Tot 1 januari 2002 stond tussentijds beroep open van tussenuitspraken. Sindsdien geldt een restrictiever stelsel: er staat in beginsel géén tussentijds beroep open van tussenuitspraken, tenzij de rechter daartoe verlof verleent. Tegen uitspraken waarbij een voorlopige voorziening wordt toegestaan of geweigerd, staat daarentegen steeds tussentijds beroep open. Het voorgaande is voor het hoger beroep neergelegd in artikel 337 Rv; voor het cassatieberoep in artikel 401a Rv (onder verwijzing naar de uitzondering van art. 75 lid 1 Rv). 

Onderscheid

Het onderscheid tussen een tussenuitspraak en een einduitspraak moet worden gemaakt aan de hand van het dictum. Als in een uitdrukkelijk dictum aan het geding omtrent enig deel van het gevorderde een einde wordt gemaakt, heeft de rechter een einduitspraak gedaan.1 In andere gevallen is sprake van een tussenuitspraak (en heeft de rechter nog niet definitief over de zaak beslist). Een voorbeeld is het geval waarin de rechter in het dictum een comparitie van partijen gelast en elke verdere beslissing aanhoudt. Ook de toewijzing van een incidentele vordering (die niet de hoofdvordering is die inzet van het geding is) is in beginsel een tussenuitspraak.2 Een uitspraak waarin uitsluitend een tussenuitspraak van de rechter in vorige instantie wordt bekrachtigd of vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechter in vorige instantie, is ook een tussenuitspraak.3 Tot slot is als in overwegingen van een uitspraak besloten ligt dat de vordering deels wordt toegewezen, maar dit niet in het dictum is opgenomen, nog steeds sprake van een tussenuitspraak.4

Deeluitspraak

Als een uitspraak zowel een einduitspraak- als een tussenuitspraakcomponent bevat, spreekt men van een deeluitspraak. De appeltermijn voor de einduitspraakcomponent begint direct te lopen, terwijl tegen de tussenuitspraakcomponent geen appel openstaat (behoudens daartoe verleend rechterlijk verlof), maar moet worden gewacht totdat op dat deel een einduitspraak is gedaan.5 Als echter beroep wordt ingesteld tegen de einduitspraakcomponent, dan kan in dat beroep óók over de tussenuitspraakcomponent worden geklaagd. Het is echter niet geoorloofd om in een beroep tegen een einduitspraakcomponent enkel over de tussen­uitspraakcomponent te klagen. Dat zou immers feitelijk neerkomen op het instellen van beroep tegen een tussenuitspraak.6 De partij die tussentijds beroep instelt, mag al haar bezwaren tegen de tot dan toe gewezen tussenuitspraken daarin aanvoeren. Het is niet mogelijk om tweemaal van een tussenvonnis in beroep te komen of daartegen grieven te richten in het kader van een beroep tegen een latere einduitspraak.7 

Kort gezegd komt het voorgaande er bij deeluitspraken dus op neer dat tegen een einduitspraakcomponent direct beroep moet worden ingesteld. Ook als de rechter wordt verzocht om tussentijds beroep van een tussenuitspraak open te stellen, moet direct rekening worden gehouden met de appel-/cassatietermijn. Deze begint direct na wijzen van de tussenuitspraak te lopen, en niet pas na eventuele toewijzing van het verzoek om tussentijds beroep open te stellen.8 Als tussentijds beroep wordt toegestaan en dit ook wordt ingesteld, wordt de procedure bij de lagere rechter in de regel geschorst totdat op het beroep is beslist. 

 


 

VOETNOTEN

1] Zie bijv. ECLI:NL:HR:2003:AI0309 (Peeters/Van den Wildenberg).
2] Zie bijv. ECLI:NL:HR:2012:BW3263.
3] Zie bijv. ECLI:NL:HR:2016:725; NJ 2006/133.
4] Zie bijv. ECLI:NL:HR:2009:BK0153.
5] ECLI:NL:HR:1990:ZC0076 (Vendex/Meiberg); recent bijv. bevestigd in ECLI:NL:HR:2015:2905.
6] ECLI:NL:HR:2004:AL7051 (Ponteecen/Stratex).
7] ECLI:NL:HR:2012:BU3160.
8] ECLI:NL:HR:2004:AR3170. 

Door Maarten Jansen, advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn in Den Haag.