De ’60b-maatregel’ https://wetten.overheid.nl/BWBR0002093/2019-01-01#Paragraaf4b_Artikel60b is niet bedoeld als terechtwijzing, maar moet een praktische oplossing bieden als een advocaat tijdelijk of blijvend niet in staat blijkt zijn praktijk behoorlijk uit te oefenen. Het kan gaan om een schorsing en/of een andere ‘voorziening’, maar meestal betreft het een schorsing, met onmiddellijke ingang en voor onbepaalde tijd. Daarvan kun je te allen tijde opheffing vragen. In 2018 legden de raden vier keer een dergelijke maatregel op.

Een daarvan betrof mr. X, zijn schorsing ging in op 10 december 2018. Op 22 februari 2019 hief de Haagse raad van discipline de schorsing alweer op, maar die beslissing werd pas op 28 mei gepubliceerd.

Slechts ruim twee maanden was mr. X dus geschorst. Opvallend kort, als je leest wat hij zoal te organiseren had. Hij startte mediation met zijn ‘aanstaande ex’, met wie hij ook samenwerkte. Hij bracht de financiële administratie op orde, zocht hulp voor zijn verslaving en vond een waarnemer. Op 4 februari zat hij samen met de aanstaande ex bij de Rotterdamse deken, met de bewijsstukken waar de deken om had gevraagd.

Blijkbaar was hij behoorlijk overtuigend, want de deken besloot zich niet tegen het verzoek tot opheffing te verzetten. Wel achtte hij het ‘wenselijk’ dat mr. X hem op de hoogte zou houden van onder andere de voortgang van zijn strafzaak. Mr. X dient zich netjes te houden aan voorschriften van de reclassering en aan eventuele aanwijzingen van behandelaars in het kader van de verslavingszorg.

De raad ging af op de deken en op de toezegging van mr. X dat hij zich aan de voorwaarden van de deken zou houden. De schorsing werd met onmiddellijke ingang opgeheven – wellicht de kortste 60b-schorsing die er tot nu toe is geweest.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie