Mr. X had de werkgever van zijn cliënte gedagvaard voor niet vergoede studiekosten van € 5.310 plus een riedeltje extra’s, waaronder buitengerechtelijke incassokosten. Kort voor het aanbrengen stelde hij voor de zaak te schikken voor € 6.349,22. Volgens mr. X een willekeurig bedrag, maar om het voor de wederpartij acceptabeler te maken had hij het toch ‘enigzins gerelateerd’ aan een rekensom waarin de juridische kosten op zo’n € 1.000 uitkwamen.

De wederpartij ging zowaar akkoord. In de schikkingsovereenkomst stonden de incasso- en proceskosten niet meer gespecificeerd.

Met dit mooie resultaat zette mr. X zich aan het declareren van de toevoeging. Hoe moest hij antwoorden op de vraag of er recht bestond op vergoeding van rechtsbijstand? Hij overlegde vijf minuten met zijn patroon en beantwoordde de vraag met ‘nee’. De cliënte schreef hij een e-mail: ‘Zoals we telefonisch bespraken, heb je erg gunstig geschikt (…) Daarom ben ik zo vrij je enkele kadotips mee te geven. Het zijn allemaal arbeidsrecht gerelateerde boeken (…) Met al deze boeken zou je mij (en volgende klanten) heel erg blij maken.’

Toen de partner van de cliënte belde wat mr. X nou precies bedoelde, zei hij: ‘(…) jullie hebben € 1.000 te veel gekregen, om het simpele feit dat ik de declaratie creatief heb ge-boekhoud (…) dan zeg ik: ja, in de overeenkomst stond formeel geen vergoeding juridische kosten, dus dan zeg ik gewoon tegen de Raad van Rechtsbijstand van nou er zijn kosten, of er is geen, he, geen vergoeding  rechtsbijstand (…) en dan gaan ze dus niet verrekenen, en dat betekent dat [de cliënte] die € 1000 extra gewoon in de zak kan steken (…) ik zou het leuk vinden als ik daar ook dan in ieder geval ook wat aan heb…’

Tja, met zo’n verhaal – door de partner van de cliënte opgenomen – zullen deken en tuchtrechter achteraf niet licht meer geloven dat je slechts een argeloze, onnozele stagiaire was. Volgens de raad van discipline Arnhem-Leeuwarden had mr. X de Raad voor Rechtsbijstand doelbewust misleid door te doen alsof de wederpartij geen juridische kosten had vergoed. En dan mee willen profiteren met die cadeausuggestie… De indertijd geldende gedragsregel 24 (nu regel 18) verbiedt om in toevoegingszaken andere vergoedingen, in welke vorm van ook, te bedingen. Het werd een berisping.

En de patroon, die mr. X in een gesprekje van vijf minuten advies had gegeven over het declareren van de toevoeging en de cadeautip? Hij was tekortgeschoten in de begeleiding en had daarmee het vertrouwen in de advocatuur schade toegebracht. De patroon kreeg een waarschuwing.

Maar in beide zaken kunnen de heren nog in appel.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie