‘Ik denk dat veel mensen de weg zijn kwijtgeraakt in de overheidsbureaucratie en onvoldoende tot hun recht komen,’ zegt bijzonder hoogleraar advocatuur Diana de Wolff (58). ‘Er is heel wat uitval ontstaan onder toevoegingsgerechtigden omdat 196 euro voor een eigen bijdrage voor veel mensen echt veel geld is.’

De sociale rechtshulp staat onder druk. Op de eerste dag van deze maand protesteerden advocaten bij de Tweede Kamer tegen de lage vergoedingen voor toevoegingszaken. Dat de nood hoog is, staat vast, onderschrijft De Wolff. Zij wijst er ook op dat hoge drempels de toegang tot het recht belemmeren. ‘Niet alleen de eigen bijdrage vormt een obstakel. Voor veel problemen worden advocaten niet meer toegevoegd. Het belang moet minimaal 500 euro zijn, voor veel mensen een vermogen. Ik zou willen dat mensen met een combinatie van financiële, juridische en sociale problemen, ergens terechtkunnen voor goede hulp, inclusief rechtshulp, zonder de belemmering van de eigen bijdrage. Het huidige systeem zorgt voor afhakers in de samenleving, die gewoon niet meer geloven dat de overheid er voor hen is. Dat vind ik zorgelijk.’

Diana-de-Wolff

Begin februari sprak De Wolff haar oratie Het belang van een goede rechtsbedeling uit. ‘De context waarbinnen advocaten aan de kernwaarden invulling geven, verandert keer op keer, maar het doel niet. Dat is de goede rechtsbedeling.’

De Wolff volgde vorig jaar april Britta Böhler op als bijzonder hoogleraar advocatuur binnen het Amsterdam Center on the Legal Professions (ACLP) van de Universiteit van Amsterdam. Voelt ze zich het geweten van de advocatuur? ‘Dat is een beetje heel pretentieus. Voortbouwend op de traditie heb ik wel de keuze gemaakt om me met beroepsethiek bezig te houden, en daar word ik nu ook op aangesproken. Maar ik geloof in bijna achttienduizend gewetens binnen de balie. Advocaten moeten gewetensvol hun werk doen, hun aanpak verantwoorden en zich houden aan de normen van het vak. Tegelijkertijd weet ik ook hoe ingewikkeld de praktijk kan zijn. En hoe je soms een beslissing neemt waarvan je later denkt: was dit nou verstandig?’

Optimisme

Rechtzoekenden weten vaak niet wat ze van hun advocaat mogen verwachten, zegt De Wolff in haar oratie. Wat kunnen advocaten doen om deze verwachtingen te managen? ‘In mijn oratie kom ik niet met een spoorboekje van: zo moet het. Maar wat ik vaak zie, ook bij het hof van discipline, dat advocaten niet goed vastleggen wat de kansen, verwachtingen en risico’s zijn. Wat de procedure gaat kosten en wat alternatieven zijn voor procederen.’

Als ander punt van verwarring noemt De Wolff het feit dat cliënten vaak te optimistisch zijn over hun situatie. ‘Het zit in de mens om eerder optimistisch dan pessimistisch te zijn. Daar zal Darwin wel een verklaring voor hebben. Een cliënt die hoort dat iets verdedigbaar is, denkt de zaak te gaan winnen. Terwijl hij eigenlijk de conclusie moet trekken dat hij het beter maar niet kan doen. Een advocaat moet zijn cliënt ook tegen zichzelf in bescherming nemen, zeker de incidentele rechtzoekende, en heel duidelijk zijn in de communicatie met cliënten.’ Zelf heeft De Wolff als advocaat de gewoonte haar oordeel over de kansen van een zaak op te schorten tot ze een beeld heeft van de beleving van de wederpartij, vertelt ze. Ze belt met de advocaat van de andere partij, of leest brieven waarin de standpunten van de andere partij naar voren komen. ‘Dat is die onafhankelijkheid die je hebt ten opzichte van je cliënt. Dat je niet helemaal meegaat in zijn of haar verhaal. Je hebt de verplichting goed te onderzoeken waar jouw cliënt op uit kan komen en hem of haar zo reëel mogelijk te adviseren.’

Incidentele rechtzoekende

De publieke opinie, zo lijkt het, is in toenemende mate kritisch over advocaten en de manier waarop zij cliënten bijstaan, betoogt De Wolff in haar rede. ‘Ik hoor, zeker sinds mijn benoeming vorig jaar, veel kritiek op advocaten en de manier waarop zij cliënten bijstaan.’ Advocaten worden gezien als duur en als onnodig polariserend. De Wolff: ‘Niet onterecht. Er is, ook onder advocaten, een onderhuids gevoel van: veel advocaten zijn vakinhoudelijk goed, zelfs uitstekend, maar is procederen nog wel van deze tijd? Procedures duren lang, kosten veel geld en de uitkomst is onzeker. Mensen willen snel een duidelijke oplossing voor hun probleem. Procedures brengen vooral slapeloze nachten, zeker voor de incidentele rechtzoekende.’

Tegelijkertijd kunnen procedures waardevol zijn, omdat ze maatschappelijke ontwikkelingen in recht kunnen vertalen, zegt De Wolff. ‘Rechtszaken kunnen, omgekeerd, bijdragen aan een maatschappelijk debat, denk aan de aangifte van Bénédicte Ficq tegen de tabaksindustrie. Procederen kan daarnaast soms kansloos lijken, maar toch van belang zijn voor de rechtzoekende zelf.’ De Wolff noemt de promotie van Tamara Butter, vorige maand, waarbij zij in de promotiecommissie zat. Butter onderzocht de drijfveren van asieladvocaten om procedures aan te spannen die niet kansrijk zijn. ‘Dan krijg je een hele waaier aan antwoorden. Ook in de trant van: ik heb het maar gedaan, want mijn cliënt stond op de wachtlijst voor een operatie die hij in het land van herkomst vast niet kan krijgen. Een opportunistische reden om een cliënt langer in Nederland te houden, maar tegelijkertijd kun je je voorstellen dat je als asieladvocaat denkt: op deze manier kan ik in elk geval nog iets betekenen voor mijn cliënt.’

Verschillende rolbenaderingen

In haar oratie verwijst De Wolff naar vier archetypen van advocaten, geïnspireerd door de rijke Angelsaksische literatuur over beroepsethiek van advocaten. Ze noemt ‘de wolf’, ‘de conciërge’, ‘de verbinder’ en de ‘actievoerder’. Advocaten kunnen, door zich bewust te zijn van hun rolopvatting, zichzelf duidelijker neerzetten en cliënten beter adviseren over verschillende opties en de kansen en kosten, volgens De Wolff.

De wolf ‘is de advocaat die zich krachtig, als een roofdier vastbijt in de zaak van de cliënt, en diens belangen eenzijdig dient, ongeacht de gevolgen voor derden’. Deze advocaat staat moreel neutraal tegenover de doelen van de cliënt, ook als deze maatschappelijk ongewenst zijn.

De conciërge ‘kent alle kamers en de geschiedenis en alle renovaties van het gebouw van het recht. Hij/zij weet waar de gebreken zitten en weet van alle ruimtes wat de functie is’. Deze advocaat zal cliënten proberen af te houden van gedrag dat misschien wel rechtmatig is, maar niet rechtvaardig.

De verbinder streeft naar duurzame oplossingen die de relaties van de cliënt zo min mogelijk schade toebrengen.

De actievoerder is uit op een verandering van het recht, bijvoorbeeld door de rechter ervan te overtuigen verouderde of ondoordachte regelingen buiten werking te stellen.

Welke rolbenadering past het meest bij Diana de Wolff als advocaat? ‘Ik schik zaken bij voorkeur op zo’n manier dat partijen snel verder kunnen met hun leven of met hun bedrijf. Maar het hangt ook van de context af. Soms zul je, bijvoorbeeld omdat je tegenover een machtige wederpartij staat die alles uit de kast haalt, flink tegengas moeten geven. In het strafrecht bijvoorbeeld ligt de rol van de wolf voor de hand, hoewel herstelrecht steeds meer aandacht krijgt. Soms, bijvoorbeeld door de invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz) rijzen rechtsvragen die in het belang van de rechtsontwikkeling zelfs tot en met de Hoge Raad uitgeprocedeerd moeten worden. De politiek heeft er verder een handje van om regels te maken die niet voldoen aan fundamentele principes van wetgeving. Dan is het goed dat er advocaten zijn die daartegen ageren.’

Big data

Technologische innovaties veranderen de juridische beroepen in sneltreinvaart, denk aan de robotrechter, die volgens sommigen rond 2030 rechtspreekt. Volgens de hoogleraar is het gebruik van big data en de werking van algoritmen in de juridische wereld een kwestie waarover een publiek debat moet worden gevoerd, waarin de juridische beroepsgroepen het voortouw moeten nemen. ‘De uitleg en toepassing van de wet mogen in een democratische rechtsstaat geen commerciële business worden. Kijk naar het e-Court. Daar wordt winst gemaakt door automatisch zogenaamde vonnissen te genereren in concurrentie met de rechtspraak.’

Rechtspraak, benadrukt De Wolff, is een klassieke overheidstaak. ‘Het recht op een eerlijk proces veronderstelt een overheidsrechter die onafhankelijk is en niet door winstmotieven wordt gedreven.’ Niettemin kan kunstmatige intelligentie juridische professionals ook helpen, zegt De Wolff. ‘Denk eens aan de ontwikkeling van het Europese recht, dat wordt langzamerhand zo complex, dat we met oude, ambachtelijke wijze van informatie vergaren en analyseren tekortschieten. Naarmate de algoritmen intelligenter worden, krijg je meer en beter bruikbare informatie. Maar ik blijf vinden dat uiteindelijk mensen van vlees en bloed met empathie en gevoel voor rechtvaardigheid een zaak moeten beslissen.’


Over Diana de Wolff

De Wolff is opgegroeid in Soest. Haar beide ouders waren makelaar, met kantoor aan huis. Na haar rechtenstudie begon ze in 1983 als sociaal advocaat in een Arnhemse rechtshulppraktijk.

Na tien jaar als advocaat werkzaam te zijn geweest, maakte ze een uitstap naar de Tweede Kamerfractie van GroenLinks, waar ze als beleidsmedewerker op het gebied van sociale zaken en werkgelegenheid werkte. Daarbij werkte ze een dag in de week aan haar proefschrift over de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Vijf jaar later keerde ze weer terug naar de advocatuur, als arbeidsrechtadvocaat bij Stadhouders Advocaten in Utrecht. Bij dit kantoor werkt ze nog steeds. Daarnaast is ze raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Den Bosch.

Voor GroenLinks bleef ze actief. Tussen 1999 en 2007 was ze lid van de Eerste Kamer en woordvoerder justitie en sociale zaken en werkgelegenheid.

De Wolff was tussen 2008 en 2013 lid van de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten. Vanaf 2015 was De Wolff advocaat-lid van het hof van discipline. Deze functie heeft ze eind 2017 neergelegd. ‘Als hoogleraar moet ik vrij zijn om commentaar te geven op de ontwikkeling van het tucht- en gedragsrecht. Dan moet ik niet zelf deel uitmaken van het tuchtcollege.’

Beeld: Ronald Brokke


Dit artikel is ook verschenen in het Advocatenblad van februari 2018. De hele editie is hier te lezen.

Buitenfoto-Bien-2

Sabine Droogleever Fortuyn

Redacteur

Profiel-pagina
Advertentie