Mr. X, naar eigen zeggen een zeer goede strafrechtadvocaat, kreeg van mr. B het verzoek een strafzaak aan haar over te dragen. Mr. B zou voor de cliënt optreden in cassatie en in een ontnemingszaak.

Bijna twee maanden na het verzoek gaf mr. X zijn akkoord; mr. B mocht het dossier komen ophalen. Maar in de verhuisdoos ontbrak een aantal stukken: een proces-verbaal, het vonnis en het arrest. Mr. X weigerde ze alsnog aan mr. B toe te sturen. Mr. B verzocht de deken te bemiddelen, maar ook dat leverde niets op.

Intussen kreeg de deken een ‘signaal’ van het OM: toen men mr. X belde voor een verhoordatum in de ontnemingszaak, zei hij niet meer voor de cliënt op te treden; wie zijn opvolger was moest men maar bij de verdachte zelf navragen. Aldus geschiedde, maar toen het verhoor doorgang vond meldde mr. B dat zij niet het complete dossier had en daarom haar cliënt moest adviseren te zwijgen. Zo had mr. X volgens het OM kostbare tijd van de FIOD verknoeid.

De deken deelde mr. X mede dat er een klacht/dekenbezwaar aankwam, waarop mr. X terugschreef dat het gebrek aan medewerking tactiek was geweest om de ontnemingsprocedure te frustreren: ‘het ziet er dus naar uit dat, gelijk mijn streven, (…) deze procedure maximaal vertraagd zal worden en er eerst een maatregel tot stand komt op het moment dat [de heer S] zijn detentie geheel heeft geconsumeerd en is afgereisd naar Panama.’

Later, in de tuchtzaak, stelde mr. X dat zijn secretaresse die het telefoontje van het OM had aangenomen op dat moment niet wist wie de opvolgende advocaat was, maar dat zij naderhand het OM had gebeld om dat alsnog door te geven.

Vertraging

Dat valt moeilijk te rijmen met die vertragingstactiek zou je zeggen, maar daar gaat de Amsterdamse raad van discipline niet op in. Men ging aan de nieuwe lezing voorbij omdat die onvoldoende onderbouwd was.

Dat vertraging van de ontnemingsprocedure in het voordeel van de cliënt was, was volgens de raad niet aan mr. X om te bepalen: hij was in die kwestie immers diens advocaat niet.

Mr. X had volgens de raad van discipline zijn collega de stukken gewoon moeten sturen. Hij had een andere toonzetting moeten kiezen in zijn brieven aan de deken (voor citaten leze men de uitspraak) en zich welwillender moeten opstellen in de bemiddelingsprocedure. Ten slotte had hij de FIOD desgevraagd meteen de naam van zijn opvolger moeten geven.

Over dat laatste valt nog wel even te piekeren: moet je inderdaad de FIOD beleefd terwille zijn als je daarmee de belangen van je oud-cliënt frustreert? Als mr. X het nou allemaal een beetje anders had gebracht…

Het werd een berisping, mede in het licht van een eerder opgelegde deels voorwaardelijke schorsing. Beroep staat nog open.

 

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina