwijs met ruimte voor individuele leerbehoeften. Dit maakt dat aanpassingen gemakkelijk doorgevoerd kunnen worden. We hebben een groot en kundig netwerk van advocaten en andere professionals opgebouwd die weten wat de praktijk vraagt en wat een moderne advocaat moet kunnen.’

Volgens Van Tongeren worden alle bevindingen verzameld om uiteindelijk tot een kwalitatief goede toekomstbestendige beroepsopleiding te komen. ‘Alle smaken zijn nog mogelijk. Er is in deze fase nog sprake van een blanco vel op de tekentafel dat we langzaam gaan invullen. Daarna gaan we kijken wat de bevindingen zijn en leggen we dit naast de huidige opleiding.’

Maar hoe ziet Van Tongeren de beroepsopleiding van de toekomst zelf het liefst? ‘Persoonlijk hoop ik dat er een flexibele opleiding komt, waarin maatwerk wordt geleverd voor de stagiaire in opleiding. Met in het oog houdend de diversiteit in de balie, maar ook de cohesie van de balie. Er moet wat mij betreft ergens in de opleiding een gemeenschappelijke factor zijn. Dan denk ik met name aan ethiek. Gedragsregels zal men altijd moeten leren en dat kan goed in gezamenlijkheid.’

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!