Op een dag reed hij terug van een receptie. Hij had zijn chauffeur die avond vrijgegeven.

Hij miste een afslag en belandde in een Haagse wijk waar hij liever niet kwam. Het was donker en hij versnelde. Zijn hoofd was zwaar van de wijn en van alle nieuwe regels die er borrelden. Het zebrapad zag hij niet. De botsing kwam uit het niets. Er was een glimp van een persoon. Een doffe klap. Hij dacht er pas over na toen hij de hoek om was.

Twee dagen later stond het al in de Telegraaf. ‘Minister rijdt door na ongeluk.’

Het was de schrik, zei hij tegen zijn hoogste ambtenaar. Zijn voorlichter suggereerde dat het kwam door de haperende cruisecontrol. Het werd betwijfeld. De materiële schade bleek enorm. Het slachtoffer nam een advocaat. Waarom nou meteen juridiseren? dacht de minister misnoegd. Omdat de verzekeraar niet uitkeerde, volgde beslag op het huis, zelfs op de rekening van Sander en Marieke. Toen zijn pinpas weigerde bij de pizzakoerier, belde hij de landsadvocaat. Maar Pels Rijcken kon hem niet bijstaan. Niet op kosten van het ministerie. ‘Dit is privé, meneer Dekker, en met die Wob-verzoeken tegenwoordig.’
‘Maar ik kan nu even niets betalen,’ zei Sander bedremmeld.

‘Wij doen geen toevoegingen,’ zei de Haagse advocaat verontschuldigend.

De minister nam verlof en meldde zich op een ochtend incognito in een gebreide trui bij het loket in zijn buurt. Het loket dat hij zelf had ingesteld. ‘U wilt een advocaat? Ho ho, laten we eerst eens bekijken of dat echt nodig is,’ zei de ambtenaar streng vanachter het kogelvrije glas.

‘Waar haal ik dan mijn recht?’ riep Sander vertwijfeld uit. Waarna de man hem schouderophalend wees op het lege huis aan de overkant. ‘We hadden hier vroeger een kantongerecht. Maar nu moet u naar de grote stad. Ik wens u veel succes.’

Dit was nog niet alles. Het Openbaar Ministerie begon een onderzoek en hij moest zich melden voor verhoor. Wanhopig belde hij Grapperhaus. ‘Ferdinand, dit moet stoppen! Ik ben tenslotte de minister.’ Maar Grapperhaus schudde zijn hoofd, slikte in dat hij de enige minister was met portefeuille en zei: ‘Rule of law, Sander. Ik zal je daar een begrijpelijk boekje over geven dat ik ooit geschreven heb.’

Gelukkig verscheen er op het politiebureau een toegewijde piketadvocaat. ‘Ik doe dit vrijwel onbetaald,’ zei deze tegen de dankbare verdachte. ‘Maar u heeft er recht op en ik kan u moeilijk in de steek laten.’

Toen pas ontwaakte er iets in het hoofd van de minister voor Rechtsbescherming.

Matthijs Kaaks

Matthijs Kaaks

Profiel-pagina