De coalitie probeerde via een kort geding bepalingen uit de Wiv buiten werking te stellen. De vorderingen richten zich op bevoegdheden in de Sleepwet die volgens de eisers onrechtmatig zijn en ‘waar grote maatschappelijke weerstand tegen bestaat’.

Deze bepalingen (de artikelen 39 lid 1, 45 lid 1 sub b, 48 lid 1, 64 lid 1 en 89 lid 1 Wiv) zouden buiten werking moeten worden gesteld, of het zou de Staat verboden moeten deze bevoegdheden uit te oefenen totdat de Wiv is aangepast, eiste de coalitie in kort geding.

Niet onmiskenbaar onverbindend

De voorzieningenrechter bespreekt in het vonnis de verschillende artikelen en komt tot de conclusie dat die bepalingen niet ‘onmiskenbaar onverbindend’ zijn. Zo overweegt de president over artikel 48 lid 1 Wiv (onderzoeksopdrachtgerichte interceptie) dat de regeling van die bevoegdheid met voldoende waarborgen en garanties is omgeven.

De NVSA c.s. beramen zich nog op vervolgstappen.