‘In Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk lopen al zaken. Binnenkort beginnen we in Zweden,’ zegt Anwar al-Bunni. ‘We hopen dat het snel gaat, maar het zijn gigantische dossiers. We zullen zien.’

De Syrische advocaat Al-Bunni is de motor achter pogingen om Syrische oorlogsmisdadigers in Europa voor de rechter te krijgen. ‘We vervolgen degenen die ervan wisten en de bevelen gaven: de mensen op sleutelposities, de hoogsten in rang die eindverantwoordelijk waren voor deze misdrijven.’

Samen met de eveneens naar Berlijn gevluchte advocaten Mazen Darwish en Ibrahim al-Kassem bereidt hij de dossiers voor waarmee de Europese instanties aan de slag kunnen. Ze worden ondersteund door het in Berlijn gevestigde European Center for Constitutional and Human RIghts (ECCHR) en een netwerk van Syrische advocaten door heel Europa.

En met succes. In juni vorig jaar vaardigde een Duitse aanklager een internationaal arrestatiebevel uit tegen Jamil Hassan, het hoofd van de beruchte inlichtingendienst van de Syrische luchtmacht. Franse aanklagers volgden in november met arrestatiebevelen tegen dezelfde Hassan en tegen Ali Mamlouk, hoofd van de Syrische geheime dienst, en Abdulsalam Mahmud, commandant van de verhoorafdeling van de inlichtingendienst van de luchtmacht.

Al in het begin van de Syrische revolutie in 2011 begonnen Syrische advocaten en mensenrechtenactivisten met het verzamelen en veiligstellen van bewijsmateriaal van de systematische mensenrechtenschendingen die door het Syrische regime werden gepleegd. Later documenteerden ze ook de oorlogsmisdaden door andere partijen die zich in het conflict mengden, zoals de aan Al-Qaeda gelieerde jihadisten van Jabhat al-Nusra.

Organisaties als het Violation Documentation Center van advocaten Razan Zeitouneh en Mazen Darwish, en de Syrian League for Citizenship van Wesam Jalahej wisten een overweldigende hoeveelheid documenten het land uit te smokkelen. Begin 2014 kwam daar het archief van ‘Caesar’ bij: de gedeserteerde forensische legerfotograaf die tussen 2011 en 2013 ruim vijftigduizend foto’s van ernstig gemartelde lichamen, maar ook locaties en voorwerpen op USB-sticks had opgeslagen.

De Franse zaak werd aange­spannen door familieleden van een Frans-Syrische vader en zoon die in 2013 in Damascus waren opgepakt. Die nexus was nodig. Maar Duitsland, Oostenrijk, Noorwegen en Zweden hebben wetgeving waarmee universele misdaden tegen de menselijkheid kunnen worden vervolgd. ‘Daarbij houden we dezelfde bewijsstandaarden aan als het International Criminal Court,’ vertelt Al-Bunni. ‘We zorgen dat we ­zowel de misdaden zelf, als de chain of command tot aan de hoogst verantwoordelijke kunnen bewijzen. Wij praten met de slachtoffers, verzamelen getuigen­verklaringen en presenteren een dossier aan de aanklager in het betreffende land.’

Op termijn hoopt het team ook in Nederland zaken aan te brengen, maar dat kan alleen als de aangeklaagde persoon in kwestie ook in Nederland verblijft, zegt Al-Bunni, jongstleden december beloond met de Frans-Duitse prijs voor mensenrechten en rechtsstatelijkheid. ‘We kijken nu of we een civiele zaak kunnen beginnen. Daar zijn we nog niet uit.’

tat1

Tatiana Scheltema

Freelance journalist

Profiel-pagina