Op jaarbasis worden 22.000 tot 25.000 zogeheten DNA-bevelen afgegeven. De beslissing van de officier van justitie om DNA-materiaal af te nemen bij veroordeelden moet meer gericht worden op strafbare feiten die met DNA-onderzoek kunnen worden opgespoord, zoals ernstige gewelds- en zedenmisdrijven, stelt procureur-generaal Silvis op grond van onderzoek naar DNA-afname bij veroordeelden .

Dat dient in zijn ogen de rechtsgelijkheid bij inbreuken op privacy en zorgt er tegelijkertijd voor dat de inspanningen van het OM, de politie en de forensische diensten beter gericht zijn op de opsporing van ernstige feiten.

Het onderzoek door de procureur-generaal bij de Hoge Raad vloeit voort uit het Rapport Hoekstra. Dat rapport is opgesteld naar aanleiding van het opsporingsonderzoek naar de dood van oud-politica Els Borst. Zij werd het slachtoffer van Bart van U., een verwarde persoon, die ook zijn zus Loïs doodde. Hoekstra kwam tot de slotsom dat het OM niet in alle relevant gevallen celmateriaal van veroordeelden liet afnemen. Dat leidde vervolgens tot een herstelactie van het OM.

Uit het onderzoeksrapport van de procureur-generaal bij de Hoge Raad komt naar voren dat het OM na het Rapport Hoekstra te hard van stapel is gelopen. Het OM lijkt in méér gevallen dan de wetgever heeft bedoeld celmateriaal af te nemen bij veroordeelden, concludeert hij. Volgens hem komt dat omdat het aantal strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis kan worden opgelegd zeer omvangrijk is en veel meer feiten omvat dan gewelds- of zedenmisdrijven.

Het OM is op grond van de wet verplicht een DNA-bevel af te geven aan veroordeelden die gestraft zijn voor het begaan van zogenoemde voorlopige hechtenis-feiten (vier jaar gevangenisstraf of meer) en van wie nog geen DNA-profiel in de databank zit.

Verduistering

Het gevolg hiervan is dat in een aantal gevallen bij feiten die in de regel niet worden opgespoord met DNA-onderzoek, zoals verduistering, valsheid in geschrift, meineed of een aantal economische delicten, toch een DNA-bevel wordt gegeven.
De Hoge Raad noemt als voorbeeld een kroegeigenaar die wegens geluidsloverlast wordt veroordeeld, waarvoor ook een DNA-bevel kan worden gegeven. Het is in die gevallen de vraag of de inbreuk op het recht op privacy van de betrokkene wel gerechtvaardigd en proportioneel is, stelt de procureur-generaal.
Daar komt volgens hem nog bij dat de ene officier van justitie zich strikter opstelt dan de andere. ‘Hierdoor kunnen gelijke gevallen verschillend worden behandeld hetgeen onwenselijk is.’