De voorzittershamer van het landelijk dekenberaad ging dit voorjaar over in andere handen. Zij vertrok, hij trad aan. In gesprek met de oude en de nieuwe voorzitter.

Door Sabine Droogleever Fortuyn

Ze zijn vol respect naar elkaar: de oude en de nieuwe voorzitter. Met zijn schat aan ervaring is Pieter van Regteren Altena de geknipte man voor de functie, vindt Emilie van Empel. Hij zegt op zijn beurt geïnspireerd te zijn door haar tomeloze inzet.

‘Dat ze er volledig voor gaat, is heel evident. Daarnaast is Emilie onwaarschijnlijk attent in de communicatie met anderen. En ze is in enorme mate zorgvuldig,’ zegt Van Regteren Altena (63) in de bibliotheek van het landelijke bureau van de Nederlandse orde van advocaten in Den Haag.

De Amsterdamse deken Van Regteren Altena is sinds 1 april voorzitter van het landelijk dekenberaad. Het klopt dat hij kan bogen op ruime ervaring. Van Regteren Altena werkt al enige decennia bij Van Doorne en diens rechtsvoorgangers en maakt ook al jarenlang deel uit van de raad van de Amsterdamse orde. Hij was, evenals Van Empel, nauw betrokken bij de invoering van het systeemtoezicht, in 2015.

De Amsterdamse deken volgt Emilie van Empel (69) op, bijna zeven jaar deken van Breda-Middelburg, de laatste anderhalf jaar voorzitter van het dekenberaad. Komende zomer zwaait ze af als deken. Tijdens de vergadering van het college van afgevaardigden in april sprongen advocaten voor haar op de bres, ze wilden haar als deken behouden. Maar de wet houdt dat tegen. Van Empel: ‘Een deken is een wettelijk toezichthouder op basis van drie formele wetten. Je kunt niet gaan morrelen aan de wettelijke termijn, dat is helder.’

Verscherpt toezicht
Uiterlijk december 2019 zal het ministerie van Veiligheid en Justitie deze nieuwe vorm van toezicht evalueren. De dekens bereiden zich hier al op voor. Van Regteren Altena: ‘We hebben onszelf een aantal doelen gesteld die een voldoende gekwalificeerd toezicht en een voldoende gekwalificeerde advocatuur moeten opleveren. Hiermee zijn we al heel ver, in het laatste jaar moet je al klaar zijn en je met de losse eindjes bezighouden.’ De lokale dekens brengen sinds 2015 jaarlijks een bezoek aan 10 procent van de kantoren in hun arrondissement. Van Regteren Altena: ‘Dan ga je langs met een vragenlijst die overal in het land gelijk is. Als er iets beter kan of moet, is er ook een follow-up die in de gaten gehouden wordt.’ Van de kantoorbezoeken ontvangen de bezochte kantoren een verslag waarin in voorkomende gevallen ook de adviezen, afspraken en aanwijzingen staan. Daarbij wordt er volgens de Amsterdamse deken strenger gekeken naar het financiële wel en wee van kantoren. Ook vindt het toezicht ‘risicogestuurd’ plaats. Hierbij worden mogelijke problemen en de gevolgen vooraf benoemd.

In dat kader hebben de dekens nauw contact met hun ketenpartners, zoals de Raad voor Rechtsbijstand, de rechterlijke macht, het Openbaar Ministerie, de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de Belastingdienst. Als de ketenpartners vinden dat een advocaat onder de norm presteert, krijgt zijn of haar deken hiervan een signaal. Van Regteren Altena: ‘Elke klacht en elk signaal wordt onderzocht. Als daar aanleiding voor is, wordt de klacht of het signaal voorgelegd aan de tuchtrechter.’ Op dit moment wordt eveneens gewerkt aan een uniforme automatiseringsslag op de elf verschillende ordebureaus in het land. Door de bureauorganisatie per bureau op dezelfde manier te automatiseren, kunnen de verschillende bureaus straks veel makkelijker informatie en expertise uitwisselen. Het systeem moet eind van het jaar operationeel zijn. De verdere harmonisering van het toezicht binnen de verschillende arrondissementen is een ander aandachtspunt van de dekens. Van Regteren Altena: ‘We stemmen ons beleid op elkaar af. Dat is ook een vast agendapunt tijdens het dekenberaad. Dan bespreken we ook nieuwe situaties met elkaar en hoe we daarmee omgaan.’

