Mr. X trad op voor een Roemeens olie- en gasconcern dat 200 miljoen dollar aan de wederpartij moest betalen. De wederpartij wilde zich verhalen op de aandelen van twee dochtermaatschappijen van het Roemeense concern. Een kantoorgenoot van mr. X zei op een zitting dat cliënte bereid was de voor die verkoop benodigde informatie te geven. Men had wel even tijd nodig: een deel van de informatie stond op een laptop van de voormalig bedrijfsjurist van cliënte. Die laptop lag bij mr. X op kantoor maar was niet compatibel met het kantoorsysteem; daar werd aan gewerkt.

De rechter droeg de cliënte op de relevante informatie, waaronder die op de laptop, binnen veertien dagen aan de deurwaarder te verstrekken.

De cliënte van mr. X verstrekte mondjesmaat informatie over de te verkopen aandelen, maar wat er op de laptop stond bleef ongewis. Toen de deurwaarder uiteindelijk op het kantoor van mr. X conservatoir bewijsbeslag kwam leggen, werd het voor mr. X erg ongemakkelijk. Na veel vijven en zessen kwam het hoge woord eruit: de cliënte had de laptop opgeëist en mr. X had hem op de laatste dag van de termijn gestuurd naar een adres op Cyprus of in Zwitserland.

De wederpartij en de deken stapten naar de tuchtrechter: mr. X had nakoming onmogelijk gemaakt van een toezegging die haar kantoorgenoot ten overstaan van partijen en de rechter had gedaan.

Mr. X verdedigde zich: haar cliënte was de beschikking wel degelijk nagekomen door (summiere) informatie te verstrekken uit andere bron. Ze had bij de cliënte aangedrongen op aanvullende gegevens, maar wie zegt dat die op die laptop stonden? Bovendien was niet zij, maar haar cliënte verplicht de informatie te verstrekken. Nu er geen opdracht van de cliënt meer lag, zou het juist obstructief zijn geweest de laptop te blijven bewaren.

Dat mocht allemaal zo zijn, vindt de tuchtrechter, maar mr. X had zich moeten inspannen de informatie op de laptop te ontsluiten en aan de deurwaarder te geven. Voordat ze de laptop naar haar cliënte stuurde had ze een kopie van de inhoud kunnen maken. Ze had in overleg kunnen treden met de voorzieningenrechter, de wederpartij, de deurwaarder en/of de deken. Met name de laatste had kunnen helpen een uitweg te vinden in het conflict tussen het verzoek van haar cliënt en de geheimhoudingsplicht enerzijds en de inspanningsplicht vanwege de toezegging ter zitting anderzijds.

Het komt mr. X bij de Amsterdamse raad van discipline op vier weken voorwaardelijke schorsing te staan – één maatregel voor zowel de klachtzaak als het dekenbezwaar.

Appel staat nog open.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie