Het intellectueel eigendomsrecht is volop in ontwikkeling. Dat merkt ook Bastiaan van Ramshorst (42), advocaat bij Stichting BREIN in Hoofddorp, de belangenbehartiger die optreedt tegen auteursrechtschendingen. Hij onderscheidt twee belangrijke trends in het auteursrecht, een belangrijke pijler onder het intellectueel eigendomsrecht.

Zo zijn de zorgplichten die gelden voor tussenpersonen op het internet zoals ISP’s, hostingbedrijven en online platformen meer en meer ingevuld. Lange tijd gingen velen ervan uit dat de zogenaamde safe harbor-bepalingen – die bepaalde internettussenpersonen vrijwaren voor aansprakelijkheid voor gedragingen van hun klanten – met zich meebrachten dat die tussenpersonen ook verder helemaal niets hoefden te doen om inbreuken tegen te gaan, aldus Van Ramshorst. ‘Recente arresten van het Europees Hof van Justitie maken duidelijk dat deze tussenpersonen wel degelijk zorgplichten hebben.’

Een tweede belangrijke ontwikkeling is de andere invulling van het auteursrechtelijke begrip ‘openbaar maken’ door het Hof van Justitie. Dat moet volgens het hof functioneel benaderd worden en niet technisch. Van Ramshorst geeft aan dat in de afgelopen jaren in Nederland het begrip steeds (relatief beperkt) door een technische bril werd bezien. ‘Als er dan bijvoorbeeld geen sprake was van doorgifte van een signaal door de beweerdelijke inbreukmaker, zou er in die lezing geen sprake zijn van inbreuk.’

Het hof ziet dit echter anders. In de reeks recente arresten (Sanoma vs. GeenStijl over gelekte blootfoto’s; BREIN vs. Filmspeler over een voorgeprogrammeerde mediaspeler met hyperlinks naar illegale bronnen en BREIN vs. Ziggo/XS4All over de website The Pirate Bay met torrent-verwijzingen naar ongeautoriseerde kopieën van entertainmentcontent, red.)1 heeft de Europese rechter ook onder meer hyperlinks en andere verwijzingen naar auteursrechtelijk beschermde werken die ergens anders staan opgeslagen gelijkgesteld aan bijvoorbeeld het ter beschikking stellen van een illegaal gekopieerde dvd. Van Ramshorst: ‘Het hof kijkt aldus relatief praktisch hoe consumenten beschermde content anno 2017 tot zich nemen.’

Enorme groei

Het intellectueel eigendomsrecht heeft de afgelopen jaren een enorme groei doorgemaakt. En de rek is er nog niet uit. Dat komt deels doordat tegenwoordig eigenlijk iedereen maker is, met een eigen website, Facebook, Instagram enzovoort, omschrijft Van Ramshorst. ‘En veel vaker dan vroeger wordt er ook potentieel inbreuk gemaakt, bijvoorbeeld door foto’s te publiceren zonder toestemming van de oorspronkelijke maker.’

Max van Olden (44), advocaat bij Tanger Advocaten in Velsen en gespecialiseerd in het IE-recht én succesvol thrillerauteur: ‘Het aantal schendingen neemt toe omdat iedereen wel toegang heeft tot illegale content.’ Van Olden heeft het gevoel dat er ook meer geprocedeerd wordt. Zowel door particulieren als kleine zelfstandigen. Die worden in beginsel immers volledig gecompenseerd voor de advocaatkosten aangezien in het IE-recht een volledige proceskostenvergoeding geldt. ‘Maar als je procedeert tegen een andere kleine partij, een particulier bijvoorbeeld, dan mag de kantonrechter in zeer eenvoudige zaken van die regeling afwijken met als gevolg dat de kleine zelfstandige er wel degelijk bij in schiet.’ Volgens Van Olden zijn makers tegenwoordig zeker bereid geld te investeren om hun gelijk te halen, maar hij denkt ook dat veel kleine zelfstandigen een zekere mate van inbreuk op hun werk als verlies incalculeren.