Door de jaren heen is het toezicht op de advocatuur aangescherpt. Toch blijkt uit cijfers van de raden van discipline en het hof van discipline niet dat het aantal schrappingen van advocaten door de tuchtcolleges duidelijk is toegenomen. De actievere rol van de dekens helpt volgens Van Regteren Altena incidenten te voorkomen. ‘Juist doordat we er meer bovenop zitten, elkaar informeren en ervaringen uitwisselen, weten we eerder wanneer er bepaalde problemen spelen.’ Volgens de Amsterdamse deken zijn er advocaten die jaren worstelen. ‘We helpen ze om een verbeterslag te maken. We adviseren ze bijvoorbeeld om op minder rechtsgebieden te werken. Een algemene praktijk is lastig als je in je eentje werkt. Je moet je beperkingen kennen, anders is de kans op fouten te groot. Als het uiteindelijk echt niet gaat, adviseren we advocaten dringend om zich te laten uitschrijven. In de praktijk wordt dat soort adviezen bijna altijd opgevolgd. We bieden ze vervolgens een helpende hand bij het sluiten van hun kantoor.’

Het rapport van Arthur Docters van Leeuwen
Het bestaande is geen alternatief, confronteerde dekens in 2010 met de tekortkomingen van het toezicht op de advocatuur. Van Empel: ‘We hebben ons gerealiseerd dat een van de problemen die wij als toezichthouders hadden, was dat we niet konden laten zien hoe het toezicht werd uitgeoefend. Daar is aan gewerkt. Vervolgens moest het toezicht ook wat betreft de registratie helemaal worden geharmoniseerd binnen alle ordebureaus, dat is geen sinecure geweest.’ Advocatuur en politiek waren ervan doordrongen dat er een professionaliteitsslag gemaakt moest worden binnen het toezicht op de advocatuur. Over de manier waarop waren ze jarenlang in discussie. Staatstoezicht werd op het nippertje voorkomen. In plaats daarvan werd in 2015 het college van toezicht (CvT) in het leven geroepen. Dat houdt toezicht op de lokale dekens in de vorm van systeemtoezicht. De plaatselijke dekens op hun beurt zijn direct verantwoordelijk voor het toezicht op advocaten.’

Geldboetes
De plaatselijke dekens zijn sinds 2015 toezichthouders in de zin van artikel 5:11 van de Awb. Dat betekent dat ze zelf mogen optreden tegen advocaten die over de schreef gaan. De dekens kunnen boetes en lasten onder dwangsom opleggen. Bij overtreding van de Advocatenwet kunnen de boetes oplopen tot 8.100 euro. De boetes voor het overtreden van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) kunnen zelfs tussen de 10.000 en 1 miljoen euro bedragen.

In de praktijk maken dekens zelden tot nooit gebruik van deze bevoegdheden. In 2016 legden dekens in totaal slechts drie lasten onder dwangsom op, boetes deelden ze nog helemaal niet uit. In plaats daarvan bewandelden ze meestal de tuchtrechtelijke route. ‘Het tuchtrecht functioneert heel goed,’ verklaart Van Regteren Altena. Niet alleen omdat we er ervaring mee hebben, we kennen de te bewandelen route en het is vertrouwd. Maar het is ook ongelofelijk snel. Zo’n last onder dwangsom klinkt leuk, maar dat zeg je eerst aan, dan mag iemand zijn zienswijze geven. Vervolgens moet je een beslissing nemen en dan staan er bezwaar- en beroepsmogelijkheden open. Voor je het weet, ben je ruim een halfjaar verder.’ Van Regteren Altena verwacht dat een overtreding van de Wwft in de toekomst vaker leidt tot geldboetes.

Ook het niet halen van PO-punten leent zich volgens hem goed voor geldboetes. 
Op de vraag of het lastig is om ‘de eigen mensen’ zo hard aan te pakken met geldboetes, antwoordt Van Regteren Altena resoluut. ‘Je moet de mensen op wie je toezicht houdt niet meer zien als je eigen mensen. Dan wordt het te bevoogdend. Je moet gewoon, als iets niet goed gaat, optreden.’ Van Empel vult aan: ‘Anders wordt het ouwe-jongens-krentenbrood. En dat is precies wat een toezichthouder niet kan zijn.’ De meeste advocaten die worden aangepakt, snappen dat volgens Van Regteren Altena ook wel. Van Empel: ‘Er zijn enkele moeizamen die de kont tegen de krib gooien en met procedures tegen je ingaan. Dat hoort erbij. Het zijn ook instrumenten die advocaten door de wet worden geboden.’

