Waarde collega’s,’ begon Selçuk Kozağaçlı op 16 oktober 2016 zijn toespraak voor de orde van advocaten van Ankara. ‘Laten we het over belangrijke dingen hebben. Weet u dat gevangenen in Ankara en door het hele land – rechters, aanklagers, militairen, politiemensen en zelfs gewone burgers die aan de Gülenbeweging worden gelinkt – ­systematisch worden gemarteld? Tot nu toe brachten ze ons weinig goeds, ik heb zelfs een lijst van mensen die mij persoonlijk problemen hebben bezorgd. Maar hoe zit het met hún vrienden? Waarom houden jullie je mond?! Zij die samen met hen baden: jullie vrienden worden nu in de gevangenis verkracht, op politiebureaus worden hun nagels uit­getrokken. Ik heb mensen gezien die een darmoperatie hebben moeten ondergaan omdat er op politiebureaus en gevangenissen voorwerpen in hun anus waren gebracht.’

Het getuigde, op dat moment, van grote moed om aandacht te vragen voor het lot van de Gülenisten, op wie een ware heksenjacht was geopend omdat president Erdoğan hen verantwoordelijk hield voor de mislukte coup in de zomer van 2016. Iedereen die het voor ze opnam, kon ervan uitgaan ook zelf in de problemen te komen.

Hongerstaking

Een jaar later gebeurde dat ook. Onderweg naar een vergadering met andere dekens werd Kozağaçlı door politiemannen in een busje geduwd en afgevoerd. In de week erop werden nog eens negentien advocaten van het sociaal kantoor waar hij werkte, gearresteerd. Het kantoor zou een onderafdeling zijn van de op marxistisch-leninistische leest geschoeide Revolutionaire Volksbevrijdingspartij (DHKP-C) die te boek staat als een terroristische organisatie. Voor hetzelfde feit was hij in 2013 ook al aangeklaagd, samen met veertien andere advocaten van de Vereniging van Progressieve Advocaten (ÇHD) waar ­Kozağaçlı voorzitter van is. De ÇHD werd in de nasleep van de mislukte coup verboden, maar de zaak loopt nog.

In de tweede zaak opereerden de rechters voortvarender: na een jaar eenzame opsluiting – waarin zijn vader ziek werd; hij mocht hem niet opzoeken, maar wel, geboeid, de begrafenis bijwonen – werd begin september 2018 een zitting gepland, die Kozağaçlı en zijn medeverdachten aanvankelijk alleen via een videoverbinding zouden mogen bijwonen. Kozağaçlı protesteerde daartegen door in hongerstaking te gaan, waarop de rechters overstag gingen.

Maar eerst was er nog een zitting in de eerste zaak. ‘Tijdens die zitting in Istanbul was hij sterk vermagerd, hij kon met moeite op één been staan,’ vertelt de Utrechtse advocaat Dundar Gürses, die de zaak sinds 2014 als proceswaarnemer volgt. ‘Toch voerde hij uitgebreid het woord. Hij vertelde de voorzitter dat hij achterliep, en dat hij in de andere zaak zou worden veroordeeld: volgende week is er zitting en dan gaan ze ons straffen opleggen. Wat gaat u dan met deze zaak doen?’ Kozağaçlı kreeg gelijk, al duurde het nog een halfjaar: op 20 maart werd hij veroordeeld tot elf jaar en drie maanden cel.

Onverschrokken

Door zijn onverschrokkenheid geniet Kozağaçlı respect van alle Turkse advocaten, zegt Gürses. ‘Ongeacht of het een politieke zaak is. Hij maakt ook geen onderscheid tussen politieke kleur.’

Die eigenschap bepaalde ook de keuze van de jury van de L4L Award, vertelt jurylid Egbert Myjer. Voor de oud-rechter bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens representeert Kozağaçlı ook alle andere Turkse advocaten die worden vervolgd, simpelweg omdat ze hun werk doen. ‘In een land dat gebukt gaat onder een staatsgreep vraagt hij consequent aandacht voor de Rule of Law, om dingen te blijven doen zoals het hoort, en daarom krijgt hij straf. Maar toch gaat hij door. ‘

Kozağaçlı werd voorgedragen voor de L4L-Award door de European Democratic Lawyers (EDL) waarvan hij ook lid is.

tat1

Tatiana Scheltema

Freelance journalist

Profiel-pagina
Advertentie