De kop van de slang is afgehakt, zoals de Volkskrant schreef. Maar advocaten gespecialiseerd in het internationale strafrecht zijn het erover eens dat het doden van Bin Laden juridisch nauwelijks valt te rechtvaardigen. ‘Als ik advocaat van het Witte Huis was, zou ik me ook beroepen op het recht op zelfverdediging van staten.’

Osama bin Laden is dood, leve het recht? Het feestje dat vooral in de westerse wereld werd gevierd, wordt een beetje verstoord door advocaten die de moord – juridisch gezien – toch niet zo netjes vinden. Zij houden wel een slag om de arm, omdat veel feiten nog niet bekend zijn.
    Zoals Anne Scheltema Beduin, werkzaam bij Böhler Advocaten en afgestudeerd in het strafrecht, internationaal publiekrecht en militair recht. ‘Of het doodschieten van Bin Laden rechtmatig was, is moeilijk te beoordelen op grond van de thans beschikbare informatie. Was er sprake van een oorlogssituatie? Was er sprake van zelfverdediging? Of was er sprake van het neerschieten van een ongewapende man met zijn handen in de lucht, zonder enige andere dreiging vanuit de compound waar hij werd aangetroffen? Ik kan me niet voorstellen dat dit laatste het geval was. Ondanks de verwoede pogingen van de Verenigde Staten om de operatie op die grond te rechtvaardigen, meen ik niet dat sprake was van een oorlogssituatie. Het is bij het aanhouden van personen die verdacht worden van ernstige internationale misdrijven niet ondenkbaar dat er geweld moet worden gebruikt. Doorslaggevend is daarom de vraag of het in het kader van zijn arrestatie noodzakelijk was – bijvoorbeeld vanwege zelfverdediging – dat Bin Laden door het hoofd werd geschoten. Een vraag die zonder kennis van alle relevante feiten onmogelijk te beantwoorden is.’
    Toch doen enkelen een poging. Uitgangspunt, zo zegt advocaat en hoogleraar Mischa Wladimiroff, is dat het doden van een ander ontoelaatbaar – zo niet verboden – is, maar onder omstandigheden gerechtvaardigd kan zijn. En hoewel de omstandigheden van de dood van Bin Laden ‘niet eenduidig’ zijn, is volgens Wladimiroff voldoende duidelijk ‘dat er geen sprake van was dat aan het leven Bin Laden een einde is gekomen in het kader van een rechtmatig strafrechtelijk optreden van de Amerikanen.’ Wladimiroff: ‘Voor zover bekend liep er geen strafrechtelijk onderzoek tegen Bin Laden dat zijn aanhouding rechtvaardigde. Bovendien was het Amerikaanse optreden op het grondgebied van Pakistan naar alle waarschijnlijkheid onrechtmatig, omdat niet blijkt van een uitdrukkelijke instemming van Pakistan. Ofschoon de Amerikanen zichzelf “in oorlog” beschouwen met Al Qaida, was er volkenrechtelijk gezien geen sprake van een gewapend conflict dat het doden van een tegenstander zou kunnen rechtvaardigen. Bovendien is onduidelijk of Bin Laden gewapend was en of hij daadwerkelijk wapens tegen de Amerikanen heeft gebruikt. Het optreden van de Amerikanen wordt dus ook niet gerechtvaardigd door een noodtoestand.’ Wladimiroffs conclusie is dan ook duidelijk: er is niets bekend dat het doden van Bin Laden juridisch kan rechtvaardigen. ‘Het doden van Bin Laden maakt weer eens duidelijk dat in bijzondere omstandigheden de politiek het recht opzij zet.’

