De familie Moszkowicz stond model voor de tv-serie De Maatschap. Ons land telt meer ‘dynastieën’. Zit het dan toch in de genen? Telgen uit drie families over de liefde voor het vak en hun bloedverwanten.

Door / Nathalie de Graaf

jp-jans-roethof4Jamil Roethof (26), advocaat bij Roethof Advocaten in Arnhem, is de jongste telg uit een grote advocatenfamilie. Niet alleen zijn vader en opa zijn advocaat, ook zijn oom en tante. ‘Er heerst een ontspannen sfeer op ons familiekantoor.’

‘Toen ik afgelopen augustus beëdigd werd als advocaat zaten mijn vader, Ronald Roethof, mijn tante, Machteld Roethof en mijn opa, Max Roethof, in de zaal. Het was de president van de rechtbank niet ontgaan. “Dit is een bijzondere gebeurtenis,” zei hij. “Uw familie telt nu dríé generaties advocaten. Dat komt niet vaak voor.”

Het was mijn eigen keuze om rechten te gaan studeren. Ik heb een brede interesse, ben altijd geïnteresseerd geweest in maatschappelijke vraagstukken. Deze studie lag voor de hand, paste gevoelsmatig ook bij mij. Het zullen mijn genen geweest zijn.

Ik heb mijn familie tijdens mijn studie nooit om hulp gevraagd. Ja, mijn vader heeft mijn scriptie gelezen, maar dat was puur om te checken op spelfouten. Ik wilde het echt zelf doen. Tijdens mijn studie ben ik wel een paar keer met mijn vader en tante mee geweest naar een zitting. Ik zag hoe zij vol overtuiging hun cliënt verdedigden, in duidelijke en begrijpelijke taal. Op zo’n manier dat de rechter geboeid bleef. Dat wilde ik ook. Ik sta zelf dan ook altijd vol passie te pleiten. Vind het belangrijk om vol voor mijn cliënt te gaan. Dat is ook het leukst aan dit werk: dat ik echt iets voor een ander kan betekenen. Dat ik voor iemand door het vuur kan gaan.

Op ons familiekantoor heerst een ontspannen sfeer. We hebben er twee: op het kantoor in Amsterdam werkt mijn oom Gerald Roethof – en enkele familieleden in ondersteunende functies – en in Arnhem zit ik met mijn vader en tante. Mijn opa van 76 is veel in Suriname, maar verricht als hij in Nederland is graag hand-en-spandiensten. Hij kan de advocatuur maar moeilijk loslaten, haha. Het is heel prettig om met mijn familie te werken. We kennen elkaar door en door en er is compassie als er eens iets niet lukt of als iemand een dag niet naar kantoor kan komen. We helpen elkaar. Ook is het makkelijk om agendatechnische problemen op te lossen. Dankzij de goede familiebanden is er altijd wel iemand die kan en wil bijspringen.

De familie Roethof houdt niet van hiërarchie. Op ons familiekantoor is iedereen gelijk. We werken allemaal keihard, maar er is ook ruimte voor gezelligheid. We zorgen altijd voor een goed gevulde koelkast en tijdens de lunch eten we regelmatig Surinaams of Aziatisch. Dit jaar vieren veel familieleden kerst en oud en nieuw in Suriname, maar we gaan wel vlak voor de feestdagen met het hele kantoor in een goed restaurant eten. Ook tuigen we traditiegetrouw een kerstboom op.

Toch houden we werk en privé gescheiden. Op kantoor komt vooral werk ter sprake, maar als we elkaar privé zien dan praten we bij over persoonlijke dingen. Niet bewust hoor, maar dat voelen we blijkbaar zo. Uitzondering is als één van ons een interview geeft op televisie of in de krant. Dan krijg ik vaak wel even een telefoontje, ook al ben ik thuis. “Was de kern van mijn verhaal duidelijk?” vragen we dan aan elkaar. Ik prijs me gelukkig met zo’n fijne familie met wie ik ook nauw samenwerk.’

Machteld Roethof (37):

‘Achteraf denk ik: het zat er in. Wij hebben allemaal dat advocaten-DNA in ons bloed. Niet dat ik me dat als jong meisje realiseerde toen ik rechten ging studeren, maar met de kennis die ik nu heb zie ik: we hebben als familie één gemene deler. Het niet opgeven, het altijd willen doorgaan, het niet zomaar “nee” of “onmogelijk” accepteren. Het doorknokken om maximaal resultaat te bereiken, hebben we meegekregen van mijn vader. Hij heeft zich vanuit een enorme achterstandspositie opgewerkt. Eerst tot politieagent in Suriname en daarna – op latere leeftijd – tot advocaat in Nederland. Hij deed in de jaren zeventig grootschalige strafzaken toen hij met mijn moeder en zes kinderen besloot terug te gaan naar Suriname. Jarenlang hebben we daar gewoond. Toen hij in Nederland terugkwam, heeft hij alles weer van voren af aan op moeten bouwen. Keihard heeft hij gewerkt. Mijn vader is mijn inspiratie. En het mooie is: hij kan de advocatuur nog altijd niet loslaten, ook al is hij inmiddels 76.’

door-jiri-buller_fam-clerqc16Paul Manning (60), als advocaat verbonden aan Benthem Gratama Advocaten en deken van de orde van advocaten in Overijssel, heeft twee dochters en een schoonzoon die in de advocatuur werkzaam zijn. ‘Dat mijn kinderen rechten wilden gaan studeren, kwam als een aangename verrassing.’

‘Luister eens,” zei mijn schoonzoon tegen me. Hij had net een relatie met mijn oudste dochter Nicole en we zaten aan tafel tijdens een familie-etentje. “Ik zou eigenlijk best eens tegen jou willen procederen.” Ik moest lachen. “Waarom?” vroeg ik hem. “Volgens mij ben jij net zo lastig als ik!” Het was een grap, maar tegelijkertijd ook de enige keer dat ons werk aan tafel ter sprake kwam. We hebben het niet zo vaak over de advocatuur. Werk is werk en privé is privé.

Het verbaasde me dan ook dat beide dochters rechten wilden gaan studeren. Ik was thuis de man die op zondag het vlees sneed, was er weinig toen de kinderen opgroeiden. Het recht was dan ook niet iets wat ze van jongs af aan meekregen. Ja, als ik eens een groot faillissement deed dat veel aandacht trok van de pers, dan vertelde ik er thuis iets over. Zeker als ze erover lazen in de krant. Maar het insolventie- en ondernemingsrecht – waarin ik gespecialiseerd ben – sprak nu niet zo tot de verbeelding dat het een enorm onderwerp van gesprek was.

Toen mijn oudste na de middelbare school voor een studie rechten koos, heb ik wél gezegd dat het een heel brede studie is. En dat dat een goede keuze was, omdat ze er alle kanten mee uit kon. Toen ik zelf rechten studeerde, wist ik ook nog niet wat ik precies wilde. Mijn eerste optie was geenszins de advocatuur. Op de middelbare school vond ik spreekbeurten vreselijk en dan ligt het beroep van advocaat niet in de lijn der verwachting. Toen ik na mijn studie kon kiezen tussen een groot belastingadvieskantoor en een advocatenkantoor met daarbij een huis en een auto was de keuze als pasgetrouwde man echter snel gemaakt.

Sindsdien ben ik gegrepen door het vak. “Mocht je nou niet weten welke kant je op wilt dan is een paar jaar ervaring in de advocatuur wel een pre.” Ook dat heb ik tegen beide dochters gezegd. “Het staat goed op je cv.” Dat advies hebben ze ter harte genomen en ze zitten allebei op hun plek. Mijn jongste dochter Michèle is ook voorzitter van Stichting Jonge Balie Nederland geweest. Alhoewel ik ze nooit gepusht heb om de advocatuur in te gaan, ben ik daar stiekem hartstikke trots op. Ik vind het ook leuk dat we ons in dezelfde wereld begeven. Onze kantoren liggen ver uit elkaar, ik zit zelf in Zwolle, Nicole in Den Haag en Michèle in Utrecht, maar op borrels en partijen kom je elkaar toch tegen. Of ik hoor van collegae dat ze één van mijn dochters hebben gesproken. Vaak gaat dat gepaard met een aantal complimenten. En ja, dat laat een vader natuurlijk niet onberoerd.

Maar ons werk is geen gespreksonderwerp in ons gezin. Mijn dochters vragen mij zelden om raad en al helemaal niet aan de kerstdis. Wel worden ontwikkelingen in de advocatuur soms besproken, zoals bijvoorbeeld de recente bezuinigingen. Dat komt met name door mijn functie als deken. Maar daar blijft het bij. Liever geniet ik van mijn kleindochter. Maak niet dezelfde fouten als ik, is iets wat ik weleens denk maar niet zeg. Het is beter als ze het zelf uitvogelen. Ook wat betreft de balans tussen werk en gezin. Mijn dochters en schoonzoon werken ook vaak ‘s avonds en in het weekend. Weet je, dat is inherent aan de advocatuur.

Ik vind het bijzonder dat we allemaal hetzelfde beroep uitoefenen. Blijkbaar heb ik toch meer invloed gehad dan ik had gedacht.’

