In de brief schrijft Rechtspraakvoorzitter Frits Bakker dat het Presidenten Raad Overleg (PRO) heeft ingestemd met het basisplan digitale toegankelijkheid bestuursrecht en civiel recht. Dat basisplan ligt nu ter advies bij de centrale ondernemingsraad, die al hebben laten weten in beginsel positief te zijn over het plan.

Het basisplan beschrijft hoe de Rechtspraak verder gaat met het realiseren van digitale toegankelijkheid in het bestuursrecht en het civiele recht. ‘Beheerst, verantwoord en realistisch,’ zijn volgens de Rechtspraak de uitgangspunten van het plan.

Project per zaakstroom

Zodra het basisplan is vastgesteld kan de Rechtspraak beginnen met de uitvoering ervan. Per zaakstroom richt de Rechtspraak dan een project in, telkens bij één gerecht, waarbij een of beide partijen dan op vrijwillige basis digitaal kunnen communiceren via een digitaal kanaal.

Als dat goed loopt, wordt die oplossing stapsgewijs ingevoerd bij de andere gerechten. Ook dan kunnen partijen daar op vrijwillige basis gebruik van maken. ‘Pas op het moment dat ook dat goed verloopt, zal u gevraagd worden het digitaal procederen in de betreffende zaakstroom voor professionals verplicht te stellen,’ laat de Rechtspraak de minister weten.

‘Het werken in kleine, beheerste stappen heeft als keerzijde dat aan de voorkant van de digitalisering niet goed kan worden ingeschat wanneer in alle zaakstromen binnen het civiele- en bestuursrecht digitaal geprocedeerd kan worden,’ overweegt Bakker. De Rechtspraak gaat ervanuit dat het basisplan realiseren vijf jaar zal kosten. Daarbij hanteert de Rechtspraak een onzekerheidsmarge van twee jaar.

Kosten

Die onzekerheid maakt dat de Rechtspraak ook niet goed in kan schatten hoeveel kosten met deze operatie gemoeid zullen zijn. In het startjaar 2019 zal een gedetailleerde kosteninschatting gemaakt worden. De verwachte kosten voor het startjaar weet de Rechtspraak al wel: die komen op circa 11 miljoen voor ontwikkeling, implementatie en beheer. Daarvan kan de Rechtspraak zelf 3,4 miljoen financieren.

Dekker

Minister Dekker heeft positief gereageerd op het plan. ‘Ik concludeer dat er nu een goede basis ligt om een volgende stap te zetten’, laat hij de Tweede Kamer weten. ‘Een belangrijk verschil met de eerdere werkwijze is dat de digitalisering niet afhankelijk is van procesvernieuwing en uniformering en ook niet gelijktijdig plaatsvinden. Ook vindt nu nog geen automatisering van werkprocessen plaats. Daarmee heeft de Raad gekozen voor een ook in mijn ogen beter beheersbare aanpak.’

 

Nathalie Gloudemans-Voogd

Nathalie Gloudemans-Voogd

Redacteur (tot 01-02-2019)

Profiel-pagina
Advertentie