Na de zomer is het zover. Dan opent naar verwachting de Netherlands Commercial Court (NCC) zijn deuren aan het IJdok in Amsterdam. De Raad voor de rechtspraak kondigde in september 2015 de NCC aan als een gespecialiseerde (meervoudige) handelskamer van de Rechtbank Amsterdam en het Hof Amsterdam1 voor het voeren van Engelstalige internationale handelsgeschillen voor partijen die dit uitdrukkelijk zijn overeengekomen.

Aanleiding voor de NCC is de observatie dat de Nederlandse rechtspraak steeds minder grote complexe internationale handelsgeschillen beslecht waarbij Nederlandse partijen betrokken zijn. Internationaal opererende Nederlandse partijen kiezen steeds vaker voor buitenlandse commercial courts of arbitrage-instituten in forumkeuzebedingen. Specifieke handelsrechtbanken (commercial courts), die zich uitsluitend bezighouden met geschillen op het gebied van handelsrecht, kent Nederland niet, in tegenstelling tot de ons omringende landen.

De minister van Justitie en de Raad voor de rechtspraak achten de NCC niet alleen noodzakelijk voor de verbetering van de Nederlandse concurrentiepositie, maar ook voor het vestigings- en ondernemersklimaat in Nederland.2 De minister gaat ervan uit dat ‘de NCC zal kunnen bijdragen aan lagere kosten voor Nederlandse bedrijven die dan minder vaak gedwongen worden in andere, vooral dure Angelsaksische, landen te procederen, aan snellere economische processen als gevolg van kortere doorlooptijden, aan een grotere omzet van de hoogwaardige Nederlandse advocatuur.’3

Kenmerken

Voor de totstandkoming van de NCC is een wetswijziging nodig geacht die het mogelijk maakt om in het Engels te procederen en het in rekening brengen van hogere griffierechten om de NCC kostendekkend te maken.4 De Eerste Kamer moet dit wetsvoorstel nog aannemen.

Er is al een NCC-procesreglement (NCCR) opgesteld dat na een informele consultatiefase nog is bijgeschaafd.5 Uit die documenten en uit de presentatie die de Raad voor de rechtspraak over de NCC op haar website heeft gepubliceerd, vallen de volgende onderscheidende kenmerken van de NCC-procedure te destilleren:

  • De zaak wordt behandeld door rechters in meervoudige samenstelling met ervaring in het behandelen van complexe internationale handelszaken.
  • De procedure wordt volledig in het Engels gevoerd.
  • Er is ruimte voor maatwerk in de procedure, bijvoorbeeld op het gebied van bewijsrecht.
  • De NCC hanteert een efficiënte en digitale procedure met moderne communicatiemiddelen en met oog voor de internationale rechts­praktijk.
  • Tenuitvoerlegging in Europese Unie is mogelijk zonder nadere toestemming.
  • Hieronder komen de belangrijkste unique selling points van de NCC nader aan bod.

Ervaren rechters

Voor de NCC wordt een speciale poule van rechters geselecteerd met uitgebreidere ervaring in complexe internationale geschillen. De bedoeling is dat de NCC altijd als meervoudige kamer opereert om optimale kwaliteit te waarborgen. De invulling van de NCC komt uit de bestaande personele capaciteit van de rechtspraak. Voorlopig zijn zes parttime rechters voor de NCC geselecteerd en vier raadsheren voor de Netherlands Commercial Court of Appeals (NCCA) in de aanvangsfase.6

De bevoegdheid van de NCC is in het wetsvoorstel geregeld in artikel 30r Rv en 1.3 NCCR. Er moet sprake zijn van een internationaal geschil: om die vraag te beantwoorden, kan worden aangeknoopt bij het internationaliteitsvereiste in het internationaal privaatrecht. Kortgezegd is er sprake van een internationaal geschil als een geschil aanknopingspunten heeft met meer dan een rechtsstelsel. Slechts als alle relevante aanknopingspunten wijzen naar één land is er sprake van een intern geschil. Uiteindelijk is het natuurlijk de rechter die de aanknopingspunten weegt.7

Kantonzaken zijn vooralsnog uitdrukkelijk uitgezonderd van de bevoegdheid van de NCC.

Engels

In de internationale handelspraktijk is de Engelse taal de voertaal, zowel bij grote als kleine bedrijven. Hierdoor willen partijen ook hun geschilbeslechting het liefst volledig in het Engels voeren. Als partijen nu volledig in het Engels willen procederen dan moeten ze kiezen voor arbitrage of een Engelstalige buitenlandse overheidsrechter. De kosten voor advocaten en deskundigen zijn in Nederland relatief beperkt in vergelijking met landen als Engeland en de Verenigde Staten. De mogelijkheid om in het Engels te kunnen procederen, zal volgens de wetgever partijen dus bewegen voor de Nederlandse overheidsrechter te kiezen.8

Bij de NCC is de hele procedure in het Engels: processtukken, zitting en vonnis. Stukken in de Nederlandse, Engelse, Duitse taal worden niet vertaald, tenzij de rechter anders beslist. Indien partijen echter in cassatie wensen te gaan, dan kan daar alleen niet geprocedeerd worden in de Engelse taal.

Maatwerk

De NCC staat maatwerk van de procedure voor. Dit betekent dat per individuele zaak wordt bekeken wat nodig is voor een goede behandeling. Vaak zal er een regiezitting plaatsvinden waarin de procedurele vorderingen en nadere processtappen worden bepaald. Veel zal in overleg met partijen geschieden.

Bij de inrichting van de NCCR is het Nederlands burgerlijk procesrecht als startpunt gekozen. Een aantal beginsel zijn gedeeltelijk of geheel overgenomen voor een ‘juist begrip’ van het Nederlands procesrecht. De NCCR geldt aanvullend maar niet ter vervanging van geldende proces­regels.

In de NCCR zijn er allerlei aan­vullende opties opgenomen om de procederen toe te snijden op de wensen van partijen. Daarbij is oog voor de internationale rechtspraktijk. De structuur van de opties is wel zodanig dat het verstandig is om het door partijen gewenste maatwerk zo veel mogelijk te regelen bij het ontstaan van de rechtsverhouding (in de geschilbeslechtingsclausule).

Zo biedt de NCCR onder meer de volgende mogelijkheden:

  • beeld- en geluidopnamen maken van de zitting (artikel 7.7.2 NCCR);
  • zitting te laten vastleggen door een ‘court reporter’ (artikel 7.7.3 NCCR);
  • kamer die oordeelt over geheimhouding van stukken (artikel 8.4.2 NCCR);
  • kiezen voor ander bewijsrecht dan het Nederlandse bewijsrecht (artikel 8.3 NCCR);
  • opvragen schriftelijke verklaring voorafgaand aan het getuigenverhoor (artikel 8.5.2 NCCR).

Zoals gezegd is het Nederlandse burgerlijk procesrecht, waaronder ook het bewijsrecht, als uitgangspunt genomen voor de NCCR. De Recht­spraak vermeldt expliciet dat fishing expeditions niet worden gehonoreerd. Mogelijkheden om aan bewijs en informatie te komen zijn volgens de Raad met goede efficiënte waarborgen omgeven zoals bij het voorlopig getuigenverhoor en de artikel 843a-vordering.

Het Nederlandse bewijsrecht wijkt echter af van de internationale gangbare bewijsregels, zoals vastgelegd in de IBA Rules on Taking of Evidence in International Arbitration. Als partijen de IBA Rules toepasselijk willen hebben, dan kunnen zij dit regelen in het forumkeuzebeding bij de keuze voor de NCC.

Digitaal

Via toepassing van het KEI-procesrecht procederen partijen bij de NCC digitaal. Het gebruikte systeem, eNCC, is gebaseerd op het digitale systeem dat al ruim een jaar bij de Hoge Raad en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt gebruikt. Het systeem volgt niet de digitalisering van de Rechtspraak onder de noemer IVO (voorheen: KEI).

Het eNCC verkeert in de laatste testfase (zowel technisch als functioneel), waaruit geen noemenswaardige problemen naar voren zijn gekomen.9 eNCC is een portal voor digitale communicatie met de NCC voor het indienen van procesinleiding, overige processtukken en bewijsstukken en digitaal berichtenverkeer. Zittingen kunnen plaatshebben in de digitale zittingszaal met de mogelijkheid van gebruik van de videoconference voor de regiezitting of bijwonen van de zitting op afstand.