Long shot
Op dezelfde lijn zit Jarinde Temminck Tuinstra, advocaat bij het Amsterdamse kantoor Van der Woude De Graaf Advocaten. In 2009 promoveerde zij op een proefschrift over de positie van de verdediging in het internationale strafrecht. ‘De VS, en ook zeer gerespecteerde Amerikaanse juristen, beroepen zich erop dat er sprake is van een gewapend conflict. Op grond van art. 51 Handvest van de Verenigde Naties mogen staten zichzelf verdedigen. Als ik advocaat van het Witte Huis was, zou ook ik dat artikel inroepen, al kun je er het nodige op afdingen. Een beroep op dit artikel voor het doden van Bin Laden is echt een long shot.’ De vraag is bovendien, aldus Temminck Tuinstra, of het recht om je als staat te verdedigen ook tegenover één persoon geldt. ‘Daarover zijn al arresten gewezen en die zeggen van niet – hoewel er ook weer dissenting opinions zijn geschreven.’
    De vraag is ook of er echt sprake is van een armed conflict; en zo ja, of dit aan te merken is als intern of internationaal en of Bin Laden een strijder was of lid van een gewapende groep. En nog een element dat Temminck Tuinstra niet lekker zit: Pakistan heeft naar alle waarschijnlijkheid niet toegestemd met de Amerikaanse actie. ‘Dat houdt dus een inbreuk in op de Pakistaanse soevereiniteit. Zelfs een arrestatie zou in dat licht illegaal zijn geweest: Amerikanen mogen dat helemaal niet op het grondgebied van Pakistan. Pakistan had Bin Laden zelf moeten arresteren en hem dan moeten uitleveren aan de VS, mits er een uitleveringsverdrag aan ten grondslag ligt. Voor zover geen sprake was van zelfverdediging, moet je het recht wel heel erg buigen wil je het doden van Bin Laden voor rechtmatig houden en niet voor extrajudicial killing.’

War on terror
Ook advocaat Geert-Jan Knoops, tevens hoogleraar internationaal strafrecht in Utrecht, moet diep zoeken naar een rechtvaardiging van de moord – en vindt die uiteindelijk niet. ‘Of het doden van Bin Laden rechtmatig was, hangt af van de kwalificatie van de zogeheten war on terror. Indien het werkelijk zou gaan om een “oorlogssituatie” waarop het oorlogsrecht van toepassing is, zou het doden van Bin Laden rechtmatig kunnen zijn. Immers, in een oorlog mogen vijandelijke strijders legitiem worden gedood, tenzij de vijandelijke strijder zich wil overgeven. Het oorlogsrecht gaat er verder van uit dat personen hors de combat bescherming verdienen. Soldaten en andere vijandelijke strijders die zich willen overgeven, moeten daartoe de kans krijgen en mogen dus ook binnen het oorlogsrecht niet worden gedood.’ Schending hiervan, aldus Knoops, levert een mogelijk oorlogsmisdrijf op en is ook strafbaar gesteld in het Statuut van het Internationaal Strafhof. ‘Dit betekent dat indien zou blijken dat Bin Laden, die overigens ongewapend was, zich zou hebben willen overgeven, hij daartoe – ook in een “oorlogssituatie” – de kans moeten zijn geboden door de Navy SEALs.’
    Maar er is ook een andere mogelijkheid: als de war on terror niet als een niet-oorlogssituatie wordt gekwalificeerd. Volgens Knoops is hierop het law enforcement model van toepassing. ‘Dan dienen mensen die worden verdacht van terrorisme – en Bin Laden is nog niet door een rechter veroordeeld voor terrorisme – te worden aangehouden, uitgeleverd en berecht. Binnen dit model was het dus ook niet mogelijk om Bin Laden zomaar te doden.’ Daarop geldt weer één uitzondering: als de Navy SEALs uit zelfverdediging hebben gehandeld, wanneer Bin Laden naar een wapen zou hebben gegrepen of een andere dreigende beweging zou hebben gemaakt. Dit laatste stellen de Amerikanen als reden dat hij zou zijn gedood.

Geen juiste titel

Met een juiste titel was het volgens Wladimiroff mogelijk geweest Bin Laden op te pakken, maar dan had er aan nogal wat voorwaarden voldaan moeten worden. ‘Indien met uitdrukkelijke instemming en in gecoördineerd optreden met Pakistan Bin Laden tijdens een actie ter aanhouding was gedood als gevolg van verzet van de zijde van Bin Laden, én het optreden van de Amerikanen – met name het door hen uitgeoefende geweld – proportioneel zou zijn geweest, zou het optreden rechtmatig kunnen zijn geweest, indien er een strafrechtelijke basis voor de aanhouding zou hebben bestaan.’
    Temminck Tuinstra vindt dat Bin Laden beter had kunnen worden aangehouden, uitgeleverd en berecht – met de kans dat hij dan alsnog de doodstraf had gekregen in Pakistan, Afghanistan of in Amerika. Maar ook een aanhouding zou toch inbreuk maken op de Pakistaanse soevereiniteit? Temminck Tuinstra roept de doctrine male captus bene detentus erbij. ‘Die stelt dat, zelfs bij een onrechtmatige aanhouding, Bin Laden alsnog keurig berecht had kunnen worden. Het is dan niet zonder meer: de partij die Bin Laden wil berechten is niet-ontvankelijk.’

