Het wrakingsverzoek, gericht tegen de werkwijze van de Hoge Raad, was door strafadvocaat Willem Jebbink ingediend in een strafzaak tegen een vrouw die verdacht wordt van het verstoren van een gemeenteraadsvergadering in Zeist in 2015. De advocaat betoogde dat de werkwijze van de Hoge Raad in strijd is met de Grondwet en met internationale verdragen. Drie of vijf raadsheren beslissen over een zaak, maar de overige leden van een kamer nemen wel deel aan de beraadslaging over die zaak.

Volgens Jebbink heeft de aanwezigheid van de overige raadsheren tot doel de zetel te beïnvloeden. Daarnaast vindt hij dat de reservisten, door deel te nemen aan de beraadslaging in raadkamer, de zaak feitelijk mee behandelen. Er zou dan geen sprake meer zijn van een onafhankelijk en onpartijdig gerecht zoals de wet en internationale verdragen dat voorschrijven. Ook is onduidelijk wie aan de beraadslaging meedoen omdat dit op vrijblijvende basis zou gebeuren. Daarmee is de rechtspraak van de Hoge Raad niet transparant.

Rechtskundige bijdragen

De Hoge Raad zegt in de beslissing op het wrakingsverzoek dat de rol van reservisten beperkt is tot rechtskundige bijdragen aan de discussie. ‘Die bijdragen zijn noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de rechtspraak van de Hoge Raad consistent is. En consistentie is in het belang van het vertrouwen in de rechtspraak en van de rechtszekerheid. De rol van reservisten is beschreven in het gepubliceerde Protocol deelname aan behandeling en beraadslaging van de Hoge Raad. Daarmee is die rol voor procespartijen kenbaar.’

De Hoge Raad merkt de rol van reservisten aan als bemoeienis met de zaak. ‘Dat betekent dat wraking van reservisten mogelijk is, indien de rechterlijke onpartijdigheid in het geding is. Degene die wraking van raadsheren verzoekt, moet feiten en omstandigheden stellen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat deze raadsheren een vooringenomenheid koesteren of dat de hiervoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. De door verzoekster in deze zaak gestelde feiten en omstandigheden rechtvaardigen dat oordeel niet,’ aldus de Hoge Raad. ‘Het feit dat reservisten een juridische bijdrage kunnen leveren aan de bespreking van een zaak door de zetel, betekent niet dat die reservisten of de leden van die zetel partijdig zijn of dat angst daarvoor gerechtvaardigd is.’

Onafhankelijkheid

Sommige klachten uit het wrakingsverzoek hebben volgens de Hoge Raad geen betrekking op de onpartijdigheid van de rechter, maar op zijn onafhankelijkheid of op de wettelijke basis voor de rol van de reservisten. ‘Die klachten horen niet thuis in een wrakingsprocedure. Wel kunnen ze worden ingebracht in de hoofdzaak.’

De Hoge Raad liet zich dit najaar nadrukkelijk uit over de wrakings­procedure. Lees het artikel hier.

F3I2124-kleiner

Francisca Mebius

Redacteur

Profiel-pagina