Het is zo langzamerhand traditie. In december biedt het Advocatenblad een overzicht van twaalf spraakmakende zaken uit het achterliggende jaar. Vier advocaten lichten hun zaak toe.

‘Naar om zoveel verdriet bij je cliënten te zien’

Mariska Pekkeriet (42), advocaat bij Vlug Huisman Maarsingh Strafpleiters in Deventer, stond in juni van dit jaar twee van de drie zwemleraren bij inzake de verdrinkingsdood van het Syrische meisje Salam tijdens schoolzwemmen.

‘De angst en het verdriet in de ogen van mijn cliënten zal ik niet snel vergeten. Lange tijd leefden ze tussen hoop en vrees. De officier van justitie had expliciet aangegeven dat hij pas zou beslissen of hij tot vervolging over zou gaan nadat hij alle verdachten en getuigen had gehoord. Dat ik mijn cliënten moest vertellen dat ze zich in de rechtbank dienden te verantwoorden voor dood door schuld kwam bij hen hard aan.

Zelf probeer ik altijd afstand te bewaren, er niet emotioneel bij betrokken te raken. Ook niet in deze zaak waar een klein meisje is omgekomen en van wie iedereen zich het verdriet van de ouders en nabestaanden kan voorstellen. Mijn cliënten vinden het verschrikkelijk dat dit gebeurd is. Alleen zeggen zij: wij hebben daar geen schuld aan.

Vanaf het begin ben ik erbij geweest. Op de avond van het ongeluk ben ik op verzoek van het zwembad naar het politiebureau gegaan waar de verhoren plaatsvonden. Op zitting heb ik uiteindelijk gepleit voor de twee badjuffen en mijn kantoorgenoot voor de badmeester. Zelf tegelijkertijd drie personen verdedigen kwam de zaak niet ten goede, vond ik.

Er waren in deze zaak verschillende scenario’s aan de orde. Het draaide met name om de vraag wannéér Salam was verdronken. Was dat tijdens het vrijzwemmen, dat onderdeel is van de laatste vijf minuten van de zwemles? Of was dat na het douchen, toen de les al voorbij was? Wie was wanneer verantwoordelijk? Wij ­verdedigden het laatste scenario, maar toen me duidelijk werd dat de rechtbank het eerste aannemelijk vond, verbaasde de uitspraak me uiteindelijk niet. De drie zwemleraren werden veroordeeld tot zestig uur werkstraf wegens dood door schuld. Het is naar om zoveel verdriet bij je cliënten te zien. Na een stevige knuffel heb ik het echter losgelaten. Ik moet ook wel, anders kan ik mijn werk niet doen.

Deze zaak had veel media-aandacht. Ik doe wel vaker zaken waar ik interviewaanvragen voor krijg. Wanneer dat in het belang van de strafzaak is, dan zeg ik daar ja tegen. Wij merkten dat deze zaak een grote maatschappelijke impact had. De Vereniging Sport en Gemeenten, maar ook basisscholen vroegen zich af tot hoever hun verantwoordelijkheid gaat. En waren vrijwilligers die meegaan naar bijvoorbeeld de gymles persoonlijk aansprakelijk als er zich een ongeluk voordeed? Ik ben in de uitzending van Jinek geweest om uitleg te geven aan de beslissing van de rechtbank. Het hoger beroep dient ergens in 2018. Wij gaan uit van een ander scenario en willen aanvullend onderzoek doen.’


Verdrinkingsdood negenjarige Salam
Op 21 september 2015 verdrinkt het negenjarige Syrische meisje Salam tijdens het schoolzwemmen in zwembad ‘t Gastland in Rhenen. Salam was nog maar kort in Nederland en kon niet zwemmen. Het was haar vierde zwemles.

De rechtbank veroordeelt een badmeester en twee badjuffen tot zestig uur werkstraf wegens dood door schuld. Volgens de rechtbank had het ongeluk voorkomen kunnen worden. Twee leerkrachten van de school van Salam, die ook aanwezig waren tijdens het ongeluk, zijn vrijgesproken.


Het monster van Leersum
Toen de familie Griffioen in 2000 een huis in de bossen van Leersum kocht, was Rudolf R. hun enige buurman. Er ontstaat een conflict over het recht van overpad. Wat begint als een burenruzie eindigt als ware terreur. Ondanks eerdere voorwaardelijke straffen wordt onder meer zeven keer een auto van de Griffioens vernield, tientallen keren een buitenlamp kapotgeslagen en worden tuinstoelen met teer en uitwerpselen besmeurd. Zelfs een dwangsom van 300.000 euro doet hem niet stoppen. Een strafrechter in Utrecht is het in augustus van dit jaar zat. Hij veroordeelt de inmiddels 81-jarige R. tot drie maanden cel. Ook wordt hem de komende vijf jaar verboden het erf van de Griffioens te betreden en met hen contact te zoeken, met een sanctie van twee weken cel per overtreding. Volgens advocaat Tomlow, die de Griffioens bijstaat en in overlastzaken gespecialiseerd is, zal dit vonnis zeker invloed hebben op de beoordeling van soortgelijke kwesties.


Miljonair laat miljoenen na aan goede doelen
Was de 82-jarige miljonair Arend Broekhuis wilsonbekwaam toen hij in zijn testament liet opnemen dat hij ruim 12 miljoen aan zowel Stichting De Zonnebloem als het Leger des Heils naliet? Volgens zijn weduwe wel. Ze claimt dat haar man dement was toen hij een jaar voor zijn dood de wijziging in zijn testament liet doorvoeren bij de notaris en eist een nietigverklaring. Rechtbank Midden-Nederland stelt de weduwe in maart 2017 in het ongelijk. Uit verschillende documenten blijkt dat Broekhuis mentaal niets mankeerde. Getuigen bevestigen dat. De rechtbank oordeelt dan ook dat het testament van de heer Broekhuis rechtsgeldig is. De nabestaanden gaan in hoger beroep.


‘Het gebeurt niet vaak dat álles ingewilligd wordt’

Phon van den Biesen (65), advocaat bij Van den Biesen Kloostra Advocaten in Amsterdam, spande in augustus een kort geding aan tegen de Nederlandse Staat namens Milieudefensie.

‘Wij doen ons stinkende best!” zei de landsadvocaat tijdens de zitting. Ik moest een beetje lachen. Daar ging het in dit kort geding niet om. Dat de Nederlandse Staat zich moet houden aan de Europese normen voor fijnstof en stikstofdioxide is een resultaatsverplichting, geen inspanningsverplichting. Het doet er dus niet toe of je je best doet of niet, je moet gewoon de “schone lucht”-norm halen en dat doet de Staat al veel te lang niet. Deze zaak had veel media-aandacht, maar voor mij – als advocaat – was dit geen unieke zaak. Ik ben al sinds de jaren tachtig gespecialiseerd in onrechtmatige overheidsdaden. Zo stond ik bijvoorbeeld de eisers bij in de Kruisraketten-zaak waarin de Staat werd aangeklaagd wegens schending van het internationale humanitaire recht door het plaatsen van kruisraketten in Nederland. En recent deed ik de Rookpreventie-zaak waarbij de Staat volgens de eisers het verbod op contacten met de tabakslobby schond. De zaak van Milieudefensie hoort wat mij betreft in dit rijtje thuis.

Ik was blij dat de rechter al mijn eisen inwilligde. Van tevoren schat je natuurlijk je kansen als advocaat in. Een zaak moet voor mij zinvol en juridisch verantwoord zijn, wil ik eraan beginnen. Dus dit was een mooie uitspraak. Het gebeurt niet vaak dat álles ingewilligd wordt. De keuze voor een kort geding was eigenlijk simpel: we hadden de bodemprocedure al ruim anderhalf jaar geleden aanhangig gemaakt maar daar zat geen schot in. De Staat vroeg continu om uitstel en ook de rechtbank was traag in het pikken van een datum. Dat duurde gewoon te lang en daarom stelde ik mijn cliënten voor een kort geding te voeren. De bodemprocedure is inmiddels in november behandeld. Volgend jaar is de uitspraak. In de bodemprocedure zijn onze eisen uitgebreider. We willen dat de Staat voldoet aan de veel strengere eisen die de wereld gezondheidsorganisatie (WHO) hanteert voor gezonde lucht. Wij eisen dat de Nederlandse Staat deze gaat naleven. De rechtbank hoeft geen rekening te houden met de uitspraak van de voorzieningenrechter, maar het feit dat een collega al een belangrijke stap voorwaarts heeft genomen helpt in deze zaak vermoedelijk wel mee. Hoe het ook uitpakt, in elk geval heeft voormalig staatssecretaris Dijksma van Milieu toegezegd het kortgedingvonnis te zullen naleven. Dat er naar aanleiding van deze zaak een spoeddebat is geweest in de Kamer is ook een enorme stap in de goede richting.’


