Door / Sabine Droogleever Fortuyn

Ze duiken af en toe op in de media, maar het gaat al lang niet meer om incidenten. Advocaten hebben steeds vaker te maken met dreiging en verbaal en fysiek geweld, blijkt uit onderzoek van het Advocatenblad. Maar erover praten? ‘Een advocaat is geen watje.’

KLING! Door de ruit van het kantoor van strafrechtadvocaat Peter Plasman vliegt een steen. De stenengooier, een ex-cliënt, heeft even daarvoor Plasmans personeel uitgescholden en bedreigd en wil niet accepteren dat zijn advocaat daarom de relatie heeft beëindigd. ‘Na aanhouding gaf hij mij op als voorkeursadvocaat. Dan moest ik wel weer zijn advocaat worden, en had hij alsnog zijn doel bereikt, was zijn redenering,’ vertelt Plasman. ‘Ik zat tegelijkertijd op hetzelfde bureau aangifte te doen.’

Dit geweldsincident van een halfjaar geleden is één van de vele incidenten waarmee Plasman in zijn carrière als strafrechtadvocaat te maken heeft gehad. Toen hij Mohammed B. in 2004 bijstond, kreeg hij veel dreigbrieven en -mails, waaronder een envelop met poep. Erger vond hij de brief met de bedreiging van zijn zoons. ‘Er stond heel gedetailleerde informatie over ze in. Waar ze naar school gaan, van hoe laat tot hoe laat, wanneer ze zijn geboren. Omdat de politie er heel erg op aandrong, heb ik toen twee weken persoonsbeveiliging gekregen. Vreselijk is dat. Je verliest je zelfstandigheid.’

Plasman is niet de enige advocaat die te maken heeft met geweld. Afgelopen zomer kreeg een advocaat uit Goes nog een uzimagazijn met kogels op kantoor bezorgd. En de Rotterdamse Aad Plaisier werd dit najaar ernstig mishandeld door een ex-cliënt. Met een kaak die op twee plekken gebroken was, twee tanden uit zijn mond en een gebroken neus, kwam hij in het ziekenhuis te liggen. Plaisier vertelt dat hij inmiddels heeft besloten zijn praktijk neer te leggen. ‘Ik ben 63 jaar, en ik wilde al langzaam gaan afbouwen. Maar dit incident heeft dat proces wel in de vijfde versnelling geplaatst.’ Volgens Plaisier komt geweld tegen advocaten veel vaker voor maar rust er een taboe op. Niemand praat erover.

Vuist

Toegenomen agressie
Het Advocatenblad zette daarom een enquête uit: wie heeft ermee te maken? Om wat voor soort agressie gaat het? En hoe beïnvloedt het de dagelijkse praktijk? 681 advocaten vulden de vragenlijst in. De resul­taten liegen er niet om. Geweld tegen advocaten komt structureel voor, zo blijkt uit het onderzoek. 74 procent van de respondenten heeft te maken gehad met geweld. Verbaal geweld komt het meest voor (84.7 procent), maar bijna 23 procent kreeg (ook) te maken met fysiek geweld (bespuugd, geduwd maar ook geslagen). Belangrijkste reden voor de bruutheid: frustratie bij de wederpartij of cliënt (zegt 74.4 procent). Van de advocaten die aangaven te maken te hebben gehad met geweld, zijn de meeste werkzaam op het gebied van personen- en familierecht (32.1 procent). Straf(proces)recht (18.3 procent) komt op een tweede plaats, gevolgd door arbeidsrecht (8.7 procent).

Uit onderzoek van het Financieele Dagblad en actualiteitenprogramma NOVA in 2004 blijkt dat een derde van de advocaten weleens mondeling of schriftelijk was bedreigd in zijn rol als advocaat. Fysieke aanvallen kwamen sporadisch voor. Hoewel beide onderzoeken niet één op één met elkaar te vergelijken zijn, lijkt het aantal advocaten dat met geweld in aanraking is gekomen, duidelijk toegenomen.

Ook sociaal psycholoog en bijzonder hoogleraar Veiligheid en Burgerschap Hans Boutellier heeft die indruk. ‘Net zoals geweld tegen professionals in het algemeen meer voorkomt. Een beschavingsbuffer lijkt te zijn weggesleten, het zogeheten korte lontje.’ Volgens Boutellier, onder meer auteur van De veiligheidsutopie, is de vanzelfsprekendheid dat je elkaar op een fatsoenlijke manier behandelt, verdwenen. Daardoor is de overgang naar verbaal of fysiek geweld kleiner geworden. ‘De samenleving is verruwd, versterkt door het toenemende gebruik van sociale media.’ Advocaten spreken in onze enquête niet voor niets over de ‘verhuftering’ van de samenleving. ‘Het vormt geen uitzondering op de algemene vergroving in de omgang, deels ten gevolge van anoniem internetverkeer, deels ten gevolge van de massasamenleving,’ schrijft een ­advocaat.

Dat het geweld tegen strafrechtadvocaten lijkt te zijn toegenomen, komt volgens Boutellier doordat de houding van strafrechtadvocaten is veranderd. Waar zij vroeger veel meer bezig waren om bij te dragen aan de waarheidsvinding zijn ze nu steeds meer een verlengstuk van hun cliënt geworden, zegt hij. ‘De officier van justitie stelt zich steeds meer op als crimefighter, de advocaat wil steeds meer het onderste uit de kan halen voor zijn cliënt. In de strijd rond rechtvaardigheid is het strafrecht meer een strijdperk geworden. Daarmee wekt de advocatuur wellicht impliciete verwachtingen. Teleurstelling en frustratie bij de cliënt liggen op de loer.’

De financiële druk op de markt van rechtsbijstandsverleners kan verhoudingen tussen advocaat en cliënt volgens Boutellier bovendien extra op scherp zetten. ‘Het kan ten koste gaan van de intensiteit van de relatie met cliënten. Over het algemeen zie je dat als mensen minder aandacht krijgen de frustratie toeneemt.’
En Boutellier noemt de toenemende mondigheid. ‘Dat zie je ook bij artsen. Patiënten eisen een bepaalde behandeling, ze eisen resultaat. Ook in de advocatuur zou je kunnen zien dat cliënten zoiets hebben van: zorg maar dat je voor mij een gunstige uitslag krijgt.’

Citaat Plaisier

Luchtig
Opvallend is dat veel advocaten gewelddadige situaties in hun werk luchtig lijken op te vatten. ‘Nee, ik heb er geen last van,’ zegt strafrechtadvocaat Robert Malewicz. ‘Het gebeurt wel. Soms vallen er stevige woorden. Sommige cliënten praten alleen maar in bedreigingen. Maar ik ervaar het niet als tegen mij gericht. Ik zie het als boosheid op de situatie.’ Malewicz haalt vervolgens een bedreigende situatie aan. ‘Ik heb een cliënt bijgestaan, die was zo agressief dat hij de rechter was aangevallen. Ik zat naast hem, en zat klaar met mijn vuist. Als hij uit zou halen, zou ik meteen terugslaan.’

Personen- en familierechtadvocaat Petra Slingenberg reageert ook relativerend op de vraag naar bedreigende situaties in haar werk. ‘Cliënten staan hier niet met pistolen op kantoor.’ Maar, vervolgt Slingenberg, in het personen- en familierecht kunnen emoties hoog oplopen. ‘Met verbaal geweld heb ik wel te maken. Bijvoorbeeld als je hebt geprobeerd in een zaak om er in onderling overleg met de advocaat van de weder­partij uit te komen, maar partijen toch naar de rechter moeten. Dan kunnen cliënten heel nare uitlatingen doen. Maar dat heeft alles te maken met de situatie waarin de persoon die ze doet op dat moment zit.’

De afzwakkende manier waarop advocaten over geweld binnen hun beroep praten, is in lijn met het percentage advocaten dat in de enquête aangeeft geen aangifte te hebben gedaan van geweld: ruim 80. Hoe komt het toch dat advocaten het geweld waarmee ze in aanraking zijn gekomen zo niet als een reëel probleem lijken te zien? Malewicz: ‘Misschien dat mijn tolerantiegrens hoog ligt, waardoor ik makkelijk relativeer. Ik denk dat ik dat van nature al heb, dat heb je misschien ook wel nodig om dit werk te kunnen doen. Ik heb nog nooit op het punt gestaan om aangifte te doen. Als een situatie uit de hand loopt, leg ik de verdediging neer. Dat komt één of twee keer per jaar voor.’ Ook Peter Plasman, die wel aangifte deed van verschillende gerichte bedreigingen, zegt geen last te hebben van het geweld. Op de vraag wat een bedreiging hem doet antwoordt hij: ‘Niets’. Hij staat hierin niet alleen, 44 procent van de ondervraagde advocaten zegt geen gevolgen te ondervinden van het geweld. Plasman: ‘Ik vind het wel heel naar voor alle andere betrokkenen, de tele­fonistes, secretaresses. Zelf trek ik me er niets van aan. De meeste advocaten zijn zoals ik. Het hoort ­erbij. Je werkt in een bepaald segment van de samenleving, dan moet je wel tegen een stootje kunnen, tot een bepaalde grens.’

