Het NCC wordt van grote waarde voor de rechtspraak en voor de internationale handel, voorspelt Teun Blom van kantoor Blenheim uit Amsterdam. De advocaat is een van de genodigden van de feestelijke opening van het Netherlands Commercial Court begin februari in het Paleis van Justitie aan het Amsterdamse IJ.

Het NCC richt zich op het beslechten van complexe internationale handelsgeschillen. Organisatorisch gezien valt het instituut onder het gerechtshof Amsterdam. Volgens de Wet op de rechterlijke organisatie is het een bijzondere kamer van de Rechtbank en het Hof Amsterdam. Uniek aan de nieuwe voorziening is het Engels als enige voertaal, zowel tijdens de procedure als de uitspraak.

Het NCC springt daarmee in op de toenemende vraag naar Engelstalige geschillenoplossingen uit het bedrijfsleven. Tot nu toe verdwijnen grote zaken vaak naar het buitenland zoals Londen of ze worden afgedaan in arbitrage waar de procedures op verzoek wel Engelstalig zijn.

Nederlands recht

Veel medewerkers van internationale ondernemingen spreken geen Nederlands spreken en vinden de gang naar de overheidsrechter daardoor onpraktisch. ‘Als alle onderhandelingen in het Engels zijn gevoerd, de contracten in het Engels zijn opgesteld en bij de uitvoering daarvan uitsluitend in het Engels is gecommuniceerd, dan is het alleen maar logisch dat je eventuele geschillen ook in die taal beslecht,’ zegt Blom die samen met onder andere Engelstalige common law juristen bij Blenheim de praktijk in nationaal en grensoverschrijdend handelsrecht bestiert.

Het NCC is onderdeel van de Nederlandse rechterlijke macht en valt onder het Nederlandse procesrecht, vertelt NCC-voorzitter Duco Oranje. Dat is bijzonder want daarmee onderscheidt de rechtbank zich van vergelijkbare instituten in het buitenland, waaronder het toekomstige Brussels International Business Court. Dit court, momenteel aanhangig als wetsvoorstel, zal worden bemand door Belgische overheidsrechters, maar volgt het modelrecht inzake de internationale arbitrage, en niet het Belgisch procesrecht. Ook de mogelijkheid van hoger beroep bij het NCC is opvallend. Ter vergelijking: de courts van Frankfurt en Parijs en straks die van Brussel, kennen deze voorziening niet. ‘Het Nederlandse procesrecht staat in hoog aanzien. Het wordt zeker door de Angelsaksische landen gezien als efficiënt, voortvarend en voorspelbaar, en – wat ook belangrijk is – betaalbaar,’ zegt Oranje.

Griffierechten

Over de betaalbaarheid en dan vooral de hoogte van de griffiekosten was vooraf discussie. ‘De Raad voor de rechtspraak vond dat de griffierechten niet ten laste mochten komen van de reguliere rechtspraak en dat de partijen de kosten moeten vergoeden,’ zegt Oranje. In de Eerste Kamer waren zorgen over de toegankelijkheid van het court voor het midden- en kleinbedrijf. De nieuwe wet nodig voor de oprichting – het wetsvoorstel Engelstalige rechtspraak in internationale handelskamers – kwam pas half december na een pittig debat door de senaat.

Volgens Herman van der Meer, president van het gerechtshof Amsterdam, was het tot het laatste moment spannend of het NCC ook echt op 1 januari van start kon gaan. ‘De politieke aandacht ging vooral naar het kostendekkend griffierecht.’ Hij laat in zijn toespraak doorschemeren dat aan die bedragen nog gesleuteld kan worden. ‘Voor de hoogte van de griffierechten werd een zekere mate van inschattingsvermogen gevraagd. Waarvan je nog maar moet afwachten of dat goed gegaan is – we zullen de komende jaren monitoren of die inschatting ook duurzaam kostendekkend is.’

Het idee van een Engelstalig commercial court komt van Frits Bakker, de voormalige voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. Bakker maakte het voornemen bekend tijdens de Dag van de Rechtspraak in 2014 in Rotterdam. ‘Dat was ruim voordat er serieus rekening werd gehouden met een vertrek van het Verenigd Koningrijk uit de Europese Unie. Welke consequenties een eventuele brexit gaat hebben, is hoogst onzeker. Maar het zal de belangstelling voor het NCC vast en zeker niet verkleinen. Bedrijven blijven behoefte houden aan Engelstalige rechtspraak,’ zegt Anita Vegter, directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

‘Het is belangrijk dat de rechtspraak biedt waar rechtzoekenden behoefte aan hebben. De rechtspraak is zich aan het vernieuwen en wil voorzien in de behoefte aan maatwerk.’ Ook het NCC valt onder dat maatwerk. ‘Doen waar bedrijven behoefte aan hebben om internationaal te ondernemen,’ zegt Vegter. Met een ferme druk op een knop verricht ze de officiële openingshandeling.

Aanlooptijd

Zowel sprekers als bezoekers zijn vol vertrouwen dat de nieuwe voorziening een succes zal worden. Dat er sinds 1 januari nog geen zaken zijn binnengekomen bij het court is geen reden tot zorg. ‘Partijen moeten het eerst nog in hun overeenkomst afspreken. Wij hebben rekening gehouden met een zekere aanlooptijd,’ zegt Oranje met een lach.

Advocaat Teun Blom verwacht gebruik te maken van de diensten van het NCC. ‘We hebben het met klanten er al nadrukkelijk over gehad en zullen het zeer zeker bespreken bij het opstellen van nieuwe contracten.’

Procestaal

Het procesreglement van het NCC bepaalt dat de procedure in het Engels wordt gevoerd. Als partijen dat willen, mag het ook in het Nederlands.

2.1.1. De procedure wordt gevoerd in de Engelse taal. De procedure kan geheel of gedeeltelijk in de Nederlandse taal worden voortgezet, indien de in de procedure betrokken partijen na de indiening van de procesinleiding daarvoor kiezen en de rechter dienovereenkomstig beslist. Partijen berichten de rechter zo spoedig mogelijk over een dergelijke keuze.

2.1.2. De rechter kan een partij bevelen een vertaling in de procedure te brengen van een overgelegd stuk dat is gesteld in een andere taal dan de procestaal. De rechter kan bepalen dat een beëdigde vertaling moet worden overgelegd. Nederlandse jurisprudentie en doctrine, en stukken in de Nederlandse, de Engelse, de Duitse of de Franse taal, worden niet vertaald, tenzij de rechter anders beslist.

2.1.4. Indien een zitting plaatsvindt en een partij daarbij aanwezig wil zijn die de Engelse taal onvoldoende beheerst, voorziet deze partij zich desgewenst van bijstand door een tolk.’

Mariska Jansen

Filosoof / Journalist

Profiel-pagina