Beslag

Deurwaarder Sjef van der Putten moest laatst een restaurant ontruimen. In het pand stond ook een piano. Volgens de wet moet hij de hele inboedel op straat zetten. ‘Dat voelt niet goed, maar het is mijn wettelijke taak,’ zegt Van der Putten. ‘In dit geval zat er toevallig aan de overkant een bedrijf dat tweedehands instrumenten in- en verkoopt. Maar die piano onderhands verkopen, mocht ik niet. Een openbare verkoop is te duur. Dus ging de piano in de kraakwagen.’ Van der Putten vindt het een vreemde situatie. ‘Dat geldt voor de hele ontruiming: de deurwaarder mag niets anders dan de inboedel op straat zetten, maar gemeenten halen niets meer op en geven juist een boete als er spullen op straat staan. Slaat de deurwaarder de spullen op, dan kan de executant voor de kosten opdraaien en zelfs aansprakelijk zijn. Zo ontstaat een zwartepietenspel waarbij niemand het goed kan doen. De wetgever moet duidelijk maken wie welke verantwoordelijkheid heeft. Die duidelijkheid ontbreekt: fotoalbums liggen op straat.’ Het is een van de knelpunten met het huidige beslag- en executierecht die Van der Putten van Vurich Gerechtsdeurwaarders en Marc van Zanten, partner bij CMS, zien.

Het beslag- en executierecht is verouderd, ontoereikend en onnodig kostbaar, menen de heren. ‘Een effectief beslag- en executierecht vormt het hart van de rechtsstaat,’ zegt Van der Putten. ‘In een rechtsstaat is het recht op een eerlijk proces heel belangrijk. Maar wat heb je daaraan als de uitspraak van een rechter kan worden genegeerd?’ Terwijl dat wel steeds meer de praktijk lijkt te zijn: uit onderzoek van de Koninklijke ­Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders blijkt dat vijftig procent van de vonnissen die bij deurwaarders terechtkomt niet gerealiseerd wordt omdat er geen of onbekend verhaal is. ‘De Europese Commissie waarschuwt er ook terecht voor: als een staat geen effectief executierecht heeft, dan trekt het malafide schuldenaren aan,’ zegt Van der Putten. ‘In vijfendertig procent van de gevallen worden rekeningen bewust niet betaald. Niet omdat er geen geld is, maar omdat de schuldenaar de gok neemt dat er toch niks aan gedaan wordt.’

Van der Putten vindt het schrikbarende cijfers. Wat hij ‘de smeerolie van de maatschappij’ noemt kan dus effectiever en efficiënter. Dat vindt het kabinet ook, zo staat te lezen in het regeerakkoord. Dus toen de wetgever aankondigde de wet daadwerkelijk te herzien, grepen Van der Putten en Van Zanten hun kans. ‘Bij de laatste modernisering in 2002 was er niet veel veranderd. We begrepen dat dit nu weer zou gebeuren,’ zegt Van Zanten. ‘Dat bood een unieke gelegenheid: normaal gesproken publiceer je voor de wetenschap. Wij wilden de knelpunten signaleren en de wetgever daarmee voeden.’ Ze benaderden andere experts om mee te schrijven aan het Compendium Beslag- en executierecht (Sdu, 2018). Al snel meldden auteurs zich ook aan en in een paar maanden schreven zij hun hoofdstukken. Het resulteerde in een boek van duizend pagina’s, met bijdragen van 71 wetenschappers, rechters, advocaten, deurwaarders en vertegenwoordigers van het sociale domein. Ze beschrijven het huidige beslag- en executierecht én wat er moet veranderen.

Prikkel

Het wetsvoorstel werd ondertussen in juni ter consultatie gegeven. ‘De wetgever probeert wat moois te doen,’ zegt Van Zanten. ‘Het is goed dat er op het ministerie wordt nagedacht over wijzigingen. De minister heeft een aantal punten uit zichzelf opgepakt, zoals het beslag leggen op een auto. Gelukkig komt de minister nu met een voorstel dat het een bureaubeslag kan zijn, dat de deurwaarder de auto niet fysiek hoeft op te sporen. En wat is het mooi dat die ouderwetse manier van verkoop, met aanplakken, straks via een website kan.’

Maar de wijzigingen gaan de heren nog niet ver genoeg. Van der Putten was bijvoorbeeld verbaasd over de doel- en misbruikbepaling in het wetsvoorstel. ‘Daarmee wil de mi­nister de tanden uit het executierecht halen.’ Volgens het voorstel zou er alleen beslag gelegd mogen worden als er redelijkerwijs een netto-­opbrengst te verwachten is. ‘Daar zijn we het niet mee eens. Het beslagrecht wordt juist ingezet bij mensen die niet willen betalen of van wie niet is vastgesteld dat ze dat niet kunnen. Het moet dus een stevige prikkel zijn. Als ik pressie uitoefen, kan het zomaar zo zijn dat de schuldenaar er alles aan doet om toch aan zijn schulden te voldoen. Of aantoont dat hij dat niet kan. En dat is precies de bedoeling.’

Bovendien zit er verschil tussen het beslag en de verkoop van wat door het beslag is geraakt. ‘Beslagen op roerende goederen worden wel gelegd, maar de huisraad wordt bijna nooit verkocht,’ weet Van der Putten. ‘Dat we die beslagen toch hanteren, komt doordat de deurwaarder dan in gesprek komt met de debiteur.’ Van Zanten vult aan: ‘Dat is het unieke moment van contact tussen deurwaarder en debiteur. Dan komt er iemand thuis binnen die zegt: het gaat niet goed met jou en hoe gaan we het oplossen, want ik heb nog drie crediteuren waar ik eigenlijk beslag voor moet leggen. We zien veel mensen die wegduiken voor hun schulden. Het contact met de deurwaarder is het eerste moment dat zo’n debiteur een coming-out heeft en zijn problemen erkent. Dát contactmoment lijkt ter bescherming van de schuldenaar te worden weggepoetst in het wetsvoorstel, terwijl het ter bescherming van de debiteur helemaal niet zo’n slecht idee is.’ De deurwaarder geeft ter plekke bijvoorbeeld ook eerstelijns juridisch advies. ‘Als wij daar constateren dat mensen over geen vermogen beschikken, kunnen we ze doorverwijzen naar de juiste instanties,’ zegt Van der Putten. ‘Voor de crediteuren is het ook belangrijk dat ze horen wat de situatie van de schuldenaar is,’ stelt Van Zanten. ‘Dan kunnen ze het boek sluiten of een betalingsregeling accorderen. Het leidt tot het einde van een hoop ellende.’

Informatie

De roep om informatie in het beslag- en executierecht blijkt de rode draad door het boek. ‘Bijna alle auteurs pleiten voor uitgebreide informatiebevoegdheid voor de gerechtsdeurwaarder,’ zegt Van der Putten. Voor beslaglegging is informatie nodig over het vermogen van de schuldenaar. Maar deurwaarders missen het benodigde gereedschap. Zo mogen ze niet zoeken op ­personen in het Handelsregister en krijgen ze geen inzage in de aangifte inkomsten­belasting.

Ook het bankbeslag zorgt voor knelpunten. ‘In het wetsvoorstel is opgenomen dat een gerechtsdeurwaarder straks kan vragen aan de bank of een schuldenaar er een rekening heeft. Dat is een goed idee,’ zegt Van der Putten. ‘Maar het probleem is dat een deurwaarder niet kan zien of er ook saldo op die rekening staat. ­Nederland kent zo’n zeventig banken. Een debiteur kan geld rond blijven pompen. Het is dan telkens een gok wanneer het beslag gelegd moet worden. Elke keer kost dat weer 250 euro, wat uiteindelijk ten laste komt van de debiteur.’ In andere landen is er al een banksysteem, waarin te zien is bij welke bank de veroordeelde geld op de rekening heeft staan. ‘Dat zou hier ook moeten komen. “Maar de privacy!” roepen sommigen. Daar heeft het niks mee te maken. De banken zijn nu al verplicht binnen vier weken opgave van het saldo te doen. Een register bespaart 250 euro per keer en vier weken tijd.’

Natuurlijk moet zulke vertrouwelijke informatie niet zomaar geraadpleegd kunnen worden door burgers en bedrijven, vinden de experts. ‘Maar de gerechtsdeurwaarder is een bestuursorgaan, belast met een staatstaak. Ik mag eigendommen afnemen en woningen binnentreden. Maar informatie vergaren om effectief gebruik te maken van die bevoegdheden mag ik niet,’ zegt deurwaarder Van der Putten. ’Het voelt of ik geblinddoekt en gehandboeid de straat op word gestuurd. En dat terwijl de overheid zelf wel een goede executant is. Waar een antieke gereedschapskist ter beschikking wordt gesteld aan de burgers, bedrijven en instellingen van Nederland, heeft de overheid zelf alle hippe snufjes, waar wij geen gebruik van mogen maken.’

Een oplossing zou zijn de bevoegdheden van gerechtsdeurwaarder uit te breiden. Ook pleiten de auteurs voor een verplichte opgave van het vermogen door de debiteur, met een sanctie als de schuldenaar daar niet aan voldoet. Professor Jongbloed beschrijft met Van der Putten in het boek een oplossing voor de omslachtige incassopraktijk: een procedure om voor erkende en niet-betwiste vorderingen snel en eenvoudig een executoriale titel te krijgen. Andere auteurs zien graag op andere punten modernisering van het beslagrecht: hoe moet er bijvoorbeeld beslag op bitcoins of domein­namen worden gelegd?

De oplossingen die de auteurs aandragen, worden in de praktijk breedgedragen, verzekeren Van der Putten en Van Zanten. ‘Iedereen is gebaat bij effectieve rechtshand­having, de debiteuren net zo goed als de crediteuren. Dan worden rechterlijke uitspraken netjes afgehandeld en blijft Nederland de rechtsstaat die het moet zijn,’ zegt Van Zanten. ‘Onze oplossingen passen in het regeerakkoord, waarin staat dat beslaglegging en de daaruit volgende executie zo effectief en efficiënt mogelijk moeten plaatsvinden. Een van de auteurs grapte dat we samen eigenlijk al de memorie van toelichting geschreven hebben. Nu hoeft de minister alleen nog het wetje erboven te maken.’

Nathalie Gloudemans-Voogd

Nathalie Gloudemans-Voogd

Redacteur

Contact: 06-13255896 |  n.gloudemans@advocatenblad.nl | In een vorig leven was ik zelf advocaat. Aan de Universiteit Utrecht studeerde …
Profiel-pagina