Het Ministerie van Veiligheid & Justitie past het spoorboekje voor de modernisering van het Wetboek van Strafvordering (WvSv) aan. De nieuwe boeken 1 en 2, die al in consultatie zijn geweest, gaan dit jaar niet meer naar de Raad van State voor advies. 

Dat heeft secretaris-generaal Siebe Riedstra van het ministerie donderdag gezegd tijdens het derde congres Modernisering Strafvordering, in Den Haag. Het ministerie komt daarmee tegemoet aan de wensen vanuit de praktijk. Volgens diverse partijen in de strafketen loopt het ministerie te hard van stapel bij de vernieuwing van het wetboek. Op het congres in Den Haag werd zelfs gesproken van ‘een moordend tempo’. Riedstra liet weten tegemoet te willen komen aan de bezwaren. Er zal een aangepaste dienstregeling worden voorgelegd aan de nieuwe minister van V&J, aldus de topambtenaar.

Eerder dit jaar vond de consultatie plaats over de boeken 1 en 2 van het WvSv. Aanvankelijk was het de bedoeling dat het ministerie de boeken 1 en 2 al dit najaar zou voorleggen aan de Raad van State voor advies, maar dat gebeurt op een later tijdstip. In november gaan de boeken 3 tot en met 6 in consultatie. Het ministerie wil nu wachten tot die consultatie achter de rug is, alvorens 1 en 2 naar de Raad van State te sturen. Volgens Riedstra biedt dat de kans om alles in samenhang te beoordelen en indien nodig nu al aanpassingen door te voeren.

De partijen in de strafketen drongen donderdag unaniem aan op meer tijd voor de vernieuwing van het WvSv. Wil het eindresultaat praktisch uitvoerbaar en toekomstbestendig zijn, dan is meer tijd nodig voor onderzoek en zorgvuldige besluitvorming, luidde de algemene opvatting. Tegelijkertijd toonde iedereen zich ook warm voorstander voor modernisering van het wetboek, dat dateert uit 1926.

Telefoontaps

Korpschef Erik Akerboom van de Nationale Politie zei ‘heel kritisch’ te staan tegenover de huidige voorstellen voor boek 1 en 2. Volgens hem zijn de voorstellen te gedetailleerd, laten ze te weinig ruimte voor technologische vernieuwing en veroorzaken ze administratieve lastendruk. Volgens de korpschef kunnen veel zaken beter worden overgelaten aan de rechtspraktijk. Akerboom noemde als voorbeeld de verplichting om telefoontaps schriftelijk uit te werken. Eén uur telefoontaps kost acht uur uitwerking, aldus de politiebaas. ‘Als we zouden kunnen volstaan met het inleveren van een usb-stick zou dat enorme tijdwinst opleveren.’

Voorzitter Frits Bakker van de Rechtspraak waarschuwde voor nodeloos ingewikkelde wetgeving. De reactie van de Rechtspraak op de boeken 1 en 2 besloeg 86 pagina’s. Willen we met de andere partijen in de keten tot eensluidende adviezen komen, dan is voldoende tijd nodig, aldus Bakker. De voorman van de rechterlijke macht pleitte er voor om ‘die problemen aan te pakken die nodig zijn’. Verandering van de regels over voorlopige hechtenis is niet nodig, stelt hij.

Het Openbaar Ministerie is het met hem eens. Procureur-generaal Rinus Otte waarschuwde dat de grondslag voor voorlopige hechtenis een verkeerde dreigt te worden. ‘We gaan van ‘opsluiten tenzij’ naar ‘niet-opsluiten tenzij’, die grondslag deugt niet.’ Volgens Otte is het feitelijk niet zo dat Nederland vaker mensen vastzet dan andere EU-landen. ‘Dat loopt wel los in de praktijk. Wat goed gaat, hoeft niet te worden gemoderniseerd.

AR-lid Bert Fibbe van de NOvA drong donderdag ook aan op ‘temporisering’, vooral voor nader onderzoek en studie. Het heeft niet zoveel zin om het wetboek te vernieuwen zonder de beschikbare capaciteit van de strafrechtelijke keten daarbij te betrekken, stelde hij. Volgens Fibbe is het prima om met nieuwe wetgeving te streven naar verbetering van effectiviteit, vergroten van de snelheid en het opheffen van stroperigheid. Maar we moeten ons wel afvragen waar de werkelijke problemen zitten, stelt hij. ‘Die zijn primair van organisatorische aard. De capaciteit van de schakels in de keten is te klein, aanpassing van het wetboek lost dat niet op.’

Fibbe benadrukte dat ook de gefinancierde rechtsbijstand niet mag worden vergeten. Het aantal advocaten dat actief is in het stelsel neemt af, het gevaar bestaat dat verdachten straks geen rechtsbijstand krijgen, meent hij. Fibbe vindt het OM aan zijn zijde. Volgens procureur-generaal Otte is het ‘bijzonder nodig’ dat er  – ‘anders dan nu’ – voor goede rechtsbijstand wordt gezorgd, al was het alleen om een succesvolle zsm-afhandeling door het OM te garanderen.