In die tuchtzaak kreeg mr. X vier maanden schorsing naar aanleiding van een klachtenlijst met onderdelen a t/m v. Succes dus voor de klagende ex-man,  een Amsterdamse A-G die in 2015 oneervol ontslag kreeg, Althans, dat stelde mr. X in een e-mail aan het Openbaar Ministerie (OM).

In 2016 kwam de ex met een nieuwe klacht, over die bewuste e-mail. Mr. X had daarin volgens de ex ‘onware, onrechtmatige en ronduit lasterlijke uitlatingen’ aan het OM gedaan. In de mail verzocht mr. X het OM om een toelichting van een sepot van de aangifte die de vrouw had gedaan na een aanvaring met klager. Ze stond vijf dagen na het incident nog te trillen op haar benen, zo schreef mr. X.

Wat er nou precies volgens klager onwaar was aan de mail, dat blijkt niet uit de uitspraak. Wel is de voorzitter van de Amsterdamse raad van discipline van oordeel dat de uitlatingen ‘redelijkerwijs functioneel konden worden geacht in het licht van de lopende procedures tussen klager en de vrouw. De uitlatingen zijn daarom niet onnodig grievend. Daarnaast geldt dat een advocaat mag afgaan op de juistheid van het feitenmateriaal zoals de cliënt hem dat verschaft en slechts in uitzonderingsgevallen gehouden is de waarheid daarvan te verifiëren.’ Zo’n uitzondering deed zich hier niet voor.

Van kennelijk-ongegrondverklaringen kun je binnen dertig dagen in verzet.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie