Het begon allemaal in de jaren tachtig, toen een advocaat in de ogen van klager een beroepsfout maakte in een echtscheidingszaak. Voor die fout stelde klager de advocaat en zijn maatschap in 2003 aansprakelijk. In 2012 diende klager een klacht in omdat advocaat en maatschap de aansprakelijkstelling niet voortvarend hadden aangepakt (verder te noemen: de versloffing). Die klacht wordt op 27 januari 2014 door de raad van discipline in Den Bosch niet ontvankelijk verklaard wegens ‘te laat’ (oftewel: verjaard). Het hof van discipline bekrachtigde die uitspraak op 25 augustus van dat jaar.

Twee dagen daarna, op 27 augustus 2014, vroeg klager de deken in het arrondissement Limburg om maatregelen tegen de maatschap te nemen vanwege de versloffing. Het circus begon opnieuw en op 5 januari 2015 werd de klacht door de voorzitter kennelijk niet ontvankelijk verklaard wegens ‘meer van hetzelfde’ (oftewel: ne bis in idem). Klager ging in verzet en de uitspraak werd door de raad van discipline in Den Bosch bekrachtigd.

Op 25 november 2015 meldde klager zich weer bij de deken over de versloffing door die maatschap. Men zou daarbij ook een fundamenteel rechtsbeginsel hebben geschonden. Maar nu was de deken er klaar mee. Het ne bis in idem beginsel verbiedt dat een rechter twee keer naar dezelfde zaak kijkt, aldus de deken. Daarom zal uw klacht niet in behandeling worden genomen. Correspondentie zal worden geretourneerd. Hoogachtend, de deken.

Nu was de deken zelf aan de beurt. Die had de klacht niet onbehandeld mogen laten, vindt klager. En hij krijgt van de raad van discipline in Amsterdam gelijk. De raad verwijst onder meer naar de artikelen 46c en d Advocatenwet. En ja, in lid 3 van artikel 46c staat inderdaad dat elke klacht in behandeling moet worden genomen. De raad laat wel ruimte voor uitzonderingen: de deken moet ‘in beginsel’ met elke klacht aan de slag. Dat over de klacht al herhaaldelijk was beslist kon wel aanleiding zijn om het onderzoek in omvang te beperken, maar geheel buiten behandeling laten: dat ging te ver. Er waren ook geen ‘bijkomende omstandigheden’ die het buiten behandeling laten konden rechtvaardigen.

Klager heeft dan ook eindelijk een gegrond verklaarde klacht. Tot een maatregel tegen de deken kwam het niet, gezien ‘alle omstandigheden’ – waaronder het feit dat de deken intussen klager zijn zin had gegeven en zijn klacht had doorgestuurd naar de raad.

En zo draaien de tuchtrechtelijke molens weer door…

De deken kan nog in appel.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie