Ouders kiezen er soms voor om hun kinderen te onterven. Kinderen kunnen aan die onterving zelf doorgaans niets veranderen. Deze onterfde kinderen kunnen na het overlijden van hun ouders wel een beroep doen op hun legitieme portie. Op die manier kunnen ze toch aanspraak te maken op een deel van de nalatenschap. Als de kinderen zijn vooroverleden, dan kunnen hun kinderen (de kleinkinderen van erflater) bij plaatsvervulling een beroep doen op de legitieme portie. Het beroep op de legitieme portie staat dus enkel open voor kinderen en in sommige situaties voor kleinkinderen.

De legitieme portie is feitelijk een geldvordering. De onterfde kinderen of hun kinderen worden geen erfgenaam, maar schuldeisers van de nalatenschap. Er ontstaat dan ook geen recht op goederen uit de boedel. Niet alleen in het geval er sprake is van onterving kan het interessant zijn om een beroep te doen op de legitieme portie. Ook een kind dat de nalatenschap verwerpt (bijvoorbeeld omdat het kind niet wil voldoen aan de voorwaarden die zijn opgenomen in het testament) kan een beroep doen op zijn legitieme portie. Daarnaast kunnen kinderen die verwachten dat de legitimaire aanspraak groter is dan het erfdeel waar zij aanspraak op kunnen maken, een aanvullend beroep doen op hun legitieme portie. 

Als er door een kind een beroep is gedaan op zijn legitieme portie, dan moet deze worden vastgesteld. Er wordt wel gezegd dat iemands legitieme portie gelijk is aan de helft van hetgeen iemand op basis van het versterferfrecht zou kunnen verkrijgen. Dat is te kort door de bocht. De waarde van de nalatenschap vermeerderd met bepaalde giften is de legitimaire massa. Op de legitimaire massa wordt een bepaald breukdeel losgelaten (kort gezegd: ½ van zijn breukdeel als erfgenaam volgens de wet). In mindering komen vervolgens bepaalde aan de legitimaris gedane giften en in bepaalde gevallen komt tevens in mindering hetgeen de legitimaris als erfgenaam verkreeg of had kunnen verkrijgen.

Termijn

Het kan dus voor (klein)kinderen in meerdere gevallen interessant zijn om een (aanvullend) beroep te doen op hun legitieme portie. De mogelijkheid om een beroep te doen op de legitieme portie vervalt vijf jaar na het overlijden van erflater. Deze – in artikel 4:85 Burgerlijk Wetboek (BW) opgenomen – termijn is een vervaltermijn (dus geen verjaringstermijn) en kan zodoende niet worden verlengd.

Niet in alle gevallen heeft iemand vijf jaar de tijd om een beroep te doen op zijn legitieme portie. Een belang­hebbende (bijvoorbeeld een erfgenaam) kan op grond van artikel 4:85 BW een kind een redelijke termijn stellen waarbinnen hij of zij moet laten weten of er een beroep wordt gedaan op de legitieme portie. Wat als redelijke termijn moet worden gezien, is in de jurisprudentie nog niet uitgewerkt. Het is in ieder geval wel duidelijk dat een termijn gesteld moet worden en dat enkel verzoeken om een reactie, zonder daarbij een termijn te stellen, niet voldoende is (ECLI:NL:​GHDHA:2017:2057). Als de gegeven termijn verstrijkt zonder dat er een beroep op de legitieme portie wordt gedaan, dan kan het betreffende kind geen aanspraak meer maken op zijn legitieme portie, ook al is er nog geen vijf jaar verstreken na het overlijden. Een kind dat de nalatenschap verwerpt, moet zelfs gelijktijdig een beroep doen op de legitieme portie; nadien is dit niet meer mo­gelijk, zo blijkt uit artikel 4:63 BW.

Door Carlyn Hokken, advocaat bij Advocaten Familie- & Erfrecht in Eindhoven.