De zzp’er is niet meer weg te denken van de Nederlandse arbeidsmarkt. Ook in de advocatuur is de zichzelf verhurende professional inmiddels heel gewoon, zegt Willem Gentenaar, adviseur en partner bij T&P Legal, bemiddelingsbedrijf voor juristen en advocaten. 

‘Het model van een vast personeels­bestand met daaromheen een flexibele schil wordt steeds meer overgenomen, niet alleen bij de grote kantoren, maar ook door kleinere. De flexibele schil is niet meer weg te denken, daarvoor gaan de ontwikkelingen te snel.’ 

Het gaat met name om het flexibel kunnen inhuren van specialisten en om in tijden van ‘ziek en piek’ een beroep te doen op ‘extra handjes’. Inhuur kan dubbel voordeel bieden. Allereerst hoeft een cliënt niet te worden doorverwezen naar een ander kantoor. Daarnaast biedt inhuur de mogelijkheid te wedijveren met concurrerende tarieven van de kleinere kantoren. Meestal wordt voor een ‘flex’er’ een gunstiger tarief doorberekend.

Het lagere tarief is volgens Aladár Bleeker, verantwoordelijk voor Client Relations en Business Development bij het Amsterdamse advocatenkantoor Rutgers & Posch, een voorwaarde om een flexibele schil te laten slagen. Bleeker onderscheidt twee soorten flexwerk. Ten eerste is daar de externe kracht die via het kantoor bij cliënten inhouse wordt geplaatst. Verder kunnen kantoren een pool inrichten voor ‘ziek- en piek­momenten’ en als er expertise wordt gevraagd die inhouse niet aanwezig is. ‘Wij hadden eerst een flexschil die met name gericht was op die laatste tak en merkten hoe plezierig cliënten het vinden een ervaren flex’er een periode inhouse te hebben. We waren in die tijd nog wat kleiner, haalden grote cliënten binnen en konden daardoor snel opschalen. Nu zijn we gegroeid en is die noodzaak iets minder. Wel gebruiken we de flexschil voor expertises die we zelf niet in huis hebben op gebieden zoals bestuursrecht en intellectueel eigendomsrecht. Dan hoef je de cliënt niet naar een ander kantoor te sturen.’ 

Heilige graal

Gentenaar van T&P Legal stelt dat ‘de panelen zijn verschoven’. ‘Steeds meer en ook vooral jongere advocaten zien af van een partnertraject en kiezen voor een bestaan als zzp’er die, naast een eigen praktijk als bijvoorbeeld eenpitter ook meedraait in een aantal flexschillen. Dit zowel bij advocatenkantoren als bij cliënten’. 

Waarom dat zo is? ‘Het partnerschap op een groot kantoor is niet meer de heilige graal in de advocatuur,’ meent Bleeker van Rutgers & Posch. Hij somt een aantal redenen op om te kiezen voor zelfstandig ondernemerschap: ‘De regie kunnen houden over het werk en het privéleven en de ruimte hebben voor het gezin of de mogelijkheid om op een bepaald moment een verre reis te maken.’ 

Catrien Noorda (48), Amsterdamse advocaat en gespecialiseerd in van privacyvraagstukken, is heel duidelijk in haar keuze: ‘Het sleutelwoord is vrijheid. Ik kan zelf een leuke mix in mijn werk samenstellen en bepaal zelf voor wie, hoeveel en waar ik werk. Dat kan bijvoorbeeld ook prima vanuit mijn huis op Ibiza.’ Noorda, die inmiddels kan bogen op ruim vijftien jaar ervaring, wordt ingehuurd door zowel advocatenkantoren als ‘eigen’ cliënten. 

Expertise in privacy en bedrijfsovernames is veelgevraagd, stelt ze. ‘Als je me nu belt om een goede interim-­advocaat op die terreinen, moet ik je teleurstellen. Die zijn allemaal aan het werk. Andersom geldt het ook. Als je nu als privacydeskundige zegt dat je op zoek bent naar klussen, ben je dan wel die expert die je claimt te zijn?’

