De Hoge Raad bevestigde vorige week een eerder oordeel van het Hof dat de Rechtspraak  in 2006 onrechtmatig had gehandeld door op kamervragen van de SP te antwoorden dat het handelen van Smit ‘niet door de beugel kon en schadelijk was voor het functioneren van de rechtspraak’. Hierdoor werd de advocaat in zijn eer en goede naam aangetast, aldus de Hof in 2017.

Met de uitspraak van de Hoge Raad komt het einde in zicht van een langslepende juridische affaire. Die vond zijn oorsprong in 1994, toen de Haagse rechter Westenberg met Smit belde om hem te ontmoedigen in de zogeheten Chipshol-zaak.

In 2004 vertelde Smit in het boek Topadvocatuur van Micha Kat dat hij door Westenberg was gebeld.  Die ontkende dat en startte een civiele procedure tegen de advocaat. In 2009 stelde het Haagse gerechtshof echter dat er bewijs is voor een telefoongesprek tussen de oud-rechter en de advocaat. Vanaf dat moment staat Westenberg te boek als de ‘liegende rechter’.
De uitspraak van de Hoge Raad is het voorlopig slot van de civiele procedure die Smit in 2010 begon tegen de oud-rechter en tegen de Staat. Met het oordeel van de hoogste rechterlijke instantie is definitief vast komen te staan dat Westenberg met Smit heeft gebeld en dat hij onrechtmatig heeft gehandeld door ‘tegen beter weten in’ het ‘telefonisch contact’ te ontkennen. Door daarover ook nog eens een procedure te voeren heeft Westenberg het procesrecht ‘misbruikt’. Het gerechtshof moet nu de schadevergoeding vaststellen die Smit krijgt. Die had eerder een bedrag van 4,5 miljoen euro bij elkaar gerekend aan schade.

SP-Kamerlid Michiel van Nispen heeft deze week schriftelijke vragen gesteld aan minister Dekker voor Rechtsbescherming. Van Nispen wil weten of de staat de advocaatkosten voor alle gerechtelijke procedures gaat terugvorderen van Westenberg. Die zijn tot dusver betaald door de Rechtspraak.