Kansrijk

Willem Hoyng (71), advocaat en managing partner bij HOYNG ROKH MONEGIER te Amsterdam, hoogleraar IE‑recht aan de Universiteit van Tilburg en voorzitter van de VIEPA – de Vereniging Intellectueel Eigendom Procesrecht Advocaten – denkt dat het zo slecht niet is als kleine zelfstandigen of particulieren alleen gaan procederen wanneer de zaak echt kansrijk is. De volledige kostenvergoeding geeft in elk geval een afschrikwekkende werking. De kans is namelijk dat de procederende partij de totale rekening gepresenteerd krijgt als blijkt dat hun claim toch niet zo stevig was. Tegenwoordig zijn meestal indicatietarieven van toepassing zodat een partij kan inschatten wat het risico bij verlies is. ‘In sommige gevallen is procederen gewoon niet te voorkomen, bijvoorbeeld als het gaat om octrooien in farmaciezaken waar de schade van een inbreuk kan oplopen tot vele tientallen miljoenen euro’s. Kostenveroordelingen tot 500.000 euro zijn dan geen probleem.’

Hoewel Hoyng aangeeft dat het in sommige zaken simpelweg niet anders kan dat partijen elkaar treffen in de rechtszaal, pleit hij ook voor meer creativiteit binnen het speelveld van intellectueel eigendomsrecht. ‘Je moet in meer dan alleen juridische oplossingen denken. Het intellectueel eigendomsrecht speelt zich af in een commerciële wereld waar men probeert zo goed mogelijk een product te verkopen. Dat moet je in ogenschouw nemen. Je kunt aan een cliënt aangeven wat je juridisch kunt proberen, maar je kunt ook over die grenzen heen springen en gaan kijken naar wat er commercieel mogelijk is. En af en toe zal er moeten worden geprocedeerd, daar zit soms niets anders op.’ Die sprong zal voor sommige juristen overigens een uitdaging worden. ‘Helaas zijn juristen vaak geen zakenlieden met creatieve ideeën.’

Van Olden vindt, net als Hoyng, een mentaliteitsverandering geen gek idee. ‘Als jurist in de creatieve branche moet je je zeker creatief proberen op te stellen,’ stelt hij. ‘Ik reken een aantal reclamebureaus tot mijn clientèle en die jongens hebben geen zin om steeds te horen wat er allemaal níét kan. Ik probeer altijd mee te denken en eventueel langs een andere weg tot resultaat te komen.’

Persoonlijkheidsrecht

De andere kant op geldt hetzelfde. Niet alleen de jurist zou creatiever moeten denken, maar ook de makers moeten zich zelf beter (juridisch) wapenen. Zouden makers dan beter onderricht moeten worden, als het gaat om hun intellectueel eigendomsrechten? Ja, stellen Van Olden en Hoyng. ‘Het is vreemd dat een architect tijdens zijn studie niet eens leert dat hij een persoonlijkheidsrecht op zijn werk heeft zodat hij kan optreden tegen verminking. Of dat sommige webdesigners niet weten dat voor gebruik van foto’s die ze op internet vinden, over het algemeen een licentievergoeding moet worden betaald,’ vindt Van Olden. ‘Ik beschouw het als een voorrecht om het auteursrecht, waar ik in ben afgestudeerd, nu ook vanuit “het veld” te kunnen ervaren. Als auteur merk ik dat de exploitatie van boeken enorm versnipperd is. Naast een royaltyregeling voor het fysieke boek heb ik met mijn uitgeverij afspraken gemaakt over audiobooks, e-books, uitleningen van e-books, streaming en digitale boekenclubs. En dan heb je nog aspecten als vertalingen en de positie van de agent. De leek is al snel het overzicht kwijt.’