Schone lucht
De overheid moet alles in het werk stellen om op zo kort mogelijke termijn overal in Nederland aan de Europese luchtkwaliteitsregels te voldoen. Ook moet er een overzicht komen van alle plekken waar de lucht nog te vies is. Dat is het oordeel van de Rechtbank Haagse in een kort geding dat Milieudefensie in augustus aanspande tegen de Nederlandse Staat. Daarin eiste de milieuorganisatie dat Nederland zich houdt aan de Europese normen voor fijnstof en stikstofdioxide. De milieuorganisatie koos voor een kort geding, omdat de al eerder begonnen bodemprocedure veel te lang op zich liet wachten. De uitspraak is een grote overwinning voor Milieudefensie. In november werd de bodemprocedure behandeld.


Laura H. en de terugkerende jihadisten
Terwijl de pannen nog op het fornuis staan, vertrekt Laura H. (22) met man en twee jonge kinderen halsoverkop naar het kalifaat. Eerst naar Syrië, later naar Irak. Negen maanden later keert ze samen met haar kinderen terug naar Nederland. Ze wordt direct opgepakt. Het OM verdenkt haar te zijn teruggekeerd met een terreuropdracht van IS. Dit wordt een jaar later ingetrokken. Wel wordt ze ervan beschuldigd zich welbewust te hebben aangesloten bij een terreurorganisatie. Op 13 november wordt Laura veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf, waarvan dertien maanden voorwaardelijk, voor het medeplegen van voorbereidingshandelingen die het plegen van een terroristische misdaad ondersteunt. De rechter acht bewezen dat H. goed wist waar ze aan begon toe ze naar het IS-gebied in Syrië reisde, dat ze op de hoogte was van de misdaden van IS in Syrië en Irak en dat ze wist dat haar man deelnam aan de terroristische strijd van IS. Door te zorgen voor haar gezin had ze een ondersteunende rol voor het plegen van terroristische misdrijven, aldus de rechter. Ze wordt vrijgesproken van aansluiting bij de terreurgroep Islamitische Staat (IS). Ze is naar het kalifaat afgereisd, en wordt daarvoor ook veroordeeld, maar dat maakt haar nog géén lid van IS, oordeelt Rechtbank Rotterdam. Zowel het OM als Laura gaat niet in hoger beroep. Daarmee is de eerste onherroepelijke veroordeling van een teruggekeerde vrouw uit het IS‑strijdgebied een feit.


Zaak-Henriquez
Eind juni 2015 overlijdt Mitch Henriquez na zijn arrestatie op een Haags muziekfestival. Hij roept tegen agenten dat hij een pistool bij zich heeft en grijpt daarbij naar zijn kruis. Hij verzet zich hevig bij zijn arrestatie. Vijf agenten zijn nodig om de 42-jarige Arubaan in bedwang te houden. Een dag later overlijdt hij.

Aanvankelijk wordt gedacht dat de toegepaste nekklem de doodsoorzaak is, maar volgens sommige deskundigen hebben hartfalen en stress tot zijn dood geleid. Zij spreken over het zogenoemde ‘acuut stresssyndroom’. Het Openbaar Ministerie gaat daarin mee. De officier van justitie oordeelt dat Henriquez terecht is aange­houden, maar dat de nekklem en pepperspray niet gebruikt hadden mogen worden omdat er geen direct gevaar was voor de agenten. De officier van justitie vraagt daarom vrijspraak van doodslag en dood door schuld, maar acht mishandeling wél bewezen. De eis van de officier is dat de twee gedaagde agenten geen straf hoeven te krijgen, omdat de agenten al genoeg gestraft zouden zijn. De rechtbank doet op 21 december uitspraak.


‘Soms is het lastig om onderscheid te maken’

Els Lucas (57), advocaat bij Nauta & Lucas Advocaten in Lelystad, verdedigde in hoger beroep een gescheiden moeder die met haar kinderen naar Zwitserland wilde verhuizen.

‘Wat mij betreft was het verplichte ouderschaps­plan er nooit gekomen. Sinds 2009 zijn alle ouders die uit elkaar gaan en gezamenlijk gezag hebben over kun minderjarige kinderen verplicht om afspraken te maken over onder andere zorgverdeling, kinderalimentatie en informatie-uitwisseling. Mijn ervaring als familierechtadvocaat is echter dat ouders die van goede wil zijn zo’n plan helemaal niet nodig hebben. Ouders die strijd hebben, krijgen met een ouderschapsplan juist nóg meer strijd. Er zijn immers duizend keer meer redenen om ruzie over te maken. Neem bijvoorbeeld de afspraak dat kinderen, als ze bij de ene ouder zijn, vrij toegang moeten hebben tot de andere ouder. Het enkele feit dat in het plan is opgenomen dat een kind naar de andere ouder mag bellen kan ertoe leiden dat een whatsapp sturen als verboden activiteit wordt gezien “omdat het in het ouderschapsplan niet is opgenomen als communicatiemogelijkheid”. Dat is schrijnend, en went nooit als advocaat.

Ik neem alleen zaken aan waar ik zelf moreel achtersta. Of die te verdedigen zijn met goede argumenten. In de hogerberoepzaak waarin de moeder met twee kinderen van veertien en zestien jaar naar Zwitserland wilde verhuizen, waren er mijns inziens gegronde redenen. De rechtbank had haar verzoek afgewezen. Toen ze bij mij kwam, heb ik gekeken welke argumenten nog beter belicht konden worden. Wat was er blijven liggen? De wet zegt niets over hoe ver gescheiden ouders uit elkaar mogen wonen. In 2014 is er wel een overzichtsartikel in het Familie & Jeugdrechtmagazine verschenen met jurisprudentie, maar dit laat een divers beeld zien. Dit soort zaken zijn heel casuïstisch. Het belang van het kind staat voorop, maar soms kan het belang van een ouder toch de doorslag geven. Daarbij is het in sommige gevallen lastig om onderscheid te maken. Een kind heeft immers ook belang bij een gezonde ouder.

In de Zwitserland-zaak heeft het hof de kinderen uitgebreid gehoord. Een uur in plaats van de gebruikelijke tien minuten. Dat heeft wellicht te maken met de leeftijd van de kinderen. De oudste – een zestienjarige – heeft immers ook zeggenschap in één en ander. Qua verdediging heb ik me met name gefocust op de medische redenen van de moeder. Daar was in eerste aanleg weinig aandacht aan besteed. De rechtbank heeft onderzocht of er voldoende economische redenen waren voor de verhuizing, maar de onderneming van mijn cliënt kan overal ter wereld gevoerd worden. Dat zij juist voor Zwitserland koos, had te maken met de schone lucht. Mijn cliënt heeft een huisstofmijtallergie en één van haar kinderen astma.

Het hof heeft het verzoek uiteindelijk afgewezen. Voor mij kwam dat eerlijk gezegd niet als een enorme verrassing. Het Hof Leeuwarden heeft in eerdere zaken al laten zien belang te hechten aan het feit dat ouders dicht bij elkaar in de buurt wonen. De moeder overwoog in cassatie te gaan. Of dat ook daadwerkelijk gebeurd is, weet ik niet.’


Verzoek verhuizing afgewezen
Vader en moeder hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kinderen van veertien en zestien jaar. De hoofdverblijfplaats van de kinderen is bij de moeder. Moeder heeft het plan opgevat om met de kinderen naar Zwitserland te verhuizen. Vader verzet zich tegen het plan en verzoekt de rechtbank de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen. Hij laat beide kinderen inschrijven in de Basisregistratie Personen (BRP) en op een school in zijn gemeente. Het verzoek om verhuizing wordt door de rechtbank afgewezen. Moeder gaat tegen de beslissing van de rechtbank in hoger beroep. Het hof oordeelt dat moeder de noodzaak tot verhuizing onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Het hof wijzigt de hoofdverblijfplaats van de kinderen echter niet. In rechtsoverweging 5.9 geeft het hof apart uitleg aan de minderjarige kinderen zodat zij de beslissing goed kunnen begrijpen.


Eerste gemeente berispt om Jeugdzorg
Sinds 1 januari 2015 moeten gemeenten centraal de jeugdzorg regelen. Dat betekent dat ze onder de nieuwe Jeugdwet in kaart moeten brengen wat er precies aan de hand is met de hulpbehoevende jongere. In mei van dit jaar wordt de gemeente Steenwijkerland op de vingers getikt. De ­Centrale Raad voor Beroep oordeelt dat de eerder afgewezen hulpvraag van een meisje met psychische problemen opnieuw beoordeeld moet worden.