Vliegende kiep

Zzp’er Debby Wentink-Kolk (51) mikt met name op de ziek- en piekmomenten. De Utrechtse advocaat wordt gevraagd als specialist arbeidsrecht, maar ook veelvuldig als ‘vliegende kiep’ om knelpunten in de bezetting weg te nemen. ‘Ik zie mezelf een beetje als ‘the naked laywer’ in die zin dat ik zonder ondersteuning en overhead puur inhoudelijk werk,’ trekt ze de parallel met televisiekok Jamie Oliver. 

Wentink-Kolk noemt het ‘best een uitdaging’ om, naast haar eigen vaste cliënten, ook de vijf advocatenkantoren die haar regelmatig inhuren, te bedienen. ‘Dat vergt een behoorlijk aanpassingsvermogen. Je moet een beetje een kameleon zijn, want niet elke organisatie is hetzelfde qua organisatiestijl en schrijfstijl. In sommige situaties ben je een soort ghostwriter, zeker als je ergens achtervang bent.’ In die gevallen moet je direct doorhebben hoe een kantoor een notitie geschreven wil zien. ‘Het moet allemaal snel. Als die druk er niet was, zouden ze het namelijk wel zelf doen.’

Door die drukte kan het zijn dat de flex’er met minimale informatie aan de slag moet. ‘De ene advocaat kan je duidelijk uitleggen wat nodig is. De ander, waar de stoom uit de oren komt, zegt: hier heb je het.’ Dan is het volgens Wentink-Kolk een voordeel dat ze al vijfentwintig jaar in het vak zit en uit de voeten kan met zo’n minimale instructie. ‘Je ziet in de markt ook steeds meer advocaten die na drie jaar advocaat-stagiair te zijn geweest, voor zichzelf beginnen. Maar voor interim-klussen heb je echt ­ervaring nodig.’ 

‘Als advocaat in de flexibele schil moet je direct, vanaf dag een, toegevoegde waarde hebben,’ zegt Gentenaar. ‘Dat vereist een bepaald gedrag en een bepaalde manier van communiceren. Het beruchte inlezen? Dat vindt een ondernemer vervelend want hij werkt ook met een bepaald budget.’ Dat onderschrijft ook Bleeker: ‘Rustig opstarten is er niet bij. Als flexadvocaat moet je direct aan de slag kunnen.’

Cultuur

‘De meeste kantoren putten voor de advocaten in hun schil uit het eigen netwerk,’ ziet Gentenaar bij T&P Legal, dat als bemiddelaar optreedt. ‘Advocaten en kantoren regelen hun opdrachten onderling zelf, vaak met oud-medewerkers die de cultuur ­kennen.’ 

‘Wij kennen veel van de advocaten zelf en hebben met hen samengewerkt. We hebben een netwerk van collega’s die zijn gaan zzp’en,’ zegt Bleeker. De oprichters bij Rutgers & Posch komen van verschillende kantoren en namen allemaal hun eigen netwerk mee. ‘Wij hebben een goed overzicht van wie we in de flexpool hebben en van wat ze kunnen. Daartegenover staat dat de flex’ers ons kantoor kennen en weten hoe wij werken. Ze doen bij ons ook vaak de opleidingen en werken met onze systemen.’ 

Hebben de advocaten de indruk dat er wordt neergekeken op de ‘schil­advocaat’, die geen partnertrack volgt bij een kantoor en dit ook niet ambieert? Nee, zeggen de flex’ers unaniem. Noorda: ‘Je doet gewoon precies hetzelfde werk, maar met meer vrijheid, voor meer geld in minder uren.’ 

‘Ik heb me nooit een buitenstaander gevoeld,’ beaamt ook Wentink-Kolk. ‘Als er handjes nodig zijn, dan sluit ik me gewoon aan bij een team. Op een gegeven moment zul je als flex’er weer moeten uitfaseren. Dat is soms fijn, soms jammer. Je moet niet langer ergens zitten dan nodig is.’ 

‘Je ziet de waardering zienderogen toenemen,’ vindt Gentenaar. ‘Het beeld is al lang niet meer zo dat alleen de mindere goden in de flexschil zitten.’ Een flexadvocaat brengt heel vaak juist dat beetje extra. ‘De basiskennis zit in alle gevallen wel goed. Vaak hebben ze de extra eigenschappen om snel door te dringen tot de kern van het probleem en juridisch jargon goed te vertalen voor de cliënt.’

