‘U bent gespannen,’ ziet de rechter.

‘Ja,’ knikt Z.

Z. zit bij de bestuursrechter in Haarlem om een boete van 500 euro aan te vechten. Die kreeg hij van DUO omdat hij niet binnen drie jaar zijn inburgeringsdiploma haalde.

‘Hoe is de stand van zaken nu?’ wil de rechter weten.

‘Meneer heeft zeshonderd uur besteed aan zijn inburgering en drie keer examen afgelegd en het niet gehaald,’ somt advocaat Emel Çekiç op. ‘De lessen zijn nu afgerond, maar ik heb goede hoop dat het goed komt.’

De rechter wendt zich tot Paul Slagter, medewerker beroep bij DUO. ‘Wat zouden de consequenties zijn als het niet lukt?’

‘Dan wordt opnieuw een boete opgelegd,’ zegt Slagter. ‘Maar eerlijk gezegd heb ik dat nog nooit gezien.’

In april 2014 kwam Z. Nederland binnen. Afkomstig uit Iran, had hij er op dat moment al een lange reis opzitten die hem onder meer via Bulgarije en Griekenland had gevoerd. Die talen spreekt hij misschien wel beter dan Nederlands, dat hem nog steeds moeilijk af gaat. Z.’s eerste halte in Nederland was het asielzoekerscentrum in Almere.

‘In zo’n azc,’ informeert de rechter, ‘kan daar meteen worden begonnen met inburgeren? Want ik zie dat meneer pas medio 2015 is begonnen in Zaandam, meer dan een jaar nadat hij Nederland is binnengekomen.’

‘De inburgeringsplicht geldt vanaf het moment dat iemand een verblijfstitel heeft,’ zegt Slagter. ‘Dan wordt hij geacht te beginnen, daar is hij zelf verantwoordelijk voor. Of dat al kan in het azc, dat weet ik niet.’

‘In 2014,’ zegt advocaat Çekiç, ‘was het beleid dat men bij binnenkomst niet stuurde op het volgen van de inburgeringscursus, maar op het bereiken van stabiliteit, duidelijkheid en structuur. Eerst een huis. Het was ongeschreven beleid dat een azc mensen niet direct na binnenkomst op cursus stuurde. Tegenwoordig is dat anders. De wettelijke bepalingen zijn nu heel hard.’

Meneer Z. kreeg een huis in december 2014. Vervolgens duurde het tot juni 2015 eer hij bij Vluchtelingenwerk terechtkon in de inburgeringsklas.

‘Als ik nou kijk,’ zegt de rechter, ‘dan heeft meneer iets meer dan twee jaar gehad om zijn diploma te halen. Als je je best doet en je uren maakt, kun je dan binnen die termijn aan de verplichting voldoen?’

‘Dat is een heel algemene vraag,’ zegt Slagter. ‘Dat zou ik zo niet weten. Maar als ik kijk dat meneer in december 2014 een woning had, dan had het kunnen lukken.’

Zo simpel ligt het niet, zegt Çekiç. Want eenmaal in de inburgeringsklas kwam Z. overhoop te liggen met zijn docent. ‘Hij voelde zich gekleineerd en op een bepaald moment heeft de docent gezegd: “Ik wil u niet meer in de klas hebben.”’
‘Is er dan maar één docent?’ vraagt de rechter verbaasd.
‘Ik vind het best bizar als Vluchtelingenwerk, op dat moment monopolist in Zaandam, dit besluit kan nemen,’ zegt Çekiç. ‘Als er íémand is die wil inburgeren, dan is het wel meneer Z. Hij is vervolgens elke dag naar Vluchtelingenwerk geweest om te vragen hoe hij nu verder moest. Dan kreeg hij te horen: “Ga maar naar Purmerend.” Maar hoe moet hij dat betalen? Met zijn bijstandsuitkering kan hij dat niet opbrengen. Als Vluchtelingenwerk Zaandam zijn werk goed had gedaan, had meneer hier vandaag niet gezeten. Maar er is geen alternatief geboden aan een kwetsbaar persoon. Dat vind ik schandalig.’
‘Het klinkt alsof het allemaal aan Vluchtelingenwerk lag,’ werpt Slagter tegen. ‘Maar ik hoor het verhaal hier helemaal van één kant, er is geen bewijs van. Meneer had ontheffing kunnen aanvragen van de inburgeringsplicht, maar dat heeft hij niet gedaan. Dat is zijn keuze. Inmiddels is er een jaar verstreken nadat wij de boete hebben opgelegd, en meneer heeft zijn diploma nog steeds niet. Met zijn omstandigheden is genoeg rekening gehouden in de boete.’
‘Inderdaad: mensen kunnen ontheffing vragen van de inburgeringsplicht,’ beaamt Çekiç. ‘Dat heeft meneer altijd geweigerd. Hij heeft gezegd: “Ik wil het dóén!” Hij doet vrijwilligerswerk in de groenvoorziening, met kans op een baan. Dát is de man die ik hier vertegenwoordig.’

De rechter keert zich naar meneer Z. ‘Hier ga ik eens rustig over nadenken.’

Twee maanden later volgt de uitspraak. De rechter vindt de boete terecht en ziet geen aanleiding om die te verlagen. Dat Z. een deel van de inburgeringstermijn in een AZC woonde, kan het verschil niet maken. Volgens de rechter heeft Z. bovendien niet hard gemaakt dat hem niets te verwijten viel in het conflict met Vluchtelingenwerk en heeft hij er ook niet alles aan gedaan om zijn inburgering weer op te pakken.

Lars1

Lars Kuipers

Freelance journalist

Profiel-pagina