Toegang

Artikel 30r Rv (wetsvoorstel NCC) en artikel 1.3 NCCR schrijven voor dat de forumkeuze voor NCC ‘bij geschrift’, dus schriftelijk, en ‘uitdrukkelijk’ moet geschieden. Partijen moeten dus toepasselijkheid van de NCC uitdrukkelijk regelen in een forumkeuzebeding. Stilzwijgende aanvaarding van een NCC-beding volstaat niet (bijvoorbeeld in algemene voorwaarden). Ook de keuze voor de Engelse taal moet uitdrukkelijk geschieden. De forumkeuze voor de NCC kan ook na het ontstaan van het geschil worden overeengekomen. Er kan ook voor de NCC worden gekozen voor zaken waarvoor de voorzieningenrechter bevoegd is, zoals een kort geding, verzoek om een conservatoir beslag of verzoek om een grensoverschrijdend Europees bankbeslag. Zelfs een vernietiging van een arbitraal vonnis kan bij de NCCA, mits Amsterdam als plaats van arbitrage is gekozen.

Naast keuze voor de NCC voor de aanvang van een procedure, kan er ook verwijzing van een procedure door een andere Nederlandse rechter naar de NCC plaatsvinden (zie artikel 1.3.1 onder c (toelichting), 4.1.5 en 10.1 NCCR). Er geldt expliciet een convenant tussen gerechten dat partijen zullen worden gewezen op de mogelijkheid van de NCC.

Verder dienen partijen voor toegang tot de NCC rekening te houden met hogere aangepaste griffierechten en mogelijke hogere proceskostenveroordeling (ten opzichte van de reguliere rechtspraak). Voor een kort geding bedragen de griffierechten 7.500 euro, in de bodemprocedure moeten partijen rekenen op 15.000 euro aan griffierechten en in hoger beroep 20.000 euro. Bij de proceskostenveroordeling wordt in principe de afspraak tussen partijen gevolgd (artikel 10.2 NCCR). Als er geen afspraak is gemaakt, dan de geldt het verhoogde NCC-liquidatietarief (1.000-12.000 euro per punt). De bedoeling achter deze verhoogde griffierechten is dat de NCC-procedure zo veel mogelijk kostendekkend moet zijn en niet drukt op de reguliere rechtspraak.

Kansen

De Rechtspraak verwacht op termijn 125 NCC-zaken per jaar. Dat kan leiden tot een omzetstijging van de specialistische commerciële advocatuur met vijftien tot dertig miljoen euro per jaar.

Belangen van Nederlandse bedrijven opererend in internationale context kunnen in veel gevallen ook gediend zijn bij een forumkeuze voor de NCC; de procedure is immers betrouwbaar, innovatief en (kosten)efficiënt. Voor wie nu al de gang naar de NCC wil adviseren: een modelclausule voor een NCC-beding is opgenomen in de NCCR op pagina 23, in zowel Nederlands als Engels.

Bart de Ruijter is advocaat corporate & commercial litigation bij Kennedy Van der Laan in Amsterdam.

Noten

  1. In dit artikel zal ik zowel de eerste aanleg als hogerberoepsfaciliteit gezamenlijk definiëren als ‘NCC’, terwijl in de praktijk ook de term ‘NCC’ voor eerste aanleg en ‘NCCA’ voor de hogerberoepsfaciliteit worden gebezigd.
  2. Oprichtingsplan p. 7-8.
  3. Kamerstukken II 2015/2016, 21501-02, 1553, p. 2.
  4. Het wetsvoorstel ziet op wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Wet griffierechten burgerlijke zaken.
  5. Zie: https://www.rechtspraak.nl/sitecollectiondocuments/concept-procesreglement-ncc_nl.pdf.
  6. Eerste Kamer, vergaderjaar 2017-2018, 34761, B, Memorie van Antwoord, p. 8-9.
  7. Eerste Kamer, vergaderjaar 2017-2018, 34761, B, Memorie van Antwoord, p. 2-3.
  8. Eerste Kamer, vergaderjaar 2017-2018, 34761, B, Memorie van Antwoord, p. 4.
  9. Eerste Kamer, vergaderjaar 2017-2018, 34761, B, Memorie van Antwoord, p. 1.