Citaat Robert Malewicz

Machocultuur
Het beroepsgeheim van advocaten is een andere reden waarom advocaten zeggen niet snel aangifte te doen. Daar komt bij dat een advocaat dominus litis, ‘meester van het proces’ is. Een advocaat stelt zich onafhankelijk van zijn cliënt op en draagt volledige verantwoording voor de behandeling van de zaak. ‘Door deze verantwoordelijke rol zullen advocaten niet gemakkelijk met verhalen over geweld uitgeoefend door cliënten naar buiten gaan,’ zegt Aad Plaisier. Ook lijkt het niet bij de beroepsethiek te horen om vuile was buiten te hangen. ‘Ik denk dat het niet in de “advocatuurcultuur” past om hierover te praten,’ antwoordt een advocaat in de anonieme enquête. ‘Ik ben wel blij dat ik als vrijberoepsbeoefenaar mensen kan weigeren of afscheid kan nemen omdat het contact niet goed loopt. Dat gebeurt wel af en toe. Maar ik heb ook geen aangifte gedaan omdat ik ergens de frustratie van mensen wel begrijp,’ antwoordt een andere advocaat.
Sociaal psycholoog Hans Boutellier denkt dat schaamte ook een rol speelt. ‘Advocaten hebben een individualistisch beroep. Uiteindelijk wil je dit soort incidenten liever niet bespreken, vanuit de gedachte dat het iets persoonlijks is. Daarom zeggen advocaten dat ze er geen last van hebben.’

Arbeidspsycholoog Jaap van den Broek wijst in dit verband op de machocultuur binnen de advocatuur. ‘Je vraagt een rugbyer ook niet of hij last heeft van zijn spieren. Hij is geen watje, hij gaat gewoon door. Advocaten zien het geweld als part of the job.’ Volgens Van den Broek is de ontkenning van de ernst van bedreigingen een afweermechanisme. ‘Advocaten ontkennen wat er gebeurt. Feitelijke gebeurtenissen koppelen ze los van hun gevoelens.’

‘En dat zorgt voor spanning en stress,’ zegt Claudia Mies die agressietrainingen verzorgt voor advocaten. Ze is ervan overtuigd dat advocaten eigenlijk gebukt gaan onder geweld tijdens werk. ‘Op een gegeven moment kan zo’n ontkennende houding je opbreken.’ Daarbij draagt het volgens Mies bij aan een cultuur waarin andere advocaten het ook niet meer durven te bespreken als ze last hebben van bedreigingen of andere vormen van geweld.

Bij andere beroepsgroepen zoals de politie, ambulancepersoneel en conducteurs is geweld ook part of the job. Maar bij deze groepen wordt er nu wel over gepraat. Dat maakt dat er veel meer aandacht is voor preven­tieve maatregelen. Deze cultuur­omslag komt volgens Boutellier door de maatschappelijke verontwaardiging die hierover ontstond. Geweld tegen advocaten is minder zichtbaar, wat de kans op een soortgelijke ­verontwaardiging klein maakt.

Citaat Petra Slingenberg_gum

Cultuuromslag
Zou een soortgelijke cultuuromslag de advocatuur toch goeddoen? ‘Dit probleem vraagt om een structurele aanpak. Ook al zijn het incidenten, het zijn wel structurele incidenten,’ zegt Boutellier. ‘Het begin van de oplossing is dat er een gezamenlijk bewustzijn groeit dat er daadwerkelijk een probleem is.’ Volgens Boutellier moet de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) beleid en maatregelen ontwikkelen tegen geweld. De orde zou nader moeten onderzoeken wat er precies aan de hand is. En net zoals bij de politie moeten advocaten tijdens hun beroepsopleiding trainingen krijgen waarmee ze situaties leren de-escaleren. ‘Juist omdat individuele advocaten hiermee te maken hebben, moet de orde de aanpak van geweld coördineren en laten zien dat het om een overkoepelend probleem gaat.’

Beleid voor geweld tegen advocaten maakt de NOvA nog niet. De beroepsvereniging laat wel weten dat geweld tegen advocaten niet toelaatbaar is. ‘De NOvA heeft aandacht voor het omgaan met geweld. Zo is de helpdesk dagelijks bereikbaar in geval van dreiging. In geval van serieuze dreiging wordt door de NOvA contact gezocht met hoofdofficieren van justitie of politie,’ zegt een woordvoerder van de NOvA.