Lunchtafel

Inzet van tijdelijke krachten vergt van twee kanten flexibiliteit, weet Bleeker inmiddels. ‘Toen we begonnen met onze flexschil, richtten we een lange tafel in op kantoor met alle benodigde aansluitingen. Dat zou dan de plek voor de flexwerkers worden. Maar we hebben onderschat dat flexwerkers natuurlijk niet voor niets flex zijn en dus vaak vanaf hun eigen werkplek opereren en, als dat niet hoeft, niet bij ons op kantoor. Uiteindelijk hebben we die tafel maar omgedoopt tot ­lunchtafel.’ 

Hoe zit het dan met het mogelijk wantrouwen ten opzichte van flexwerkers in relatie met cliënten van kantoor? Zijn de kantoren niet bang dat een flexwerker een cliënt inpikt? ‘­Advocaten koesteren hun cliën­ten. Soms is het lastig om dat vertrouwen aan een flexwerker te geven. De markt is verhard en tarieven staan onder druk,’ merkt Wentink-Kolk. 

‘Wij doen alles in goed overleg, zitten dicht op de huid zonder te verstikken. We zijn daarin nog nooit teleurgesteld geraakt,’ vertelt Bleeker. ‘En als die match er tussen flex’er en cliënt is? Dan zou ik haast zeggen; waarom niet? Van dat soort kansen moet je niet schrikken en het werkt veel fijner dan contracten met beletsels waarin staat dat je de eerste zes maanden niet voor een opdrachtgever mag werken.’

Arrondissement

De conclusie lijkt duidelijk: de flexibele schil is ‘here to stay’. ‘Ik heb natuurlijk geen glazen bol maar ik denk dat grotere kantoren het moeilijk krijgen om niches in huis te houden en dat sommige specialismen schaars worden. Daarbij staan de tarieven in bepaalde rechtsgebieden danig onder druk,’ weet Wentink-Kolk. 

Noorda vindt het fijn dat ze de mogelijk­heid heeft om als zelfstandige te werken in de advocatuur. ‘Als die mogelijkheden nog verder worden bevorderd, juich ik dat ­alleen maar toe.’ 

Daarvoor zijn wel wat praktische ingrepen nodig, zeggen Bleeker en Wentink-Kolk. De regel dat je als advocaat in maar een arrondissement mag zijn ingeschreven, is belemmerend voor flex’ers die meerdere kantoren in meerdere arrondissementen bedienen. ‘Een advocaat zou als flex’er bij twee kantoren moeten kunnen werken en ook op de website van die twee kantoren genoemd kunnen worden, zonder dat er vragen komen over in welk arrondissement de advocaat ingeschreven moet staan,’ stelt Bleeker. ‘Vanzelfsprekend zonder hierbij enig misverstand te laten bestaan over de rol van de advocaat binnen deze kantoren.’

Detachering

Voor tal van kantoren is het ‘uitlenen’ van eigen medewerkers aan cliënten onderdeel van de bedrijfsvoering. De advocaat van het kantoor draait voor een bepaalde tijd mee in het bedrijf van de opdrachtgever. Dat is vaak het geval als er specifieke juridische zaken spelen, waar de cliënt tijdelijk ‘inhouse counsel’ voor nodig heeft.  

NautaDutilh detacheert regelmatig advocaten. Ook Thom Beenen werkte een halfjaar een à twee dagen per week als flex’er bij belegger Captin, een spin-off van Van Lanschot. NautaDutilh begeleidde vorig jaar de verzelfstandiging.  

Beenen raadt het iedere advocaat aan om, als de kans zich voordoet, zich een keer te laten detacheren. ‘Je krijgt een beter beeld van hoe het er bij de cliënt aan toegaat en je krijgt andere inzichten. Je denkt minder als “de advocaat van” en meer als de cliënt zelf. Ook ontwikkel je nieuwe skills. Je moet snel leren schakelen tussen verschillende partijen. Dan heb je weer een meeting met externen en vervolgens geef je een presentatie aan werknemers.’

Olga Hoekstra

Profiel-pagina
Advertentie