De rechten van slachtoffers in het strafproces zijn de afgelopen jaren gestaag uitgebreid. Die uitbreiding heeft vaak discussie uitgelokt tussen voor- en tegenstanders. Dat is terecht, want het betreft tamelijk fundamentele wijzigingen van het strafproces. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de uitbreiding van het spreekrecht. Sommigen zien dat als een versterking van de rechtsstaat, anderen stellen dat de rechten voor het slachtoffer veel te ver gaan. 

In artikel 51a sub 1 Sv treffen we de definitie aan van het begrip ‘het slachtoffer’. In de praktijk is het echter moeilijk dit ‘slachtoffer’ nader te duiden. Waar de een enkel uit is op genoegdoening, wil de ander niets liever dat het weer wordt zoals het was. De een wil zijn of haar verhaal doen, de ander durft dit niet. Sommige slachtoffers willen de hoogst mogelijke schadevergoeding (lees: vergelding), anderen gaat het om het overbrengen van de gevolgen van het strafbare feit. 

Het is van belang dat het slachtoffer – net als de verdachte – goede juridische ondersteuning krijgt in het strafproces. Artikel 51c Sv bepaalt dat een slachtoffer zich kan laten bijstaan door een advocaat. 

In ernstige gewelds- of zedenzaken is er vaak in de fase van het informatieve gesprek, in ieder geval voor de aangifte, al een advocaat betrokken. Dit omdat de politie slachtoffers voor juridische ondersteuning doorverwijst naar advocaten die aangesloten zijn bij Stichting LANGZS. Bij deze stichting zijn enkel gespecialiseerde, ervaren slachtofferadvocaten aangesloten. Deze advocaten begeleiden het slachtoffer in de voorfase van het strafproces en – als het Openbaar Ministerie besluit tot vervolging over te gaan – naar en op de zitting. 

Dat maakt ook dat het slachtoffer in dit soort gevallen al vroegtijdig juridische ondersteuning krijgt. 

Spreekrecht

Het spreekrecht is belangrijk voor het slachtoffer. Dat mag ook een plaats krijgen in de rechtszaal. Het gaat immers over het gevolg van het strafbare feit in de beleving van het slachtoffer en het is ook goed dat de verdachte dit zo veel mogelijk (aan)hoort. Strijd met de onschuldpresumptie is niet aan de orde. Het kan zijn dat het slachtoffer de verdachte als dader ziet, maar het blijft uiteindelijk de rechter die hierover beslist. Een rechter die zich, mede door de bijdrage van het slachtoffer, compleet kan laten informeren over de omstandigheden in een zaak. 

Het ideële uitgangspunt van waarheidsvinding is een mooie gedachte voor de rechtspraak. De professionele partijen kleuren deze waarheidsvinding echter al. Zo bepaalt het Openbaar Ministerie de lijn van het dossier en de verdediging wenst een zo goed mogelijke uitkomst voor de verdachte. Ook als dit vrijspraak betekent van iets dat de verdachte mogelijk wel heeft gedaan. Zo heeft ieder heeft zijn rol in het proces. 

De discussie aangaande de versterking van de positie van het slachtoffer ziet met name op de uitbreiding van het spreekrecht. Er wordt gevreesd voor onbegrensde emotionele betogen, met mogelijk de beïnvloeding van de rechter tot gevolg. Ook wordt aangegeven dat als slachtoffers zich uit laten over het bewijs en de strafmaat, dit niet bijdraagt aan het proces. Het beeld wordt geschetst dat slachtoffers de verdachte altijd aan de hoogste boom willen hangen. Niets is minder waar. 

De meeste slachtoffers erkennen echt wel het recht van de verdachte op een ‘fair trial’, waarin met professionele distantie moet kunnen worden geprocedeerd over aspecten als verzachtende omstandigheden en strafmaat. Anders gezegd, het als dader beschouwen van sommige verdachten staat nog niet gelijk aan het onmiddellijk starten van een lynchpartij. 

Niet zelden is er bovendien sprake van een bekende verdachte en wenst het slachtoffer niets anders dan herstelbemiddeling, hetgeen ook mogelijk kan worden gemaakt gelet op het bepaalde in artikel 51h Sv. Ook dit is een mooie bijkomstigheid in de ontwikkeling van de rechten van het slachtoffer, hetgeen ook in het belang kan zijn van de verdachte. 

Strafmaat

Als het gaat om het uitspreken over het bewijs en de strafmaat geldt overigens ook dat het gros van onze cliënten geen idee heeft wat ze hierover moeten opmerken. Vaak komt dit onderdeel dan ook voor rekening van de advocaat. De advocaat heeft kennis kunnen nemen van het dossier en kan zich hierover deskundig uitlaten. De voorkeur verdient dat het een en ander vooraf is overlegd met de officier van justitie. Daarom strekt ook de aanwezigheid van de slachtofferadvocaat tot aanbeveling bij het ‘voorgesprek’ dat het slachtoffer met de officier van justitie heeft. Het slachtoffer vindt namelijk niet automatisch een bondgenoot in het Openbaar Ministerie. Soms is dat verklaarbaar en terecht, maar heel vaak is het voor een slachtoffer een moeilijk verteerbare teleurstelling. 

Net als bij de verdachte heeft het geen zin om gouden bergen te beloven aan het slachtoffer. Dat is ook niet onze taak als slachtofferadvocaat. Wij informeren het slachtoffer over de kans van slagen van een strafprocedure, hetgeen in zedenzaken vaak moeilijk ligt. Dit kan leiden tot teleurstellingen bij het slachtoffer. Slachtofferhulp kan hierbij een waardevolle ondersteuning bieden, maar het zou goed zijn als de slachtofferadvocaat vaker wordt betrokken om uitleg te kunnen geven in het juridisch proces. 

Slachtoffers zijn niet uit op veroordeling van een willekeurige verdachte. Slachtoffers ontlenen slechts genoegdoening aan veroordeling van de juiste verdachte: de dader. Een vrijspraak kan frustrerend zijn voor het slachtoffer, maar die frustratie doet zich ook voor bij slachtoffers die buiten de procedure gehouden worden. Slachtoffers die dankzij de verworven slachtofferrechten nauw(er) betrokken zijn bij de strafzaak, hebben meer begrip voor de einduitspraak, hoe die ook luidt. 

Een slachtofferadvocaat kan hierin een dankbare rol spelen in het gehele proces. 


Viviënne van de Port is sinds 2011 advocaat bij OMVR in Harderwijk, Maarten de Klerk werkt sinds 2003 bij Haagrecht Advocaten in Den Haag en is bestuurslid van LANGZS.