Rvdb onderzocht net als in 2011 en 2014 een aantal ­financiële graadmeters van een groep middel­grote advocatenkantoren. Dit jaar namen 42 kantoren deel, ­waarvan twee derde tien tot dertig advocaten in dienst heeft. Daarmee geven de onderzoeksresul­taten een serieuze indicatie van de ontwikkelingen binnen het middensegment in de advocatuur. ’Dit keer deden er meer kantoren mee die zich vergaand hebben gespecialiseerd in een niche, zoals bijvoorbeeld ICT, arbeidsrecht of intellectueel eigendom,’ vertelt Rvdb-adviseur Maarten de Haas.

Specialisatie loont

Er blijkt een duidelijk verschil in inkomensgroei tussen deze nichekantoren en advocaten­kantoren die zich breder oriën­teren. ‘De gemiddelde inkomensgroei van 8 procent sinds 2014 komt volledig op het conto van de sterk gespecialiseerde kantoren,’ aldus De Haas. ’Wanneer je deze ­nichekantoren niet meetelt, is er zelfs een lichte daling in inkomen.’ Het verschil tussen beide groepen is volgens De Haas goed te verklaren: ‘Voor meer specialistisch werk kun je hogere tarieven vragen en eerder uren declareren. Ook is je focus groter zodat je kosten lager zijn en je productie hoger.’ Aan de andere kant levert standaardwerk zoals het opstellen van een contract minder op. Ook is er in die markt meer concurrentie: ‘Dat doen ­cliënten zelf of ze vinden een goedkopere ­aan­bieder.’

Knipselinkomen1

Tweedeling

De Haas constateert dat er binnen het middensegment een groeiende tweedeling ontstaat tussen de meer en minder gespecialiseerde advocaten­kantoren. ‘De niche­kantoren slagen erin de bovenkant van de markt te pakken terwijl de bredere kantoren vaker in de gevaren­zone komen.’ Op termijn wordt zo het voortbestaan van bepaalde kantoren bedreigd, stelt De Haas. ‘Sommigen halen nauwelijks een partnerinkomen van een ton. Terwijl je minstens 150.000 euro nodig hebt om jong talent aan je te binden. Een aantrekkelijk winstdeel is heel belangrijk om goede advocaten aan je te binden.’

De oplossing ligt volgens De Haas in meer specialisatie en ­scherpere keuzes maken. ‘Een kantoor kan nauwelijks succesvol tegelijk ­acteren in bijvoorbeeld arbeidsrecht, huur­­recht en familierecht. Je moet radicaler durven kiezen.’ Die keuze voor specialisatie moet ook snel gemaakt worden. ‘Natuurlijk kan het niet allemaal morgen veranderen, je hebt ook niet meteen voor iedereen werk. Maar het moet ook niet te geleidelijk gaan, anders ben je te laat.’ Een ­andere waarborg voor betere resul­taten is de ­aanwezigheid van voldoende ondernemende partners. ‘Advocaten zijn van nature risico­mijdend. Terwijl je als kantoor risico moet durven nemen wil je succesvol zijn.’

Meer uitersten

Het gemiddelde partnerinkomen onder de 42 onderzochte kantoren steeg sinds 2014 van 247.000 naar 267.000 euro. Een partnerinkomen tussen de 200.000 en 250.000 euro komt net als in 2014 het meest voor: bij 24 procent van de onderzochte kantoren. Een gedeelde tweede plek met 19 procent ingenomen door de laagste en hoogste inkomens­categorie: kantoren met een partner­inkomen van meer dan 4 ton of juist tussen de 100.000 en 150.000 euro. ‘Ook hier zie je terug dat de uitersten in inkomen groter worden,’ aldus De Haas.

foto-Stijn-Dunk

Stijn Dunk

Redacteur Advocatenblad

Profiel-pagina
Advertentie