De Gelderse deken Vincent van Waterschoot gelooft in het bespreekbaar maken van het onderwerp. Tijdens een recente bijeenkomst voor Bopz-advocaten begon hij daar vast mee. Er zaten rond de honderd advocaten in de zaal. Toen hij vroeg wie er last hadden van geweld, staken rond de acht advocaten hun hand op en vertelden er iets over. ‘Het kan best zijn dat lang niet alle aanwezige advocaten erover durfden te praten.’ Maar advocaten moeten volgens hem weten dat ze een incident bij de deken kunnen melden. Dat er oog voor is, en dat er ook iets met de klachten gebeurt. ‘Tijdens de bijeenkomst vertelde ik dat ik met de hoofd­officier heb afgesproken dat ik hem bij incidenten direct kan bellen en dat ik daarvoor, naast zijn vaste nummer, zijn 06-nummer heb gekregen. Waarop verschillende advocaten in de zaal vroegen: “Mag ik dan ook uw 06-nummer?”’

Arbeidspsycholoog Jaap van den Broek denkt dat advocaten gedurende hun beroepsopleiding al psychologisch geschoold kunnen worden in de omgang met agressie binnen hun beroep. ‘Als je een omgeving creëert waar hier aandacht voor is, en advocaten niet hun kiezen op elkaar hoeven te houden, leren advocaten hun gevoel niet weg te stoppen, maar er op een geïntegreerde manier mee om te gaan.’

Ook Claudia Mies is groot voor­stander van zo’n cultuuromslag. ‘Zwijgen, doen alsof gerichte agressie normaal is, is een verkeerd signaal dat we afgeven, ook naar cliënten toe.’


Zo voorkom je geweld

Hoewel niet uit te bannen, kun je agressie wel hanteerbaar maken. Luisteren helpt. Maar een kantoor beter beveiligen ook.

Wanneer moeten advocaten een cliënt laten uittieren en wanneer moeten ze ingrijpen? Bij een training omgaan met boosheid en agressie leren advocaten verschillende vormen van agressie herkennen. Claudia Mies (Mies & Partners) is door de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) geaccrediteerd voor het geven van agressietrainingen: ‘Vooral advocaten die moeite hebben met het stellen van grenzen, kunnen hier veel aan hebben. Ze weten niet goed wat ze moeten doen, zonder dat de situatie escaleert.’ Ook advocaten die sterk vanuit de inhoud reageren, kunnen er hun voordeel mee doen. ‘Soms voelt de cliënt zich niet begrepen als het meer over de interpretatie van een wet dan over de onderliggende emoties gaat, waardoor een cliënt nog bozer wordt.’ Met een trainer en een acteur oefenen advocaten in kleine groepjes of één op één gedurende een dag eigen praktijksituaties.

Holistic Law Practice werkt volgens Petra Slingenberg honderd procent de-escalerend. De personen- en familierechtadvocaat en mediator ontwierp een eenjarige opleiding, waarbij professionals veel aandacht besteden aan het ontwikkelen van soft skills. De holistic lawyer, overgewaaid uit de Verenigde Staten, richt zich niet alleen op het juridische probleem, maar heeft oog voor de hele situatie waarin een cliënt zit en werkt nauw samen met artsen, leraren, psychologen en mediators. Tijdens de opleiding leren advocaten goed naar cliënten te luisteren. Daarmee neem je volgens Slingenberg veel agressie weg bij cliënten.

‘Je moet cliënten ook geen valse hoop geven,’ zegt strafrechtadvocaat Peter Plasman. ‘Dan worden ze agressief. Altijd eerlijk en realistisch zijn,’ vindt hij en ‘geen torenhoge beloningen vragen. Het bijeffect is de gedachte dat er wel iets te ritselen valt.’

Mies wijst erop dat advocaten­kantoren ook veiligheidsbeleid kunnen maken. Te denken valt aan protocollen met: wat pikken we en wat niet? Wanneer waarschuw je iemand? Kun je wegkomen uit een ruimte als iemand fysiek agressief wordt? Mies: ‘Als je hier van tevoren over hebt nagedacht en afspraken over hebt gemaakt met elkaar, geeft dat rust.’

Een anonieme advocaat geeft in de Advocatenblad-enquête een tip: bij 112 kunnen advocaten ook een permanente code laten zetten op hun kantooradres. Als mensen van het betreffende kantoor dan bellen met de politie, staat die in korte tijd op de stoep. ‘Hier kwamen wij achter na een klacht en contact met de afdeling bewaken en beveiligen van de politie. Die klacht betrof het feit dat er na anderhalf uur nog geen politie voor de deur stond.’ Een andere advocaat adviseert een goede beveiliging van het kantoorpand zoals een sluistoegang of dubbele beglazing.

Buitenfoto-Bien-2

Sabine Droogleever Fortuyn

Redacteur

Profiel-pagina
Advertentie