Denk aan de bespottelijke advertentie van een sip kijkende opa van een paar jaar geleden: ‘Vorig jaar heeft Sophie hier voor het laatst gegeten’ met als onderschrift ‘Maar dan werk je wel bij Van Doorne’.

Laten we deze kentering vooral toejuichen. Het wordt tijd dat we afrekenen met de mythe dat een top­advocaat een monomane urenschrijver is. Een mythe die vooral in stand wordt gehouden door mannen op leeftijd, die zo nu en dan met aangetrokken bretels hun eigen verval bestrijden met borstklopperij, terugblikkend op hun gouden jaren. O tempora! O mores!

Advocaat Willem Hoyng wordt vaak genoemd als de iconisch harde werker. Deze inmiddels zeventigjarige octrooi-jurist zegt nog altijd tachtigurige werkweken te maken. Aan Het Financieele Dagblad legde hij in 2015 uit hoe hij dat doet: ‘In de weekenden ontbijt ik samen met mijn vrouw om 10.00 uur. Ik heb er dan al een halve werkdag opzitten.’ Hoyng is een hyperbool. Zoals de Zuidas dat in zekere zin ook is: daar waar het op zondag druk is omdat partners op kantoor de krant lezen zonder gezeur van gezinsleden, en waar medewerkers het werk van maandag alvast doen omdat ze denken dat het hoort. Wie maar genoeg declarabele uren maakt, die komt er wel, is het valse credo. Daarmee wordt dan een kamer met uitzicht op Buitenveldert bedoeld, een eigen parkeervak in de kelder, togaloze dagen gevuld met het schrijven van zielloze memo’s en contracten. Jarenlang declarabel buffelen voor een baas die graag een tweede huis in Zuid-Frankrijk wil.

Laat duidelijk zijn dat dit met het vrije beroep van advocaat niet zo veel te maken heeft.

Een advocaat is niet de optelsom van zijn gemaakte uren. Blote ijver is geen kwaliteit. Er zijn topadvocaten met een gemiddelde werkdag van acht uur. Wie een weekend doorwerkt voor een kort geding, neemt dan op dinsdag vrij. Er zijn top­advocaten die parttime werken. Kortom, het zijn heel andere kwaliteiten die een advocaat doen excelleren. Zoals moed en vasthoudendheid. De brille en hartstocht waarmee hij of zij een machtige wederpartij het hoofd biedt. De orde van advocaten ziet de advocaat graag als de ridder van de rechtsstaat. Zoals de legendarische Duitser Hans Litten, en recenter de Rus Sergei Magnitsky (ik zoek vergeefs naar een Nederlandse evenknie). Grote namen van wie niemand weet hoe ‘billable’ ze waren. Naar een monomane urenschrijver wordt nooit een straat vernoemd. Het is goed dat de generatie Y dat beseft. Laat deze generatie veel top­advocaten voortbrengen.

Als het kan in deeltijd.

Matthijs Kaaks

Matthijs Kaaks

Profiel-pagina