Helpende-hand-binnenwerk
Beeld door: Ronald Brokke

‘Zijn stelling is een oneliner met wel heel weinig diepgang.’ Jan Andringa, partner bij HVG Law in Rotterdam, is teleur­gesteld over het standpunt van minister Dekker dat de grote kantoren een bijdrage moeten leveren. ‘Ik vraag me af of hij ooit weleens met een groot kantoor heeft gesproken en zich de vraag heeft gesteld wat wij doen op het gebied van corporate responsibility.’

Dekker vindt de herziening van de gefinancierde rechtsbijstand een opdracht voor de gehele advocatuur, schreef hij eind vorig jaar in zijn contourennota. ‘Net zoals van sociaal advocaten mag worden gevraagd zich niet volledig afhankelijk te maken van overheidssubsidies, mag van commerciële advocatenbureaus een maatschappelijke tegenprestatie worden verwacht. Het uitgangspunt is een grotere solidariteit binnen de beroepsgroep en het in gezamenlijkheid invulling geven aan de toegang tot het recht van minderbedeelden.’

Andere politieke partijen delen die opvatting. Senator Sophie van Bijsterveld (CDA) vroeg Dekker enkele weken geleden zelfs om actief de scheiding tussen sociale en commerciële advocatuur op te heffen. ‘Dit zou betekenen dat ook de grote kantoren weer “sociale”, dat wil zeggen pro-Deozaken, gaan doen. Dat scheelt geld, stagiaires kunnen zo het vak leren en kennismaken met de sociaal zwakkeren die zo in ieder geval een goede advocaat hebben.’

Zover wil Dekker niet gaan. De tweedeling is niet ontstaan als gevolg van overheidsbeleid en kan ook niet door de overheid worden weggenomen, reageerde hij op Van Bijsterveld. Wel wil hij het gesprek aangaan met de grote kantoren. ‘We willen zien of er niet iets meer solidariteit binnen die sector kan komen. Ook de grote bureaus die dan wel duur betaald zijn en met hoge tarieven werken, moeten kunnen zeggen dat zij vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid ook wat willen bieden aan de sociale advocatuur.’ Lichtend voorbeeld in de ogen van de minister is Houthoff die samenwerkt met het sociale kantoor Meesters aan de Maas.

Verantwoordelijkheid

Jan-Andringa
Jan Andringa

De meeste grote kantoren stellen zich vooralsnog terughoudend op. Aan de ene kant zeggen ze eerst te willen horen wat Dekker concreet van plan is. Aan de andere kant zien ze de gefinancierde rechtsbijstand vooral als een zaak van de overheid. De toegang tot het recht is een belangrijk grondrecht en cruciaal voor de rechtsstaat, maar het is primair de taak van de overheid om deze toegang te waarborgen. Allen & Overy, gevestigd in Amsterdam, noemt het ‘onvoorstelbaar’ dat de overheid de rekening voor bezuinigingen bij grote kantoren denkt te kunnen wegleggen. ‘Een dergelijke kernverantwoordelijkheid kan de overheid niet afschuiven op private partijen,’ aldus het kantoor in een reactie.

Niettemin voelen grote kantoren ook zoiets als een algemene maatschappelijke verantwoordelijkheid. ‘De advocatuur is één beroepsgroep met dezelfde plichten en privileges en we hebben een gezamenlijk belang bij goed functionerende rechtshulp,’ vindt Hermine Voûte, partner arbeidsrecht bij Loyens & Loeff in Amsterdam. ‘Gefinancierde rechtsbijstand zoals we die in Nederland kennen, is een van de best functionerende systemen van de wereld. Dat is wat waard.’

Joost Linnemann, CEO bij Kennedy Van der Laan, meent dat van iedereen een maatschappelijke bijdrage mag worden gevraagd. Maar hij zegt niet te begrijpen waarom Dekker verband legt tussen bezuinigingen op de gefinancierde rechtsbijstand en de specifieke verplichting van de commerciële advocatuur om dat financiële gat te dichten. ‘Ik vind het zelfs een beetje goedkoop dat de minister stelt dat hij daar het geld niet voor heeft en tegen de mensen die ook actief zijn in de rechtspraktijk zegt dat zij het geld wel hebben en dat zij het maar moeten financieren.’

Bibliotheken

Hermine-Voûte-2
Hermine Voûte

Linnemann is niet per se tegen stelselherziening. Hij noemt de vraag of de rechtsbescherming niet op een andere manier kan worden ingevuld een heel interessante en zinnige. ‘Daar moet een fundamenteel debat over komen. Burgers zelfredzamer maken door betere informatievoorziening is een trend die je in het bedrijfsleven ook ziet. Goed dat daar naar gekeken wordt.’

Volgens Linnemann is de maatschappelijke verantwoordelijkheid van kantoren op andere manieren veel waardevoller in te vullen. ‘Het financieren van de sociale advocatuur is niet de meest effectieve inzet van de kennis en kunde van grote kantoren. Een simpel voorbeeld van effectieve inzet is het ter beschikking stellen van faciliteiten aan kleinere sociale kantoren, zoals bibliotheken en abonnementen.’

Ook Geert Potjewijd, managing partner van De Brauw Blackstone Westbroek, denkt dat de verantwoordelijkheid voornamelijk ligt in het ter beschikking stellen van kennis en ervaring op de rechtsgebieden die het kantoor doet. ‘Kantoren hebben zich door de jaren heen steeds verder gespecialiseerd. We denken dat kantoren elkaar graag willen helpen wanneer een bedrijf of particulier rechtsbijstand nodig heeft die het ene kantoor niet in huis heeft en het andere wel. Daarin kunnen wij van toegevoegde waarde zijn. Zo kunnen we bijvoorbeeld een rol spelen bij cassatie. Er zijn weinig kantoren die dat kunnen en willen doen zonder vergoeding. Wij stoppen nu al duizenden uren per jaar in pro bono-zaken en zien dat aantal de komende jaren verder toenemen.’

Andringa van HVG Law, verantwoordelijk voor de uitvoering van het Corporate Social Responsibility beleid binnen het kantoor, beaamt dit.

Hij is nauw betrokken geweest bij de oprichting van Pro Bono Connect, de bemiddelaar in Nederland tussen maatschappelijke organisaties die juridische hulp nodig hebben en advocaten. ‘Veel grote kantoren werken samen met Pro Bono Connect. Dat is een groot succes en heel concreet. Grote kantoren zijn hiermee actief betrokken bij partijen die advies nodig hebben, maar het niet kunnen betalen. Op een logische en verantwoorde manier.’

Toevoeging

Joost-Linneman-2
Joost Linneman

Is het stelsel geholpen als grote kantoren meer zaken op toevoeging doen? Nee, daar schiet de burger niets mee op, zeggen ze. De plannen van Dekker gaan over de toegang tot het recht. Dat is een heel andere discussie.

Linnemann noemt het ronduit een slecht idee om toevoegingszaken neer te leggen bij grote kantoren. ‘We hebben confrères en collega’s die op dat vlak heel goed werk doen en daar slecht voor betaald krijgen. Het slechtste wat je kunt doen is daar advocaten op zetten die minder goed zijn in die vorm van dienstverlening en daarmee het beleg van het brood eten.’

Potjewijd onderschrijft dat: ‘Wij leven niet van deze zaken, dus we vinden het niet nodig om het apparaat te belasten. Wanneer men bij ons komt en wij kunnen helpen, doen wij dat pro Bono.’

Volgens Andringa is dat een van de punten die Dekker zich niet realiseert. Je kan niet zonder meer stellen dat grote kantoren zich niet interesseren voor de gefinancierde rechtsbijstand vanuit commercieel perspectief. Dat is deels waar, maar dat betekent niet dat ze niet maatschappelijk betrokken zijn. Dat zijn ze uitdrukkelijk wel.’

Beroepsopleiding

10.-Geert-Potjewijd-_KAA7065_040319
Geert Potjewijd

Een link met de beroepsopleiding zien sommige kantoren wel. Zo is Houthoff ruim een jaar geleden een samenwerking aangegaan met Meesters aan de Maas. Het is inmiddels een vaste mogelijkheid binnen de opleiding bij Houthoff dat advocaat-stagiaires mee kunnen lopen bij het sociale kantoor. De samenwerking begon met de zoon van advocaat Marjolein Rietbergen van Meesters aan de Maas. Hij ging bij Houthoff aan de slag en kwam samen met zijn moeder op het idee.

Marielle Koppenol, partner bij Houthoff: ‘Het is fijn dat de advocaat-stagiaires op deze manier hun punten kunnen halen, maar ook dat ze een ander deel van de advocatuur zien. Het is voor onze advocaten een heftige ervaring. Het leidt tot een beter begrip voor elkaar. Daardoor was Houthoff ook goed vertegenwoordigd tijdens de protestactie van laatst. We zien dat het nodig is.’

Houthoff start de komende maanden de samenwerking met nog twee sociale kantoren, in Amsterdam en Rotterdam, zodat meer stagiaires zo’n ervaring kunnen opdoen.

Voûte van Loyens & Loeff vertelt dat toen ze in 1988 begon verplicht een aantal toevoegingen moest doen tijdens haar stageperiode. ‘Het is helemaal niet zo’n gek idee om dat weer in te voeren. Wanneer je daarmee begint, moet je wel een oplossing vinden voor het probleem dat op grote kantoren niet alle rechtsgebieden worden gedaan waar toevoegingen voor nodig zijn. Je kunt stagiaires niet een beetje laten prutsen. Maar een link leggen met een verplichting in de opleiding lijkt mij best logisch.’

Gesprek

Koppenol-Marielle-2
Marielle Koppenol

Tot dusver heeft Dekker nog geen van de grote kantoren benaderd voor een gesprek. Die hoeven ook niet zo nodig en verwijzen naar de Nederlandse orde van advocaten. ‘Uiteindelijk zal de NOvA namens de beroepsgroep met de minister tot een duurzaam stelsel moeten proberen te komen,’ aldus managing partner van CMS Nederland Willem Hoorneman.

Volgens Voûte is het primair de taak van de NOvA en de minister om tot betaalbare oplossingen te komen. ‘Als de NOvA in dat kader op ons kantoor en op andere commerciële kantoren een concreet beroep zou doen dan gaan wij daar welwillend naar kijken. Vanwege de gezamenlijke verantwoordelijkheid en het gezamenlijke belang van goed functionerende rechtshulp. Dat zien we heel duidelijk.’

Ook Linnemann (Kennedy Van der Laan) en Potjewijd (De Brauw) zeggen graag te willen praten met de NOvA en de andere kantoren over maatschappelijke verantwoordelijkheid. Linnemann: ‘Tegen de minister zijn we terughoudend. Ik vind dat hij bij ons aan het verkeerde adres is.’ Potjewijd: ‘Wij willen best om de tafel met de NOvA om mee te denken over een duurzaam stelsel, zolang het uitgangspunt blijft dat de verant­woordelijkheid bij de overheid ligt.’

Algemeen deken van de NOvA Johan Rijlaarsdam geeft aan dat een goede werking van het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand en de borging van de toegang tot het recht tot de expliciete verantwoordelijkheid van de minister voor Rechtsbescherming behoren. Hij heeft een aantal van de kantoren benaderd voor een gesprek. ‘Ondanks het feit dat de minister een stelselverantwoordelijkheid heeft, is het goed om te inventariseren wat er aan flankerende steun aan de sociale advocatuur mogelijk is en welke rol grote kantoren daarin kunnen spelen. Door de aanhoudende bezuinigingen staat de sociale advocatuur er slecht voor. Daardoor is bijvoorbeeld het volgen van cursussen een gevoelige kostenpost geworden.’

Rijlaarsdam is blij dat de grote kantoren welwillend op zijn uitnodiging reageren. ‘Ook ben ik in contact met de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN) om te bekijken wat de mogelijkheden, toegevoegde waarde en wensen zijn. Het is belangrijk om het aanbod vanuit de grote kantoren goed op de vraag vanuit de sociale advocatuur te laten aansluiten.’ Volgens Rijlaarsdam heeft de minister een verkeerd beeld van het veld. ‘Hij weet niet goed wat er speelt. Niet binnen de sociale advocatuur en evenmin binnen grote kantoren.’

Andringa van HVG Law vindt dat er eerst een duidelijke analyse moet komen. Laat de minister eerst eens concreet definiëren wat het probleem is. ‘Wat is de behoefte, welke groep komt in het gedrang en hoe kunnen kantoren hierop instappen zonder dat de sociale advocatuur het brood uit de mond wordt gestoten?’

‘Financieel infuus helpt niet’

‘Sociaal advocaten begeven zich in bepaalde rechtsgebieden en zitten in de wijk waar de rechtzoekende zit,’ zegt Hein Vogel, voorzitter van de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN). ‘Ze kennen de sociale kaart goed en kunnen verwijzen naar bijvoorbeeld de zorg of schuldhulpverlening. Grote kantoren kunnen dat niet en willen dat niet.’

Volgens Vogel helpt het de sociale advocatuur niet als grote kantoren meer op toevoeging gaan werken. Ook een financieel infuus helpt niet. ‘Dat klinkt leuk, maar werkt maar even of helemaal niet. Dat lijkt me niet de bedoeling.’

Vogel denkt dat grote kantoren wel kunnen ondersteunen op het gebied van kennisdeling, bijvoorbeeld door het faciliteren van bibliotheken. Ook wijst Vogel op de samenwerking tussen zijn kantoor Meesters aan de Maas en Houthoff in het kader van de beroepsopleiding. ‘Dat is een win-winsituatie voor beide kantoren. Het is een concreet voorbeeld waar we mee bezig zijn en waar we Dekker niet voor nodig hebben.’

Een andere helpende hand betreft het opleiden van stagiaires bij sociale kantoren. ‘Dat is momenteel lastig, omdat de kosten hoog zijn en de vooruitzichten slecht. Misschien kunnen grote kantoren daarin helpen met bijvoorbeeld een voorschot.’

Volgens Vogel is het belangrijk dat de sociale advocatuur zelf plannen maakt. ‘We moeten nog duidelijker maken waar de sociale advocatuur voor staat. Zichtbaar maken dat wij echt voor de rechtzoekende staan. Als je dat weghaalt, wordt het rechtshulp op afstand via een computerscherm.’

Gefinancierde rechtsbijstand
F3I2124-kleiner

Francisca Mebius

Redacteur

Profiel-pagina
Advertentie