Uit het onderzoek blijkt dat Nederland door de strenge eisen achterloopt op de drie andere onderzochte landen. Hoewel de regeling rondom kroongetuigen vooral was bedoeld om kleinere ‘pionnen’ tot medewerking te bewegen, zijn het volgens het rapport juiste de verdachten van zware delicten die van de kroongetuigenregeling profiteren.

Verder blijkt het aanbod van justitie niet altijd aantrekkelijk genoeg om mee te werken. Zo kan Nederland, in tegenstelling tot de andere onderzochte landen, strafoplegging niet geheel achterwege laten. Het huidige maximum ligt op de helft van de geëiste straf. Ook een financiële tegemoetkoming is momenteel niet toegestaan.

Daarnaast blijkt de bescherming van de getuige en zijn familie en met name de controle daarop een heikel punt.

Wettelijke regeling

Nederland kent sinds 2006 een wettelijke regeling voor het doen van toezeggingen aan getuigen ten behoeve van de opsporing en vervolging van strafbare feiten. In juli 2013 stuurde de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie een brief aan de Tweede Kamer waarin hij aangaf het noodzakelijk te vinden om de kroongetuigenregeling uit te breiden het in het kader van de effectieve bestrijding van georganiseerde criminaliteit.

De onderzoekers pleiten ervoor om de huidige regeling nog eens onder de loep te nemen en te kijken hoe eerdergenoemde juridische en praktische drempels kunnen worden weggenomen. Ook is versterking van de controle op afspraken met de kroongetuige nodig.

Het gehele rapport is hier te raadplegen.

CU1

Sylvia Kuijsten

Redacteur (tot 01-01-2019)

Profiel-pagina
Advertentie