Kweekschool van Jantjes van Leiden
Geelkerken Linskens Advocaten, Noordeinde 2a te Leiden
Voormalige bestemming: Kweekschool voor de Zeevaart 

GLAdvocaten_11_preview
Beeld door: Jiri Büller

Geelkerken Linskens Advocaten is van oudsher een Leids kantoor en had tot maart 2003 de hoofdvestiging aan het statige Rapenburg. Hoewel een schitterende locatie, had de oude locatie een paar nadelen, waarvan het feit dat je er niet ‘effectief met elkaar kon samenwerken’ nog wel het grootste was, vertelt advocaat Rob Lever. Het pand aan het Noordeinde 2a stond voor het grootste gedeelte leeg, alleen op de begane grond huisde nog een verloskundigenpraktijk. ‘We hebben er in die tijd een optie op genomen, maar de toenmalige wethouder wilde een publieke functie voor het pand en wilde niet met ons in zee.’ Dat veranderde toen rond 2001 het Modelbouwmuseum, de huurder die wel voldeed aan een ‘publieke functie’, het pand verliet. ‘Wij hebben in de tussentijd wel verder gezocht, maar konden niets geschiktst vinden. Toen het pand leeg kwam hebben wij onze vinger opgestoken en heeft de gemeente het pand alsnog aan ons verhuurd.’ 

Ook de verloskundigenpraktijk was inmiddels verhuisd en Geelkerken Linskens kon na een fikse verbouwing intrek nemen in de voormalige Kweekschool voor de Zeevaart, waar de ‘Jantjes van Leiden’ met tucht en discipline werden gevormd tot keurige matroosjes. ‘Het heeft een jaar lang in de steigers gestaan. We hebben onder andere alle tussenmuren weggehaald. Dat waren geen monumentale muren, want het gebouw beschikte van oorsprong ook over grote leszalen.’ Een ‘probleem’ was de verbouwing van de steile trap, die speciaal was gemaakt om de toekomstige matrozen te laten oefenen voor de smalle treden en steile trappen op een schip. Leuk, maar niet echt praktisch. ‘We hebben een architect ingeschakeld voor een heel nieuw trappenhuis, maar dat kon niet want de trap bleek een monumentaal onderdeel van het pand te zijn. Daar moesten we omheen werken. Nu hebben we naast de trap ook een lift en zijn we inmiddels zelf behoorlijk aan de smalle treden gewend.’ 

De kweekschool,die in 1855 in een ander pand werd geopend, werd in 1878 helemaal herbouwd op de huidige locatie. Het is een bekende locatie in Leiden en komt zelfs terug in een aantal boeken over de ‘Jantjes van Leiden’. Lever: ‘Vraag je een Leidenaar naar het pand aan het Noordeinde, dan weten ze dat vaak niet, maar als je ze vraagt naar de Zeevaartschool, dan weten ze het direct.’ Tot 1914 werd er, zoals Lever het omschrijft ‘de vagebonderige straatjeugd orde en tucht bijgebracht’. Later diende het gebouw een aantal andere, publieke bestemmingen en was er in de jaren zeventig onder andere de Rechtswinkel gevestigd, waar Lever in zijn studententijd als rechtswinkelier zijn eerste stappen in het juridische werkveld betrad. 

Domein van kantonrechters
Gitte Stevens Advocatuur, Kapellerlaan 15 te Roermond
Voormalige bestemming: onder andere het Arbeidsbureau, het NIFP en het Kantongerecht 

Jp7385-05_preview
Beeld door: Jan-Paul Kuijt

Samen met twee andere kantoren – Acda & Vanoka Advocaten en Hameleers & Heemskerk Advocaten – houdt strafrechtadvocaat Gitte Stevens sinds mei 2016 kantoor in het gebouw van het voormalige kantongerecht in Roermond. De rijksmonumentale kantoorvilla aan de Kapellerlaan 15, gebouwd in 1888 als herenhuis in opdracht van een vooraanstaande familie, ligt niet ver van het oude kantoor van Stevens op nummer 40, waar zij met de maatschap HBS Advocaten zat. ‘Dat was ook een rijksmonument, een retraitehuis. En het was een school waar meisjes van rijke gezinnen heengingen om van de nonnen te leren hoe ze een goede echtgenote en huisvrouw moesten zijn.’ Toen de maatschap uiteenging, bleek het pand op nummer 40 te groot. Stevens had haar oog toen al laten vallen op de locatie waar ooit het kantongerecht huisde. Uiteindelijk kwam dat het pand te huur te staan en Stevens ondernam direct actie. ‘Ik heb wat rondgevraagd en rondgeduwd en uiteindelijk heb ik degene die dit pand gekocht had op zijn vakantie laten bellen met de boodschap: ik ga dit huren. De locatie is groot genoeg, staat midden in het centrum van Roermond en heeft een prachtige uitstraling. Het is imposant, met hoge, bewerkte plafonds. Wat ik ervan weet, is het gebouwd in de stijl van het traditionalisme en eclecticisme. Dat laatste moest ik trouwens wel even opzoeken.’ 

Volgens Stevens past het statige pand goed bij haar visie over hetgeen een advocatenkantoor zou moeten uitstralen. ‘Zo’n statig pand bekrachtigt dat je als advocaat ook echt ergens voor staat. Als advocaat of notaris ga je niet ergens achteraf in een flatje zitten.’ 

Vanbinnen paste ze haar kantoor aan naar haar eigen wensen en richtte ze alles strak in. Alles is zwart-wit, en die kleurstelling komt ook terug in de huisstijl van het kantoor en op de website. Een ingrijpende verbouwing was niet nodig toen Stevens, samen met haar secretaresse, twee jaar geleden haar intrek nam in het pand – dat bij de ‘echte Roermondenaars’ nog altijd bekendstaat ‘als het oude arbeidsbureau’. Een aantal karakteristieke elementen die nog herinneren aan de tijd dat het pand dienstdeed als kantongerecht, zijn bewust behouden. Stevens: ‘Zo hebben we geen vergaderzalen, maar nog altijd “zittingszalen”. De oude naamplaatjes hebben we namelijk laten hangen. Ikzelf heb hier trouwens nooit gepleit aangezien ik alleen strafzaken doe.’ 

Voormalige Achterhoekse pastorie 
Grootjans Advocaten, Prins Hendrikstraat 38 te Doetinchem
Voormalige bestemming: pastorie van de rooms-katholieke kerk O.L. Vrouw ten Hemelopneming (‘Paskerk’) 

2018-05-09_Grootjansadvovaten_panorama_preview
Beeld door: Carlo Stevering

Grootjans Advocaten, het kantoor van Henk Grootjans, zat zo’n negen jaar geleden tegenover de Paskerk in Doetinchem. Het toenmalige pand stamde uit 1937 en was vroeger een bakkerij, maar werd te klein voor het advocatenkantoor in de Achterhoek. ‘We hebben overlegd over waar we naartoe wilden; of naar een zakelijk industriepand of naar iets aardigs, naar hetzelfde soort pand,’ vertelt Grootjans en verwijst met ‘naar iets aardigs’ natuurlijk al naar waar de voorkeur naartoe ging. 

Toeval wilde dat Grootjans en zijn echtgenote, die ook werkzaam is bij het advocatenkantoor, tijdens hun lunchwandeling werden aangesproken door de bestuursleden van de kerk. De familie was een goede bekende van het kerkbestuur. Het bleek dat er naar een ‘geschikte huurder’ werd gezocht voor de pastorie. ‘Het is een bekend fenomeen dat de kerken leeglopen en het bestuur zocht naar een andere bestemming, maar wilde niet zomaar van alles in de pastorie zetten. Een notariskantoor of een advocatenkantoor vonden ze dus wel geschikt en daarbij kenden ze ons en wisten ze wat voor vlees ze in de kuip hadden.’ De vraag was of het kantoor er misschien belang bij had om de oude pastorie te huren. ‘Daar hebben we al met al zo’n halfuur over hoeven nadenken.’ 

De pastorie, inmiddels een rijks­monument en gebouwd in 1934, werd van binnen ‘geüpgraded’ naar een meer zakelijke inrichting, de buitenkant bleef intact. Daar mocht niets aan worden veranderd. ‘We hebben nog wel een receptie gebouwd, dat mocht nog net van de monumentenwacht. En we hebben de gipsplafonds, waar nog stro achter zat, gerenoveerd. Ook hebben we een deel van het pand in de oude stijl hersteld. Zo hebben we een wachtkamer met een open haard en met houten lambrisering, maar wel voorzien van moderne meubels. De kerkgang, waar vroeger de pastoor doorheen ging om in de kerk te komen, is er nog wel, maar die is afgesloten.’ De kerk is nog gewoon in gebruik. Het is de enige parochiekerk in de omgeving waar nog missen worden gehouden. ‘We hebben goede afspraken gemaakt met het kerkbestuur, bijvoorbeeld over de parkeergelegenheid als er een uitvaart is.’ 

Volgens Grootjans is de omgeving waarin je werkt, belangrijk. ‘Ik heb altijd gezegd tegen de mensen die hier komen werken dat er maar één ding belangrijk is, en dat is dat je plezier hebt in je werk. Dan komt de rest vanzelf. En aan dat plezier draagt de ruimte waarin wordt gewerkt zeker bij. De locatie van een kantoor bepaalt mede de sfeer.’ 