Nicole Manning (32):

‘Wij gaan regelmatig met de hele familie op vakantie. Dan kijkt niemand vreemd op als iemand zijn mail checkt of even moet bellen voor het werk. Dat is een groot voordeel van één advocatenfamilie zijn: het onderlinge begrip. Toen mijn zusje communie moest doen, kreeg mijn vader opeens een grote faillissementszaak waardoor hij die zondag aan het werk moest. Niet iedereen begrijpt dat. Met mijn man, die ook advocaat is, heb ik het vaak over ons vak. “Wat ik nú toch voor een zitting heb gehad,” zeg ik dan bijvoorbeeld als ik thuiskom. Ook kennen we veel dezelfde mensen. Dat ik minder vaak met mijn vader over de advocatuur praat, komt puur omdat ik hem minder vaak zie. En omdat ik mijn moeder en middelste zusje niet wil buitensluiten. Toen ik rechten ging studeren, wilde ik bij de VN gaan werken, iets internationaals doen. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan: na mijn stage op een advocatenkantoor had ik mijn roeping gevonden. Mijn genen? Wie zal het zeggen?’

annemiek-mommers_fam_houtakkers_6Andries Houtakkers (61), verbonden aan Boels Zanders Advocaten in Maastricht, praat regelmatig met zijn vader – oud‑advocaat Gérard Houtakkers, over de ontwikkelingen in de advocatuur. Zijn dochter Emma is ook advocaat. ‘Te veel op elkaars lip zitten, vinden we niet verstandig.’

Mijn vader is inmiddels negentig, maar heeft nog steeds een grote interesse in de advocatuur. “Genoeg werk? Interessante zaken?” vraagt hij regelmatig. Ondanks zijn belangstelling zou hij zelf in deze tijd geen advocaat meer willen zijn. Social media? Adverteren? Hij stamt nog uit de tijd van de fax en de bescheidenheid. In zijn tijd telde het voormalige arrondissement Maastricht aanzienlijk minder advocaten dan nu waardoor er een stevigere onderlinge band was. Het was hechter. Ook dat is anno 2016 veranderd.

Het schijnt bijzonder te zijn dat onze familie uit drie generaties advocaten bestaat. Zelf ervaar ik dat niet zo, voor mij is het normaal. Alhoewel ik thuis niet veel over mijn werk sprak, riep mijn dochter op haar zestiende dat ze ook advocaat wilde worden. Ik heb het niet aangemoedigd, maar vond het wel leuk. Toch was haar keuze voor de advocatuur geen vanzelfsprekendheid. Mijn andere drie kinderen hebben voor een totaal andere richting gekozen. Eén is er tandarts, twee werken er in de communicatie. Emma trad in mijn voetsporen en koos net zoals ik voor het arbeidsrecht.

Wel hebben we er bewust voor gekozen om niet bij elkaar op kantoor te werken. Te veel op elkaars lip zitten, lijkt ons niet verstandig. Om die reden heb ik zelf vroeger getwijfeld of ik bij mijn vader op kantoor wilde werken. Er kwam een plekje vrij, maar samen in dezelfde maatschap? Zou dat wel werken? Mijn passie lag na mijn studie meer in het bestuurlijke en ik had eerst een korte tijd als ambtenaar gewerkt. Maar ik wist al snel: dit is het niet. Ik vond het werk eentonig en saai. Ik besloot de advocatuur in te gaan en solliciteerde bij verschillende kantoren. En toen diende die plek bij mijn vader zich aan. Ik doe het, dacht ik. Om enkele dagen later te denken: nee, toch niet. Uiteindelijk hebben mijn vrouw en ik de knoop doorgehakt. In die jaren was mijn vader ook wethouder. We zaten hierdoor niet te veel in elkaars vaarwater. Hij was ook niet mijn patroon.

Mijn dochter en ik zijn allebei gespecialiseerd in het arbeidsrecht. Ik ben specialisatieleider. In die hoedanigheid werken we dus wel samen. We sparren weleens thuis aan de eettafel, maar niet vaak. Het bestuurlijke heb ik overigens niet losgelaten. Ik ben onder meer deken geweest en nu zit ik in de gemeenteraad.

Met kerst komen alle vier de kinderen met aanhang bij ons eten. Mijn vader en moeder bezoeken we op eerste kerstdag. Het werk pakken we pas op 1 januari weer op. De advocatuur is boeiend, maar tussen kerst en oud en nieuw werken we op halve kracht.’

Emma Houtakkers (30):

‘“Wat lijk je op je vader! Jij bent vast een geboren advocaat.” Dat is wat ik vroeger vaak hoorde uit mijn omgeving. Ik denk dat ik het advocaten-DNA zeker in mijn bloed heb. Ik houd van kinds af aan al van onderhandelen, ging vroeger vaak met mijn ouders in discussie. Het voor wat, hoort wat-principe was mij niet vreemd. Toen was het met name gericht op het krijgen van kleding, nu pas ik dat toe in mijn werk als advocaat. Alhoewel mijn vader en ik verschillen in aanpak – hij faxt bij wijze van spreken nog, ik doe alles digitaal – zijn we allebei harde werkers en heel oplossingsgericht. We blijven niet te lang hangen in details. Dus ja, dat ik in de voetsporen van mijn vader ben getreden, kan ook eigenlijk niet anders.’