Onder het oude systeem had het meisje begeleiding voor haar psychische problemen. Op basis van een advies van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) besluit de gemeente dat haar moeder die taak kan overnemen. Volgens de bestuursrechter schoot het advies van de CJG echter tekort. Het bleef bijvoorbeeld onduidelijk welke stoornis het meisje heeft.


Verbod op ontslag via prepack faillissement
Het Europees Hof van Justitie maakt in juli een eind aan het ontslaan van werknemers via het zogenoemde prepack faillissement. Het hof deed die uitspraak in een zaak waar de FNV in 2015 voor vier werknemers naar de kantonrechter stapte. Na het faillissement van kinderopvangorganisatie Estro gingen de activiteiten direct over naar Smallsteps. Duizend medewerkers werden door Smallsteps ontslagen. Aan de hand van de uitspraak van het Europees Hof moet de Nederlandse kantonrechter de rechtszaak tegen Smallsteps verder behandelen.

Als activiteiten van de ene naar een andere onderneming overgaan dan gaan de werknemers met al hun rechten en plichten mee. De Nederlandse wet maakt bij faillissement op die regel een uitzondering. Het Europees Hof beperkt die uitzondering tot faillisse­menten die bedrijfsactiviteiten daadwerkelijk beëindigen. Is het faillissement gericht op voortzetting van de activiteiten dan is die uitzondering niet toegestaan, volgens de rechter.


‘Als advocaat moet je lef hebben en moedig zijn’

Ümit Arslan (31), advocaat bij Arslan & Ersoy Advocaten in Den Haag, stelde namens Stichting Waqf met succes beroep in tegen het besluit van de burgemeester van Eindhoven om ‘haatimams’ te weigeren tijdens een Islamitische Conferentie die georganiseerd werd door Waqf.

‘U moet zich schamen”, stond er in de dreigmails die ik ontving. En: “Rot op naar uw eigen moslimland.” Na een interview dat ik aan de NOS had gegeven, dachten mensen dat ik samenspande met de duivel of zoiets. Als advocaat moet je lef hebben en moedig zijn. Er is geen ruimte voor angst, anders kun je dit werk niet doen. Advocaten zijn de hoeders van de rechtsstaat. Iemand die onrecht is aangedaan, heeft recht op verdediging. Ook als diegene alle schijn tegen zich heeft.

De burgemeester had zijn besluit om zeven imams uit diverse landen in het Midden-Oosten te weigeren op een conferentie gedaan op basis van de Gemeentewet. De gastsprekers hadden zich negatief uitgelaten over Joden, homo’s, ongelovigen en vrouwenrechten. Ook zouden zij de gewelddadige jihad hebben verheerlijkt. Niet alleen werd hen verboden lijfelijk aanwezig te zijn bij de conferentie, ook mochten zij niet van zich laten horen via Skype of telefoon. Mijn cliënt had met een andere advocaat bezwaar aangetekend tegen deze beslissing. Om één en ander te bespoedigen, werd ook via de voorzieningenrechter gevraagd de gastsprekers alsnog toe te laten. De voorzieningenrechter liet zich daar echter inhoudelijk niet over uit. Zij maakte slechts een belangenafweging en die viel ten gunste van de burgemeester uit. Hoewel de conferentie toen al lang had plaatsgevonden, heeft cliënt vanuit principiële overwegingen alsnog mij gevraagd beroep in te stellen bij de rechtbank.

