‘Mijn cliënt wist niet dat ze de gewerkte uren zelf kon wijzigen in het werknemersportaal’, zegt advocaat Emine Baldan tegen de kantonrechter in Zwolle. ‘Ze dacht dat ze alleen maar moest controleren of het aantal gewerkte uren klopte en dat ze het moest doorgeven aan de planner als dat niet zo was. Dat heeft ze steeds gedaan. Als ze aan het sjoemelen was met werktijden, had ze dat toch niet eerlijk gemeld?’

Haar cliënt, mevrouw I., werd begin dit jaar op staande voet ontslagen door zorggroep Solis. Die had al jaren het idee dat mevrouw I. het niet zo nauw nam met de werktijden. Op 11 december vorig jaar was de maat vol. Volgens Solis werkte mevrouw I. die dag maar een klein half uur. Volgens haar zelf was het tweeënhalf uur. Hoe dan ook: begin januari kreeg ze te horen dat ze op zoek moest naar een andere werkgever.

‘Het vertrouwen is ernstig beschaamd’, zegt de hr-adviseur van Solis. ‘We zijn hier al een paar jaar mee bezig. We hebben mevrouw al vaker op dit soort dingen aangesproken, ook schriftelijk. Omdat de taal een probleem is, was er steeds iemand bij die kon vertalen. Mevrouw heeft een-op-een instructie gehad. Het houdt een keer op.’

‘Hoe gaat dat precies, die urenadministratie?’, wil de rechter weten.

‘De medewerker heeft de verplichting om voor maandag vijf uur de gewerkte uren in de planning te controleren en te fiatteren in het werknemersportaal’, zegt de hr-adviseur. ‘Je moet akkoord geven en op een button drukken. En als je minder uren hebt gewerkt dan er in de planning staan, moet je dat veranderen.’

‘Het is als werknemer dus eigenlijk je opdracht om dat te doen’, vat de rechter samen. ‘Bij hoe veel anderen geeft dat eigenlijk problemen? Niet iedereen is even handig met de computer.’

‘We zorgen ervoor dat we het goed uitleggen’, zegt de hr-adviseur. ‘En eigenlijk gaat het dan altijd goed.’

‘Kan mevrouw het eigenlijk allemaal volgen?’, vraagt de rechter aan advocaat Baldan. Mevrouw I. heeft haar zoon meegenomen om te vertalen, maar die heeft al die tijd zwijgend naast zijn moeder gezeten.

‘Niet alles’, zegt mevrouw I.

‘Ik vat het even samen’, zegt de rechter tegen Baldan. ‘Misschien kunt u het dan vertalen voor mevrouw.’

Zo gezegd, zo gedaan. De rechter stelt de vragen, Baldan neemt de dubbelrol als tolk op zich en vertaalt de antwoorden van mevrouw I. terug van het Turks naar het Nederlands.

‘Solis zegt: mevrouw drukte op de button ter goedkeuring terwijl de uren niet juist waren. Kan dat kloppen?’, vraagt de rechter.

‘Ze geeft aan: eigenlijk klopten de uren altijd, en als het een enkele keer niet klopte, gaf ik het door aan de planner en ging ik ervan uit dat het wel zou worden gecorrigeerd’, zegt Baldan.

‘En begrijp ik goed dat mevrouw zegt: alle keren dat ik te weinig zou hebben gewerkt, heb ik dat doorgegeven aan de planner? Geldt dat ook voor de familie S., die drie keer heeft geklaagd dat mevrouw een half uur of drie kwartier heeft gewerkt terwijl het drie uur zou moeten zijn?’

‘Zij geeft aan dat ze het zeker heeft gemeld’, zegt Baldan. ‘En ze heeft aangegeven: “Het is een heel klein huis, kunnen jullie dat aanpassen in het rooster?” De geïndiceerde tijd was echt teveel.’

Dan komt het gesprek op 11 december vorig jaar, de dag dat het voor de werkgever klaar was. ‘Voor ontslag op staande voet’, zegt de rechter, ‘moet wel worden vastgesteld of de druppel die de emmer heeft doen overlopen echt heeft bestaan. Daarover verschilt u van mening. En vervolgens kom je op de vraag of dat voldoende is om ontslag op staande voet te rechtvaardigen.’

‘In het eerste gesprek’, zegt de hr-adviseur, ‘heeft mevrouw bevestigd dat ze maar 25 minuten heeft gewerkt.’

De kantonrechter wendt zich tot mevrouw I. ‘Klopt dat? Hebt u in het gesprek met uw werkgever op 5 januari gezegd dat u een half uurtje had gewerkt?

‘Tien uur beginnen, half een stoppen’, zegt mevrouw I.

‘Tja’, zegt de rechter. ‘Ik ben er natuurlijk niet bij geweest. Maar het is aan de werkgever om te bewijzen dat mevrouw die dag maar een half uur heeft gewerkt.’

‘We passen niet voor niets hoor en wederhoor toe’, zegt de hr-adviseur. ‘Het is aan haar voorgelegd, met een vertaler erbij, en ik heb begrepen dat ze het toen niet bestreden heeft.’

‘Maar dat is iets anders dan erkennen’, zegt de rechter. ‘”Je hebt niet geprotesteerd”, dat vind ik niet zo sterk.’

‘In de ontslagbrief staat ook niet dat mevrouw dat heeft bevestigd’, zegt Baldan. ‘Dat zou ik toch logisch vinden.’

‘Hoe lossen we dit op?’, vraagt de rechter. ‘Laten we het proces doorlopen? Dan zitten we vast aan een getuigenverhoor. Maar misschien wilt u het niet zo ver laten komen. Wilt u daarover nadenken?’

De partijen gaan de gang op. Na een kwartiertje zijn ze er uit: geen ontslag op staande voet, maar ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege ernstig verstoorde verhoudingen, plus een vergoeding van 9000 euro.

Routineus, zonder een enkel aarzeling, dicteert de rechter de vaststellingsovereenkomst aan de griffier. Hij kiest voor een ingangsdatum en formulering die maakt dat mevrouw I. een WW-uitkering kan aanvragen als ze voor de ontslagdatum nog geen ander werk heeft.

‘Het spannendste moment van de zitting’, zegt de rechter, ‘is of de printer het doet’.

Dat is het geval. Snel tekenen mevrouw I. en de hr-adviseur het papier. Zaak gesloten.

Lars1

Lars Kuipers

Freelance journalist

Ik ben journalist van huis uit, nieuwsgierig, praktisch en met een scherpe pen. Aan die vorming – bij de Leeuwarder Courant – …
Profiel-pagina