De veronderstelling dat het aantal verzetszaken naar aanleiding van een OM-afdoening gering zou zijn, blijkt niet te kloppen, komt naar voren in de Evaluatie Wet OM-afdoening. Ook de verwachting dat de inning van de niet-betaalde geldboete minder problematisch zou zijn dan bij de niet-betaalde transactie is niet bewaarheid. Verder is de veronderstelling dat driekwart van de strafbeschikkingen zal worden voldaan niet uitgekomen, dit percentage kwam in 2014 uit op 61 procent.

De Wet OM-afdoening, die de officier van justitie de bevoegdheid geeft om buiten de rechter om straffen op te leggen, is vanaf 1 februari 2008 gefaseerd ingevoerd. Tussen de zomer van 2016 en april 2018 evalueerde de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam de wet in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum.

Capaciteit

Door de Wet OM-afdoening is er bij de rechterlijke macht wel meer capaciteit beschikbaar gekomen voor het afhandelen van zaken die daarvoor meer in aanmerking komen.

‘De overgebleven zaken hebben meer om het lijf. De meeste verdachten die verzet hebben gedaan, verschijnen ter terechtzitting en hebben bovendien een verhaal,’ zo concludeert het rapport.

‘De bevindingen uit de evaluatie zal ik met onder andere het openbaar ministerie bespreken alvorens met een beleidsreactie te komen,’ schrijft minister Grapperhaus in een begeleidende brief 19 juni aan de Tweede Kamer.

Buitenfoto-Bien-2

Sabine Droogleever Fortuyn

Redacteur

Profiel-pagina
Advertentie