De rapporteur die voor de schorsing is benoemd concludeerde dat de verweerder ‘al jaren inadequaat opereert’. ‘Zijn gebrek aan kennis van de verplichtingen van de praktijkvoering en dossieropbouw is structureel. Zijn gedrag, niet of veel te laat en onvolledig reageren, bestaat volgens de boekhouder al jaren.’

Volgens de raad staat vast dat de verweerder na zijn schorsing voor onbepaalde tijd ex artikel 60b Advocatenwet ‘geen enkele relevante medewerking heeft verleend aan de rapporteur in verband met de afwikkeling van de advocatenpraktijk van verweerder’.

Laptop
Niet alleen heeft verweerder in eerste instantie het contact met de rapporteur gemeden, bij nadien gemaakte afspraken kwam verweerder niet of veel te laat opdagen, aldus de raad in zijn beoordeling. ‘Daarnaast heeft verweerder inzage in zijn laptop geweigerd, terwijl alleen daarin zijn dossiers waren opgeslagen, heeft hij niet gereageerd op vragen van de rapporteur naar de kantoorfinanciën en is hij de schriftelijk gemaakte afspraken niet, dan wel onvoldoende, nagekomen.’

Ook heeft de verweerder op verschillende momenten de indruk gewekt dat hij ondanks zijn schorsing vanaf 25 januari 2016 nog als advocaat werkzaam is geweest.

De Raad verklaart het dekenbezwaar gegrond. ‘Vast is komen te staan dat verweerder zich al vele jaren, in elk geval sinds de indiening door de deken van het artikel 60c-verzoek in juli 2015, niet heeft gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet.’

Integriteit
Door zijn handelwijze in de afgelopen jaren heeft verweerder naar het oordeel van de raad ook de kernwaarden van de advocatuur en met name de integriteit veronachtzaamd. ‘Daarmee tast hij het aanzien van de advocatuur aan,’ vindt de raad.

De raad legt schrapping van het tableau en een proceskostenveroordeling op.