Zelfregulering
De organisatie van het regionale toezicht op de advocatuur, waarbij een plaatselijke deken wordt gekozen vanuit de eigen achterban, ziet Van Empel wel als een uitzonderlijk systeem. ‘Er is helemaal nergens een equivalent. Het is een interessante vraag hoe lang dat in ons rechtssysteem op deze manier zal standhouden.’ Veel andere sectoren kennen externe toezichthouders, benoemd door de overheid. Van Regteren Altena: ‘Je kunt er rechtsstatelijk van alles van vinden, maar het is een enorme mate van onderwaardering als mensen zeggen: advocaten moeten geen toezicht op zichzelf houden. Iedere advocaat die toezichthouder wordt, heeft een enorme ervaring als advocaat en een jarenlange ervaring als lid van de raad van de orde. Hij weet precies wat wel en niet mag en hoe het zit. Dus als advocaat ben je de best opgeleide toezichthouder die je je kunt voorstellen.’ Van Empel: ‘Met die benoemde toezichthouder bedoel ik niet dat het wat mij betreft aanvaardbaar is dat het niet een advocaat zou zijn. Want de advocatuur is een beroepsgroep die niet zo makkelijk te doorgronden is voor anderen. Daar ligt een belangrijke taak voor ons.’

Toekomstbestendig
Als dekens zien Van Empel en Van Regteren Altena veel kanten van de advocatuur en komen ze probleemgevallen tegen. Wat maakt volgen hen een advocaat toekomstbestendig? Van Regteren Altena: ‘Een heel belangrijke eigenschap is dat je goed kunt relativeren. Variërend van je eigen belangrijkheid tot de ingewikkeldheid van de problemen van je cliënt.’ De Amsterdamse deken wijst er bovendien op dat een goede advocaat niet per definitie een hele goede jurist is. ‘Het helpt, maar het is ook weleens lastig. Als advocaat moet je ook logisch kunnen nadenken en vaak op zoek gaan naar een praktische oplossing, in plaats van een oplossing die helemaal in overeenstemming is met de Hoge Raad in 1996.’ Daarbij is mensenkennis volgens Van Regteren Altena onmisbaar. ‘
Know your client.

Je moet weten wie je cliënt is, wat je cliënt wil en wat de langere termijnvisie is van je cliënt.’ Ook kan een toekomstbestendige advocaat volgens de dekens niet om digitale kennis heen. Van Empel: ‘De automatisering, robotisering, je moet er kennis van nemen: het kan veel voor jou en je cliënten gaan betekenen. Je moet meegaan met de ontwikkelingen van je tijd en je vak.’ Van Regteren Altena: ‘Veel advocaten hebben exact dezelfde zoekmachines en in elke conclusie zie je weer dezelfde jurisprudentie. Maar doordat je zelf nadenkt, bladert, iets tegenkomt en andere zoektermen hanteert, onderscheid je je juist.’

Over het dekenberaad
Het dekenberaad, waarin de dekens van de elf arrondissementen zijn vertegenwoordigd, komt maandelijks bijeen. De toezichthouders overleggen over de manier waarop zij hun toezichttaken en bevoegdheden uitoefenen en klachten behandelen. Dekens bezoeken jaarlijks 10 procent van de advocatenkantoren in hun arrondissement. Het afgelopen jaar liep er in het arrondissement ZeelandWestBrabant een pilot waarbij de kengetallen van ongeveer 350 kantoren over de boekjaren 2014 en 2015 zijn opgevraagd. De pilot wordt dit jaar voortgezet en uitgerold in Noord-Holland en Noord-Nederland. Naast de toezichtfunctie en klachtbehandeling worden in het jaarplan dekenberaad voor 2017 een aantal concrete speerpunten genoemd. Zo houden de dekens toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Naar verwachting treden later dit jaar tevens de verplichte kwaliteitstoetsen in werking. Dekens zullen daar aandacht voor hebben tijdens hun kantoorbezoeken. Ook gaan ze extra toezicht houden op het stijgend aantal stagiaire-ondernemers. Bovendien staan privacy en gegevensbeveiliging van cliënten hoog op de toezichtagenda. Het complete jaarplan van het dekenberaad is hier te vinden.

Dit artikel verscheen in het meinummer van het Advocatenblad. De hele editie is hier te lezen. 

Sabine Droogleever Fortuyn

Sabine Droogleever Fortuyn

Redacteur

Profiel-pagina
Advertentie