Khaled Al-Anesi
Khaled Al-Anesi

Khaled (spreek uit: Galed) Al-Anesi is best tevreden over Nederland, zegt hij op een donkere novembermiddag in een hip Amsterdams koffietentje. ‘De mensen hier spreken mijn naam tenminste goed uit. Geweldig! Ik ben alles kwijt, behalve mijn naam!’ 

Met ‘alles’ bedoelt hij: een bloeiende praktijk in Sana’a met zaken die hij bepleitte voor het Jemenitische Hooggerechtshof; zijn familie, zijn huis en sinds kort ook zijn vermogen omdat de Jemenitische regering zijn rekeningen heeft geblokkeerd. Ook zijn contacten met progressieve Arabische zenders als Al Jazeera, waar hij regelmatig optrad als politiek commentator, zijn verwaterd. 

AL-Anesi (48) liep in 2011 voorop bij de demonstraties vóór burgerrechten en tegen het corrupte bewind van de toenmalig president Ali Abdullah Saleh. In die periode werd hij herhaaldelijk gearresteerd en mishandeld. ‘Toen ze me taserden zei ik tegen die soldaat: waarom doe je dit? Ik kom op voor jóúw rechten, idioot!’ 

De problemen begonnen toen ­Saoedi-Arabië Saleh te hulp schoot, zegt Al-Anesi. ‘Saleh wilde een maatschappij waarin vrouwen niet de straat op mogen. Maar wij demonstreerden, mannen én vrouwen, zij aan zij. Stel je voor: in een tribale samenleving als Jemen. De mensen gingen niet eens meer naar huis om qat te kauwen (een oeroud, dagelijks Jemenitisch gebruik, red.) Kennelijk was de tijd rijp voor verandering.’ 

Maar Saleh schoot met scherp op de demonstranten. Bij een aanslag op zijn paleis raakte hij zelf gewond. Zijn opvolger Hadi, volgens Al-Anesi ‘een marionet van de Saoedi’s’ stond machteloos tijdens de coup van de Houthi’s, in 2015. De wrede oorlog die daarop door de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman (‘MBS’) werd ontketend en wordt gesteund door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, duurt nog altijd voort.

Al-Anesi’s vlucht uit Jemen was geen eigen keuze, vertelt hij. ‘Voor mijn familie was mijn mensenrechtenwerk een voortdurende bron van zorg, zeker na de coup. Mijn vader kreeg een hartaanval. Toen zeiden ze: alsjeblieft, vlucht.’ Hij kwam in Istanbul terecht en zijn vader stuurde zijn gezin na,  zij zijn daar nog steeds. 

En het eind van de oorlog is nog niet in zicht. ‘We zitten nu klem tussen de Saoedi’s en hun internationale coalitie, en de Houthi’s. Beide zijn slecht voor ons land. Want de échte strijd gaat niet tegen de Houthi’s, zegt Al-Anesi. ‘Bedenk dat wij tot een paar jaar geleden geen last hadden van dit soort sektarische conflicten. In Jemen gebeurt nu hetzelfde als we in Libië en Syrië hebben gezien: het lijden wordt in stand gehouden zodat mensen te bang zijn om zelfs maar aan verandering te dénken of in opstand te komen. De grootste vrees van de machthebbers is nog altijd dat de Tunesische revolutie slaagt – zoals de Franse revolutie nog jaren later doordreunde in heel Europa. Die revolutie heeft jullie politieke systeem gevormd. Wij vochten voor dezelfde idealen: een democratisch stelsel waar mensenrechten worden gerespecteerd.’ 

Juist daarom steekt het dat de Jemenitische bevolking door de internationale gemeenschap in de steek wordt gelaten. ‘Maar toen Jamal Khashoggi werd vermoord, kon het ineens wél. Toen sprak men zich wel uit tegen de Saoedi’s.’ Al-Anesi deed dat al openlijk in 2015, in een discussie met Khashoggi op Al Jazeera. Khashoggi steunde toen de inval van kroonprins MBS in Jemen. Het filmpje is nog op YouTube te zien. 

Na de moord op Khashoggi voelde Al-Anesi zich ook in Istanbul niet meer veilig. Het lukte om op een vlucht naar Nederland te komen. 

Nu zit Al-Anesi in een asielzoekerscentrum in Delfzijl (‘een open gevangenis’), waar in de verste verte geen televisiestudio is te bekennen. Hij is in afwachting van zijn procedure. Die gaat 43 maanden duren, kreeg hij onlangs te horen. 

tat1

Tatiana Scheltema

Freelance journalist

Profiel-pagina
Advertentie