Tribunaal
Na een al dan niet rechtmatige aanhouding zou zich een nieuw probleem hebben aangediend: wie zou Bin Laden kunnen berechten? Is dat een gewone rechtbank, een militaire rechtbank, een apart tribunaal, de VS of een andere mogendheid, het Internationaal Strafhof? Temminck Tuinstra: ‘Het Internationaal Strafhof heeft alleen jurisdictie over bepaalde misdrijven en terrorisme valt daar niet onder. Ze berechten wel verdachten van genocide, oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid en alleen het laatste zou je Bin Laden volgens sommigen in de schoenen kunnen schuiven. Aan de andere kant: 9/11 was weer vóór de inwerkingtreding van het Statuut van het Internationaal Strafhof, en dit Strafhof behandelt alleen misdrijven die zijn gepleegd sinds die inwerkingtreding in 2002.’
    ‘De oorlogstribunalen en het Inter-nationaal Strafhof figureren in deze situatie niet prominent,’ zegt ook Knoops, die net zijn boek Blufpoker heeft gepubliceerd, waarin kwesties over de rechtmatigheid van het aanhouden van terroristen worden besproken. ‘Zowel de Verenigde Staten als Pakistan heeft het Statuut van het Strafhof niet geratificeerd omdat zij hun eigen militairen niet aan strafvervolging door een dergelijk tribunaal willen blootstellen. Hieruit spreekt al de notie dat deze landen weinig fiducie hebben in de onafhankelijkheid van de rechtsgang bij dit soort internationale tribunalen.’
    De vraag is of dat zo erg is. ‘De ambitie om dit soort mensen te berechten en hiermee te voorkomen dat anderen terroristische acties ondernemen, hebben de tribunalen nooit kunnen waarmaken, en dat zal in de toekomst niet anders zijn,’ reageert Temminck Tuinstra. ‘Er gaat geen afschrikwekkende werking van de tribunalen uit. In die zin zijn tribunalen ook wel een beetje machteloos, ze hebben ook geen politiemacht en veel prominente landen hebben zich niet bij het Statuut van het Internationale Strafhof aangesloten. Ze genieten dus weinig gezag. Het recht doet er niet meer zo toe, zo volgt wel uit de reacties op de dood van Bin Laden. Zelfs de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, zei: Justice has been done. Hij zei het op persoonlijke titel – maar toch.’
    Voor Wladimiroff staat vast dat het Permanente Strafhof noch enig ander (ad hoc of hybride) internationaal tribunaal bevoegd was Bin Laden eventueel te doen aanhouden en berechten. ‘Indien er een strafrechtelijke basis voor de actie zou zijn geweest, zou een federaal Amerikaans gerecht bevoegd zijn geweest. Het ontbreken van internationale rechtsmacht maakt duidelijk dat er nog steeds lacunes zijn die een rechtmatige aanpak van internationaal opererende terroristen onmogelijk maakt dan wel bemoeilijkt. Oplossing van dit probleem is vooral een politieke kwestie: men zal het – om te beginnen – eens moeten worden over de strafrechtelijke definitie van terrorisme.’

Veiligheidswinst
Het doden van Bin Laden mag dan wel uiterst kwestieus worden genoemd, de scherpe verhoormethodes op Guantánamo Bay hebben maar mooi geleid naar de verblijfplaats van de Al Qaida-voorman. Of valt op die Amerikaanse claim ook het nodige af te dingen? Wel voor Jarinde Temminck Tuinstra, die helemaal niet denkt dat de verhoormethodes hebben gewerkt. ‘Onder grote druk gaan mensen van alles bekennen, wat helemaal niet de waarheid hoeft te zijn. Dat martelen niet “werkt”, is wetenschappelijk aangetoond. Een vraag van principiële aard is: wil je een rechtstaat zijn of wil je er op los kunnen martelen? Bovendien: weegt het martelen op tegen de “veiligheidswinst” die is geboekt met Bin Ladens dood?’
    Ook Geert-Jan Knoops nuanceert de claim dat op Guantánamo Bay de basis is gelegd voor de ontdekking van Bin Ladens verblijfplaats. ‘De resultaten van een methode kunnen nooit worden gebruikt om de methode zelf, die internationaalrechtelijk is verboden, te valideren. Overigens staat nog geheel niet vast of het waterboarden van een Guantánamo Bay-gevangene in 2004-2005 conditio sine qua non is geweest voor de ontdekking van de schuilplaats van Bin Laden of zijn koerier. CIA-director Panetta zei alleen dat deze methode “deels” daartoe zou hebben bijgedragen.’