Het viel me tijdens de zitting op dat er flink wat kritische vragen werden gesteld aan de advocaat van de burgemeester. Deze gaf ontwijkend antwoord, draaide om de hete brij heen. Door de kritische houding van de meervoudige kamer maakte ik al op dat mijn beroep waarschijnlijk gegrond zou worden verklaard. Het vonnis – de burgemeester heeft op ontoelaatbare wijze inbreuk gemaakt op het recht van vergadering en betoging, artikel 9 Grondwet – leidde tot flink wat politieke opschudding. Drie maanden later werd De tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding aangenomen. Via deze weg moest het de autoriteiten makkelijker worden gemaakt om mensen een gebiedsverbod op te leggen. In een huidige zaak die ik doe, waarin een zogenoemde “haatimam” in Den Haag een gebiedsverbod opgelegd heeft gekregen voor de Haagse wijken Transvaal en de Schilderwijk, werd deze beslissing dan ook niet genomen op grond van de Gemeentewet maar op grond van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding. Het beroep dat ik hiertegen heb ingesteld, werd ongegrond verklaard, maar ik ga namens mijn cliënt in hoger beroep bij de Raad van State. De politiek wil duidelijk iets bereiken, maar het opleggen van een gebiedsverbod aan een imam die een bepaald gedachtegoed verspreidt op grond van de tijdelijke wet behoort mijns inziens geen stand te houden, omdat dit een vorm van censuur is. Gelukkig bepaalt onze Grondwet dat er een censuurverbod geldt in ons land en dat houden wij graag zo. Ik ben zeer blij dat ik hieraan kan bijdragen.’


Weigeren gastsprekers Islamitische Conferentie
De burgemeester mag op grond van de Gemeentewet mensen weigeren op openbare manifestaties, maar alleen als er sprake is van het verstoren van de openbare orde. Behoudens noodsituaties kan er repressief worden opgetreden. Niet preventief. Dat laatste was aan de orde in Eindhoven. De burgemeester had in deze zaak zeven imams uit verschillende landen in het Midden‑Oosten verboden om aanwezig te zijn of te spreken op de Islamitische Conferentie, georganiseerd door Stichting Waqf. De reden was dat de sprekers zich negatief hadden uitgelaten over Joden, homo’s, ongelovigen en vrouwenrechten. Ook zouden zij de gewelddadige jihad hebben verheerlijkt. Volgens Rechtbank Oost‑Brabant heeft de burgemeester met dit preventieve optreden op ontoelaatbare wijze inbreuk gemaakt op het recht op vergadering en betoging, zoals verankerd in artikel 9 van de Grondwet.


Schadevergoeding voor missen klassenfoto
De ouders van twee Haagse meisjes krijgen een schadevergoeding van 500 euro doordat hun dochters niet bij het maken van de klassenfoto aanwezig konden zijn. Dat concludeert de Haagse kantonrechter in de rechtszaak die de ouders hadden aangespannen tegen de Montessorischool in Den Haag. De school laat op 24 september 2015 de schoolfotograaf komen, de dag waarop hun kinderen vrij hebben gevraagd vanwege het Islamitische Offerfeest. Volgens de kantonrechter is er geen sprake van bewuste discriminatie, maar wel van het maken van indirect onderscheid. De verdediging van de school dat dit niet met opzet gebeurd is en dat er sprake is van een ‘onhandige planning’ doet hier aan niets af. Ook niet dat de school er alles aan gedaan heeft om de ouders tegemoet te komen, bijvoorbeeld door de foto ’s morgens vroeg te laten maken zodat de kinderen daarna naar het Offerfeest konden. In oktober wordt bekend dat de school in hoger beroep gaat.


Aydin C.
Tientallen meisjes in binnen- en buiten­land worden door Aydin C. via de webcam misbruikt en gechanteerd. C. praat ze uit de kleren en als ze daarna geen ‘show’ voor hem willen opvoeren dan stuurt hij naaktfoto’s van hen naar familie en vrienden. Volgens de rechter is C. verantwoordelijk voor zijn daden en beleeft hij plezier aan het vernederen van meisjes. Er wordt 24 keer kinderpornografie bewezen geacht, 29 keer aanranding van de eerbaarheid en vier keer verleiding minderjarige meisjes. Straf: 10 jaar en 243 dagen cel.

Aydin C. is ook verdachte in de zaak-Amanda Todd, het Canadese meisje dat in 2012 zelfmoord pleegt na verspreiding van een naaktfoto. Canada wil C. daarvoor zelf berechten, maar C. is tegen de beslissing van Nederland om hem uit te leveren in cassatie gegaan.

Voor de diverse kaders is onder meer gebruikgemaakt van de volgende bronnen: FNV.‌nl, NOS.nl, NRC.nl, Volkskrant.nl, LinkedIn, Milieudefensie, AD.nl, LINDAnieuws, Nu.nl, Nieuwsbank en Rechtspraak.nl.


Dit artikel is ook verschenen in het Advocatenblad van december 2017. De hele editie is hier te lezen.