Paardenstallen van de cavalerie 
Anderz Advocaten, Blokstallen 2b te Bergen op Zoom
Voormalige bestemming: militair stallencomplex 

CKF_Advocatenblad_Anderz_Advocaten_BOZ-3_preview
Beeld door: Christian Keijser

Katelijne Baas vormt samen met Linda Prop ‘Anderz Advocaten’ en met zo’n naam kan het natuurlijk niet anders dan dat het kantoor gevestigd is een eigenzinnig pand. ‘We waren op zoek naar  een mooie locatie maar het bleek lastig om iets te vinden dat volledig paste bij hetgeen we als kantoor voor ogen hadden,’ vertelt Prop. We hielden onze ogen en oren open, maar waren niet snel enthousiast. Bij het plan voor de Blokstallen waren we dat wel. Een pand moet “iets” hebben en het moest voor ons juist geen heel zakelijke uitstraling hebben. Hoe je je kantoor inricht moet passen bij hoe je je werk doet.’ 

Baas vult aan: ‘Dit is een centrale locatie in een oud pand dat is gemoderniseerd, maar waarin bewust de oude accenten zijn behouden. Dat maakt het pand uniek. Wij zitten met ons kantoor achterin het gebouw, in een eigen, aparte kantoorruimte. Op ons kantoorgedeelte zit nog een extra verdieping met een vide waardoor je van bovenaf heel mooi naar het centrale gedeelte beneden kunt kijken. Als je dan naar beneden kijkt, zie je ook nog de lampenkappen met ons logo erop.’ Over de inrichting van de locatie is dus duidelijk nagedacht. Volgens Baas en Prop herkennen bezoekers de kernwaarden van het kantoor – onder andere ‘jezelf zijn’, eigenzinnigheid’ en ‘transparantie en toegankelijkheid’ – in de inrichting en de locatie. ‘Als mensen hier komen, dan zeggen ze vaak dat het hier precies past bij hoe wij ons naar buiten toe presenteren. De visie en de locatie matchen,’ aldus Prop. 

Het advocatenkantoor deelt de locatie – als stallencomplex van de garnizoensstad Bergen op Zoom en onderdeel van de cavalerie gebouwd in 1745 – met andere bedrijven. Dit zorgt voor een interessante kruisbestuiving. ‘Er worden geza­men­lijke borrels georganiseerd en we hebben contact met alle partijen. Je probeert waar dat nodig is iets voor elkaar te beteken. En dat geldt andersom ook. Als je merkt dat iemand een andere dienst nodig heeft, dan verwijs je diegene,’ legt Prop uit. 

Baas kent de Blokstallen nog vanuit haar schooltijd in Bergen op Zoom. ‘Vroeger zat hier het gemeentearchief. Ik ben hier wel met school geweest, als je voor een vak bijvoorbeeld moest gaan uitzoeken waar je achternaam vandaan kwam.’ 

Hoewel er nog geen concrete plannen voor uitbreiding zijn, biedt de locatie wel genoeg mogelijkheden voor groei. Baas: ‘We kunnen hier wel met z’n tienen zitten, als dat nodig is.’ 

Instituut uit koloniaal verleden 
Prakken d’Oliveira, Linnaeusstraat 2a te Amsterdam
Eigenlijke bestemming: onderdeel van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) 

high-res_Advocatenblad_Michiel-Pestman-_MG_9194-bewerkt_preview
Beeld door: Michiel Pestman

Net als een aantal andere bedrijven huurt advocatenkantoor Prakken d’Oliveira ruimte in het statige gebouw aan de Amsterdamse Linnaeusstraat waar ook het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) gevestigd is. Inmiddels gaat het kantoor zijn derde jaar in het KIT in, dat volgens advocaat Michiel Pestman even in financieel zwaar weer verkeerde toen de overheid enkele jaren geleden besloot te korten op de subsidies. ‘Daarom werd besloten om een groot deel van het gebouw te verhuren aan bedrijven.’ 

Maar je komt niet ‘zomaar’ in het KIT. Het instituut zocht met name huurders die werk maakten van maatschappelijk verantwoord ondernemen en andere bedrijven daarbij hielpen. ‘In dat plaatje pasten wij. Ons kantoor doet veel mensenrechtenzaken en procedeert veel over de grens. Die mensenrechten zijn een bindende factor. We zijn een van de weinige kantoren die dat op de ­voorgrond zet.’ 

In de Tweede Wereldoorlog huisden zowel delen van het verzet als de bezetter in het in 1926 opgeleverde pand, dat beschikt over een ondergrondse bunker. ‘Het is een gebouw met een bewogen geschiedenis,’ omschrijft Pestman het. ‘Het was niet onomstreden toen het werd gebouwd. Het werd gebouwd op een oude begraafplaats en was toen niet modern genoeg. Ik vind die ratjetoe van het gebouw juist heel charmant. Er is veel aandacht voor detail in de beeldhouwwerken en schilderijen.’ 

Het kantoor van Prakken d’Oliveira huisde eerst in een voormalig herenhuis aan de Keizersgracht, maar liep daar al snel tegen allerlei praktische problemen op die gepaard gaan met een ‘premium’ locatie in de Amsterdamse binnenstad. ‘Het was heel moeilijk bereikbaar, en heel druk. Ook wij hadden last van de vele toeristen. Eigenlijk is het helemaal niet voor de hand liggend om op zo’n locatie te gaan zitten. Dit is een veel prettiger pand en een veel inspirerender omgeving.’ 

Een van de ‘geheimen’ van het pand ligt volgens Pestman achter het gebouw, in het Oosterpark. ‘Het park is opgeknapt en het instituut hoort nu weer echt helemaal bij het park, waar ook een prachtig café-restaurantje zit, waar je in de zomer heerlijk in het zonnetje kunt lunchen. Daarbij zitten we op het randje van de chique Plantagebuurt en vlak bij de Dapperbuurt, die volop in ontwikkeling is.’ 

Verhuizen hoeft Pestman nooit meer. ‘Het is zo’n groot gebouw dat je er elke keer wel weer iets nieuws aan ontdekt. Laatst nog kwamen er allemaal schilderingen achter het stucwerk in de ­kelder vandaan.’ 

Werken en wonen op landgoed Beekwolde
Van Westerveld Advocaten – Terwoldseweg 1, Twello
Voormalige bestemming: burgemeesterswoning, hotel-restaurant ‘De witte brug’, Franse meisjesschool, internaat

Beekwolde-Twello

Hij mag zich officieel ‘landheer’ noemen nu het pand waar hij sinds 2008 woont en kantoor houdt, de status van NSW-landgoed kreeg. Die formele titel is wat Jaap van Westerveld betreft, te verwaarlozen. Waar het om gaat, is de prachtige locatie. ‘Als ik buiten ben, dan geniet ik echt. Dan zie ik de ijsvogels over de vijver vliegen. De beste ideeën doe ik op als ik buiten op het landgoed ben.’

Die Natuurschoonwet-status heeft wel wat voeten in aarde gehad. ‘Het heeft 4,5 jaar procederen geduurd, tot aan de Raad van State toe voordat we eindelijk de officiële toekenning kregen.’ De erkenning is nodig om subsidie te krijgen voor het onderhoud van het landgoed. Wel erg handig dus, dat Van Westerveld zelf advocaat is en gespecialiseerd is in het bouwrecht.

In de krant las Van Westerveld dat het landgoed te koop kwam. ‘Ik huurde toen een ruimte in een kantoortoren in Deventer, een toplocatie dichtbij het station. De huur was hoog en de accountant had al eens gezegd dat ik moest gaan kijken of ik niet wat kon kopen.’ De financiering kreeg hij snel rond met de bank. De economische crisis moest nog komen.

Het pand, dat in 1872 als woonhuis werd gebouwd en onderdeel uitmaakt van de landgoederengordel in Twello, kent tal van originele elementen, zoals marmeren vloeren en lambrisering. De favoriete plek van Van Westerveld is de oranjerie die rond 1953 aangebouwd werd en als eetzaal van toenmalig hotel-restaurant ‘De witte brug’ dienst deed.

In zijn onderzoek naar de geschiedenis van het landgoed kwam Van Westerveld tot de ontdekking dat het hotel-restaurant meer een soort verzorgingshuis was.‘Niet waar je nu aan denkt als je het hebt over een hotel, in dit hotel zaten de gasten jarenlang. Het was een bejaardenoord voor rijke ouderen. Iets wat je tegenwoordig steeds meer ziet. Ook is het een internaat geweest en heeft het als opslagruimte gediend voor hulpgoederen die moesten worden overgebracht naar Zeeland, na de watersnoodramp. De toenmalige voorzitster van het Nederlandse Rode Kruis woonde destijds op het landgoed.’

Over de toekomst is Van Westerveld helder. Als hij met pensioen gaat, is het op enig moment financieel niet meer haalbaar om op het landgoed te blijven wonen. ‘Dan kan ik terugkijken op een fantastische tijd op een prachtige plek waar onze kinderen hebben mogen opgroeien.’

Dit is een ‘levend artikel’, dat wil zeggen dat er steeds nieuwe delen aan worden toegevoegd. Heeft u ook een historisch pand in gebruik als advocatenkantoor? Stuur een e-mail met foto naar redactie@advocatenblad.

Olga Hoekstra

Profiel-pagina
Advertentie