In 2010 werd mr. Z van het tableau geschrapt. Mr. X bleef op dezelfde manier optreden; mr. Z bleef betrokken als juridisch adviseur. Een jaar later deed mr. X een halfslachtige poging om van de zaak af te komen, omdat het blijkbaar niet lekker liep. Maar pas in 2014 droeg ze de zaak daadwerkelijk over aan een andere advocaat.

Toen de uiteindelijke uitkomst van de zaak de cliënt niet beviel, kwam het tot een tuchtzaak. Daarin verweet de cliënt mr. X onder andere dat ze als ‘stroman’ was opgetreden voor een geschorste advocaat en dat ze daarover niet duidelijk had gecommuniceerd.

De raad van discipline Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat mr. X tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, ook al zal ze met goede bedoelingen zijn begonnen. Ze had ter zitting ook toegegeven het principieel onjuiste van de constructie in te zien. Die constructie leidde ertoe dat de cliënt geen advocaat had die haar belangen volledig behartigde en die zij kon aanspreken voor eventuele fouten. Mr. X had óf de zaak volledig moeten overnemen óf de zaak moeten teruggeven aan mr. Z. Ook was het het verwijtbaar dat ze de cliënt de constructie niet had uitgelegd en bevestigd. Mr. X kreeg een waarschuwing.

Waarom was de klacht eigenlijk ontvankelijk? Het ‘procuraat’ van mr. X speelde zich af van 2010 tot april 2014, en klaagster diende pas op 10 maart 2018. Is dat niet te laat als je kijkt naar artikel 46g Advocatenwet? Nee, oordeelde de raad, want de cliënte had pas in maart 2015 een mail gestuurd waaruit bleek dat ze in volle omvang bekend was met de gevolgen van het handelen van mr. X. Daarom was de driejaarstermijn toen pas gaan lopen. Enkele andere klachten van de cliënt gingen wel de mist in omdat ze te laat waren ingediend.

Appel staat nog open.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie