In het donderdag 25 april verschenen rapport pleit kinderombudsvrouw Kalverboer voor een forse afname van het aantal minderjarigen dat door de politie in een cel wordt gezet. Deze oproep werd eerder gedaan in rapportages van haar voorganger. De basis voor deze hernieuwde oproep is een klacht van twee jongens van 16 en 17 die na een kleine vernieling ’s nachts worden opgesloten in een cel. Daar zitten ze tussen volwassenen gedetineerden, zonder contact met hun ongeruste ouders en zonder advocaat. Pas anderhalf jaar later worden de jongens opgeroepen door het Openbaar Ministerie.

Behandeld als volwassene

‘Dit soort zaken komt nog te vaak voor’, stelt advocaat Steenbrink in een reactie op het rapport. ‘Afgelopen paasweekend nog moest in Arnhem een alleenstaande minderjarige asielzoeker na een klein vergrijp ’s nachts de cel in. Hij werd behandeld als een volwassene: ze zeiden ‘mijnheer’ tegen hem en vroegen of hij kinderen had. Maar hij is zelf nog een kind. Ik moest veel moeite doen om te voorkomen dat hij nog een nacht moest blijven.’ Steenbrink maakt zo’n twee keer per maand mee dat een minderjarige verdachte de politiecel ingaat.

Kalverboer doet in haar rapport een reeks aanbevelingen om de omstandigheden te verbeteren voor kinderen die terecht komen op het politiebureau. Uitgangspunt moet zijn dat minderjarigen alleen in ‘het uiterste geval’ worden opgesloten. Dit staat expliciet in het internationale Kinderrechtenverdrag. Het principe ‘Nee, tenzij’ zou moeten gelden, waarbij politie uitleg moet geven als ze daar van af wijkt. ‘Een goede zaak’, vindt Steenbrink, ‘Er treedt wel verbetering op sinds eerdere kritiek. Maar het hangt nog te veel af van welke individuele agent of jeugdofficier je treft. Het is nog niet ingebakken in de organisatie.’

Belabberde vergoeding

Ook de hulp van advocaten aan deze groep minderjarige verdachten kan beter volgens de kinderombudsvrouw. De beschikbaarheid van advocaten is niet altijd optimaal, met name in de avonduren. ‘Het zou ideaal zijn als wij standaard ook na acht uur bijstand kunnen verlenen aan deze kinderen’, stelt Steenbrink. ‘Maar dat is helaas nadrukkelijk een financiële kwestie. De vergoeding in dit soort zaken is namelijk belabberd. Ik ken veel jeugdadvocaten die serieus overwegen te stoppen, omdat het niet te doen is. Dat geldt ook voor mijzelf. In dat licht is een verzoek om extra uren beschikbaarheid niet realistisch.’

Een aanbeveling over de rol van advocaten die Steenbrink onderschrijft, is het voorstel van de kinderombudsvrouw om de gratis bijstand van een raadsman ook toe te kennen als een kind vrij wordt gelaten. En zich daarna weer moet melden voor verhoor. Volgens de huidige regels vervalt deze gefinancierde rechtsbijstand in zo’n situatie. ‘Dat wringt’, zegt Steenbrink. ‘Ook kinderen die naar huis mogen hebben behoefte aan een advocaat. Gelukkig is het al vaker mogelijk om de inverzekeringstelling niet op het bureau maar thuis door te brengen. Dan blijft het recht op juridische bijstand vaak bestaan.’

Hufter proof tv

Een belangrijk voorstel in het rapport volgens Steenbrink is het ‘kindvriendelijker’ maken van de politiecel. ‘Daar valt nog veel in te winnen. Er wordt soms wel een poging gedaan, maar ze komen vaak niet verder dan een vage muurschildering en een paar Donald Duck’s uit 1980. Dat kan echt beter. Gebruik bijvoorbeeld kleurig meubilair, zet er een hufter proof televisie neer, tekenmaterialen en boeken. Dat geeft een hele andere sfeer voor een kind.’

foto-Stijn-Dunk

Stijn Dunk

Redacteur Advocatenblad

Profiel-pagina
Advertentie