‘Het intellectueel eigendomsrecht is zo belangrijk geworden binnen onze economie, dat ik niet snap dat het geen betere plaats krijgt binnen het hoger onderwijs,’ stelt ook Hoyng. Hij pleit ervoor het IE-recht een vast onderdeel te maken van universitaire opleidingen zoals rechten, economie en de bètawetenschappen. Ook binnen creatieve opleidingen hoort het vak een plaats te krijgen. ‘Het is toch gek dat mensen die afstuderen aan de kunstacademie, nooit iets horen over intellectueel eigendomsrecht? Het zou goed zijn dat zij op z’n minst een aantal basisprincipes bijgebracht krijgen.’

Lagelonenlanden

Dat intellectueel eigendomsrecht booming business is voor westerse economieën zoals die van Nederland, is volgens Hoyng begrijpelijk. Het belang ervan neemt volgens hem alleen maar toe. Nederland moet het opnemen tegen lagelonenlanden als het gaat om productie en daarmee kan het niet concurreren. ‘Daarom moeten wij het hebben van innovatie en creatie. Zowel op technisch gebied als qua marketing. Denk aan bedrijven als Philips, ASML, Diesel en G-Star RAW die het goede voorbeeld geven. De bescherming van intellectueel eigendomsrecht is daarbij van groot belang, zonder dat dan weer moet leiden tot onterechte monopolies.’

Hoyng voorspelt dat de bescherming van innovatie belangrijker wordt en de concurrentie met betrekking tot innovatie scherper. Als in de lagelonenlanden, zoals China en India, het welvaartspeil stijgt, wordt ook daar innovatie belangrijker. ‘Ook daar zitten slimme mensen. Je ziet dat de productie inmiddels verschuift naar nog armere landen, zoals Bangladesh en dat vanuit China en India nu ook innovatieve en creatieve concurrentie begint te komen. Voor ons is het heel belangrijk om slim en innovatief te blijven en daar steeds beter in te worden. Wij moeten blijven investeren in creativiteit en innovatie. Het intellectueel eigendomsrecht biedt daar de bescherming voor.’

Van Ramshorst refereert in dat kader aan onderzoeken van de SEO en van EUIPO.2 ‘Deze onderzoeken laten een gestage groei zien van het percentage van het bnp dat met intellectueel eigendomsrecht gerelateerde industrieën gemoeid is. Ook het aantal banen in IE-intensieve industrieën neemt toe.’

Dat er meer advocaten komen die zich toeleggen op het intellectueel eigendomsrecht, is dan ook niet vreemd. Hoyng: ‘Toen ik begon, waren er rond de twintig man die zich bezighielden met dit vakgebied, nu zijn het er een paar honderd.’ Hij ziet dat ook bij de VIEPA, de Vereniging Intellectueel Eigendom Procesrecht Advocaten waarvan hij voorzitter is. Het aantal leden stijgt, van vijftig bij de oprichting in 2015 naar ruim honderddertig nu.

Hoyng pleit in dezen wel voor een kwaliteitsmaatstaf binnen het vakgebied, bijvoorbeeld in de vorm van een extra toets die advocaten dienen af te leggen. Dat is precies de reden dat de VIEPA is opgericht. Alleen advocaten die lid zijn van een specialisatievereniging zouden zich IE-advocaat mogen noemen, stelt hij. ‘Er zijn mensen die maar wat zitten te fröbelen. Ik mag als IE-advocaat ook asielzaken doen, maar dat is nog geen garantie dat ik ook weet waar ik mee bezig ben.’

Door Olga Hoekstra

Dit artikel is ook verschenen in het Advocatenblad van december 2017. De hele editie is hier te lezen.


NOTEN

  1. BREIN / Ziggo & XS4ALL: ECLI:EU:C:2017:456. BREIN / Filmspeler: ECLI:EU:C:2017:300.Sanoma /GeenStijl: ECLI:EU:C:2016:644.
  2. Zie: https://euipo.europa.eu/ohimportal/en/web/observatory/ip-contribution.

Olga Hoekstra

Profiel-pagina