Johan-Rijlaarsdam-binnen-klein-
Johan Rijlaarsdam

Vasthoudend, energiek en positief ingesteld. Deze karaktertrekken verwacht Johan Rijlaarsdam (59), sinds begin dit jaar algemeen deken, het meest nodig te hebben tijdens zijn dekenaat.
Die eigenschappen kwamen hem ook goed van pas toen hij afgelopen zomer een trektocht maakte van bijna tweehonderd kilometer door de Canadese Rocky Mountains. Dat deed hij samen met zijn beide zoons (23). Van lange bergwandelingen ontspant hij. Net zoals van zeilen op de Oosterschelde. ‘Thuis hebben we een klein Lasertje. Als ik daarmee een paar uur op het water heb gezeten, ben ik fysiek uitgeput en geestelijk geheel ontspannen.’
Van jongs af aan is Rijlaarsdam gewend om veel buiten te zijn. Hij groeide op in Zeeland met zijn ouders, broer en twee zussen, in een dorpje vlak bij Goes. Zijn moeder zorgde voor het gezin. Zijn vader was directeur van een landbouwcoöperatie, een agrarische aan- en verkooporganisatie. ‘Mijn vader heeft de landbouwcoöperatie uitgebouwd,’ zegt hij. ‘Inmiddels is het een groot bedrijf met ik geloof een jaaromzet van 450 miljoen euro.’

De jonge Johan koos een andere richting, die van het recht. Na zijn studie en militaire dienst bij de Koninklijke Marine belandde hij bij Dutilh, later NautaDutilh, in Rotterdam. In 2005 stapte hij over naar Houthoff. Daar werd hij managing partner met een internationale litigation en arbitration praktijk. ‘De analyse van het probleem, het zoeken naar een goede oplossing voor je cliënt spreekt me aan. Net zoals de dynamiek van de praktijk. Het werk is veelzijdig, enerverend en je hebt met mensen te maken. Er is nooit enige repetitie.’

Omdat hij deken werd, heeft Rijlaarsdam zijn praktijk overgedragen aan kantoorgenoten. Op dit moment is hij nog wel partner bij Houthoff. Na zijn dekenaat keert Rijlaarsdam niet meer terug naar zijn praktijk, dat weet hij al. ‘Wat ik dan ga doen? Daar denk ik nu nog niet over na.’

Rode lijnen

Wat is zijn missie als algemeen deken? ‘We kunnen de taak van de advocaat in het recht niet genoeg benadrukken. Er is een aantal rode lijnen waar de wetgever niet overheen moet gaan. Anders wordt de rechtsstaat uitgehold. De advocaat is onmisbaar in die zin dat het ontzettend belangrijk is dat iedere rechtzoekende in Nederland een advocaat kan krijgen als hij die nodig heeft. Een advocaat die partijdig, onafhankelijk, deskundig en bereikbaar is en het aan het eind van de dag kan opnemen voor de individuele rechtzoekende.’
Volgens de nieuwe voorman van de advocatuur is het juist wegens de plannen voor gefinancierde rechtsbijstand van belang de rol van de advocatuur te onderstrepen. ‘Er zijn veel elementen in de plannen die de NOvA zorgen baren. Neem de triage. Daarmee wordt van tevoren bepaald wie wel en geen recht heeft op een advocaat. Dat leidt heel snel tot rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid. De rechtzoekende moet zelf kunnen uitmaken of hij wel of geen advocaat raadpleegt.’
Rijlaarsdam verwijst ook naar de rapporten van Van der Meer en Barkhuysen. ‘Al vele malen is uitgemaakt dat het huidige systeem voor gefinancierde rechtsbijstand prima werkt, dat er alleen een probleem is in de financiering. De minister heeft dat gegeven keer op keer terzijde gelegd. Ondertussen leggen steeds meer advocaten hun toevoegingspraktijk neer.’

‘Dat er uiteindelijk voor de rechtzoekende een partijdige, onafhankelijke, deskundige advocaat beschikbaar moet zijn, is voor de NOvA van groot belang’

Oog op de bal

Het contact met het ministerie is naar aanleiding van het debat over gefinancierde rechtsbijstand nogal onderkoeld geraakt, constateerde Rijlaarsdams voorganger Bart van Tongeren bij zijn afscheid. Rijlaarsdam is van plan zowel het overleg, als zo nodig de confrontatie op te zoeken met minister Dekker. ‘We vinden dat het contact met het ministerie in stand moet blijven.’ In de tweede week van januari maakte hij dan ook al kennis met minister Dekker. ‘Dat was een plezierig gesprek. Het was voor mij ook een prima gelegenheid om te zeggen dat we erg ongerust zijn over de gefinancierde rechtsbijstand en dat we het oog op de bal houden. Dat er voor de rechtzoekende uiteindelijk een partijdige, onafhankelijke, deskundige advocaat beschikbaar moet zijn, is voor de NOvA van groot belang. Alle plannen die daarmee in strijd zijn, zijn voor ons een no-goarea.’
In datzelfde gesprek liet minister Dekker weten dat de plannen nog niet in beton gegoten zijn, vertelt Rijlaarsdam. ‘In die zin blijft mijn ongerustheid bestaan. Tegelijkertijd wil ik hem natuurlijk niet in de wielen rijden als hij met heel goede plannen komt.’

Bijgespijkerd

Vanaf 2020 zijn advocaten verplicht zich in te schrijven in het rechtsgebiedenregister van de NOvA. Ze mogen maximaal vier rechtsgebieden opgeven. Het register sluit daarmee aan bij de toenemende behoefte aan gespecialiseerde advocaten. Niettemin kunnen advocaten ook kiezen voor de algemene praktijk. Is daar nog wel behoefte aan? ‘In sommige gevallen wel. Er zijn bijvoorbeeld rechtzoekenden met problemen met veel facetten. Dan is het goed als ze een advocaat kunnen inschakelen die zo breed is dat hij het veld kan overzien. Zolang een advocaat zich maar realiseert dat hij niet op alle rechtsgebieden actief kan zijn. Het is onmogelijk om cliënten op twintig rechtsgebieden bij te staan. Het heeft natuurlijk wel enige betekenis dat we zeggen: registreer je op vier rechtsgebieden.’

‘Dat de algemeen deken ook voorzitter van het college van toezicht is, is in mijn perspectief geen probleem’

Johan-Rijlaarsdam-buiten-klein

Als algemeen deken is Rijlaarsdam ook voorzitter van het college van toezicht. Het CvT, in januari 2015 opgericht, wordt eind dit jaar geëvalueerd. Voormalig lid van het college, Jan de Wit, noemde eind vorig jaar bij zijn vertrek de dubbelrol van de algemeen deken discutabel. ‘Je kunt daar op verschillende manieren naar kijken,’ zegt Rijlaarsdam. ‘De algemeen deken is voorzitter van de algemene raad en daarmee van het bestuur van de NOvA. Hij vervult een bestuurlijke taak. Dat de algemeen deken ook voorzitter van het college van toezicht is, is in mijn perspectief geen probleem omdat hij in dat verband een stelseltoezichtstaak uitoefent. Ik zie geen vermenging van taken of rollen. Juist omdat de algemeen deken goed weet wat het belang is van goed toezicht en van systeemtoezicht, denk ik dat er grote voordelen zijn aan de manier waarop het is geregeld.’

Imago

In de special over topadvocaten aan de Zuidas in het NRC werd de Zuidas-advocaat begin januari behoorlijk kritisch beschreven. Een moreel kompas zou ontbreken. ‘Advocaten moeten adviseren conform de wet,’ reageert Rijlaarsdam. ‘De advocaat past de wet toe, samen met de cliënt. Maar als hij ook nog moet gaan nadenken over de geest van de wet, wordt het wel heel ingewikkeld. Als de wet op een manier kan worden uitgelegd die eigenlijk moeilijk verdedigbaar is, ligt daar een taak voor de wetgever.’
Tegelijkertijd moet ook iedere advocaat integer zijn. Dat is een kernwaarde van de advocaat. Rijlaarsdam verstaat daaronder onder meer dat er integriteitsvragen kunnen ontstaan als een lacune in een wet overduidelijk in strijd is met een andere wettelijke bepaling. ‘Je kunt de wettelijke ruimte van de ene wet helemaal benutten, maar je kunt ook tot de conclusie komen dat het moeilijk ligt. We moeten ons realiseren dat dit een grijs gebied is. Je zou hier kunnen zeggen: op een advocaat ligt altijd een opdracht om zelf na te denken en een afweging te maken. Dat is wat anders dan dat een advocaat een moraalridder moet zijn.’

Het beeld van de advocatuur is niet altijd positief, zo bleek ook uit het imago-onderzoek vorig jaar in opdracht van het Advocatenblad. De rol van de advocatuur in de rechtsstaat wordt lang niet altijd begrepen. De nieuwe algemeen deken stimuleert advocaten dan ook om het verhaal van hun praktijk en hun bijdrage aan de rechtsstaat publiekelijk te delen. Daarbij is hij van plan om de media actief op te zoeken. ‘Ik wil consequent en met energie benadrukken dat een advocaat van wezenlijk belang is voor de rechtzoekende. Ik denk dat het daarom draait.’

Buitenfoto-Bien-2

Sabine Droogleever Fortuyn

Redacteur

Profiel-pagina