Oog om oog?
De vrees van sommigen dat de ‘standrechtelijke executie’ van Bin Laden wraakacties zou uitlokken, leek 13 mei bewaarheid te worden. Die dag ontploften twee bommen in het noorden van Pakistan, waarbij ten minste 82 mensen omkwamen. De Taliban, die de verantwoordelijkheid opeiste, zei dat dit de eerste aanslag  in een lange reeks zou worden, want ‘de moordenaars van Osama moeten boeten.’
Pakistaanse politieautoriteiten leken zich van dat dreigement weinig aan te trekken; ze betwijfelden zelfs of de Taliban überhaupt achter de aanslagen zat. Vanuit Amerika waren als eerste reactie dezelfde geluiden te horen. De wereld was gevaarlijk en dat is met Bin Laden’s dood niet anders geworden, aldus terrorisme expert Robert Strang. ‘Zijn dood is irrelevant voor onze inspanningen,’zei president Obama. ‘We moeten waakzaam blijven, want dat de strijd doorgaat, staat buiten kijf.’

Osama bin Laden opgeruimd, wie volgt?
Was de actie tegen Osama bin Laden uitzonderlijk, of moeten alle politici die niet door de VS zijn gewenst, vrezen voor hun leven?
Anne Scheltema Beduin: ‘De Verenigde Staten hebben de macht en middelen om op deze wijze op te treden. De opmerking van Obama: “Hij heeft gekregen wat hij verdiende,” rechtvaardigt de gedachte dat ook andere vijanden van de Verenigde Staten reden hebben zich zorgen te maken over hun veiligheid. Overigens denk ik dat de lat hoger ligt dan het enkel “niet gewenst” zijn.’
Mischa Wladimiroff: ‘Het doden van Bin Laden is gelukkig uitzonderlijk, ofschoon herhaling in de toekomst niet valt uit te sluiten. Naast geruchten dat de VS in het verleden overwogen hebben buitenlandse staatshoofden te doden (zoals bijvoorbeeld Fidel Castro), leert de geschiedenis dat de VS in voorkomende gevallen met schending van de soevereiniteit van andere staten hun eigen belangen nastreven. Denk maar aan de ontvoering van een Mexicaanse drugsverdachte uit Mexico, de aanhouding van Manuel Noriega in Panama en de inval in Irak. Zolang er geen internationaal of supranationaal gerecht bevoegd is, zullen de Amerikanen eigen rechter blijven spelen. Het is door het vetorecht uitgesloten dat zij ooit door de Veiligheidsraad zullen worden teruggefloten. Kortom, sinds de wereld na de instorting van de Sovjet-Unie uni-polair is, oefenen de Amerikanen “het recht“ van de sterkste uit.’
Jarinde Temminck Tuinstra: ‘Het zonder proces uitschakelen van vermeende terroristen, bijvoorbeeld met drones (onbemande vliegtuigjes), gebeurt voortdurend, alleen nu betrof het een heel grote vis. Ik blijf erbij: het is beter te kiezen voor een proces dan iemand af te knallen, ook al is het eerste geen gemakkelijke optie en is politiek gezien de beslissing van Obama zich neer te leggen bij de dood van Bin Laden te begrijpen.’
Geert-Jan Knoops: ‘De ernst van de verdenking of het getal aan onschuldige burgers dat iemand mogelijk op zijn geweten heeft, kan geen maatstaf zijn voor het breken met bestaande internationaalrechtelijke doctrines en principes. Want waarom dan wel Saddam Hoessein voor een speciaal Irakees tribunaal berechten en niet iemand als Bin Laden? Als het verschil de mate van “wreedheid” zou moeten zijn, glijdt het internationaal strafrecht af naar willekeur en manipulaties door de internationale politiek.’

‘Team van juristen stond paraat’
Voor het geval Osama bin Laden de actie zou overleven, had president Obama een team van advocaten paraat staan, zo berichtte de New York Times in de week na de dood van de terroristenleider. Deze advocaten bevonden zich, samen met ondervragers en vertalers, tijdens de actie aan boord van het vliegdekmoederschip Carl Vinson dat op dat moment in internationale wateren voer. Als Bin Laden gevangen zou zijn genomen, zou hij – ter voorkoming van eventuele jurisdictieproblemen – aan boord worden gebracht.

Michel Knapen

Advertentie