Mr. X kreeg onenigheid met zijn cliënt over al betaalde declaraties. De cliënt wilde een deel van het geld terug, omdat hij vond dat mr. X hem had misleid over de mogelijkheid van het aanvragen van een toevoeging. De cliënt schreef dat hij alle gesprekken had opgenomen en die als bewijs zou gaan gebruiken. Hij voegde er nog even aan toe dat mr. X op die opnamen ook de mogelijkheid van contante betaling zonder btw had genoemd.

Mr. X was niet van zins iets terug te betalen en reageerde aanvankelijk met iets als ‘kom maar op met die opnamen’. Toen het tot een klacht kwam, verzocht hij de cliënt zelfs dringend de opnamen plus transcripties aan de deken te geven.

Maar toen hij voor de tuchtrechter stond, keek hij er anders tegenaan. Vertrouwelijke gesprekken opnemen zonder toestemming: dat is onrechtmatig, aldus mr. X tijdens de zitting. De tuchtrechter moest die gesprekken buiten beschouwing laten. Volgens hem moest de raad, die de gesprekken al kende uit het dossier, vrijwillig terugtreden. Er moest een nieuw dossier komen, zonder de opnames, en daar zou een andere raad over moeten oordelen.

De raad schorste de zitting voor beraad, maar niet met het door mr. X gewenste resultaat. De raad vond dat mr. X te laat was gekomen met zijn argument; de behandeling kon dus doorgaan. Wel beloofde de voorzitter dat de raad zich in de eindbeslissing zou buigen over de vraag of de opnames rechtmatig waren en mochten meewegen bij de beoordeling. Mr. X en zijn gemachtigde verlieten daarop de zitting, volgens hen was voortzetting in strijd met de goede procesorde.

In de uitspraak besliste de raad van discipline Arnhem-Leeuwarden dat de opnames toelaatbaar waren. Strafrechtelijk gezien mag je een gesprek waaraan je zelf deelneemt stiekem opnemen (artikel 139a Wetboek van Strafrecht). De cliënt mocht die opnames dus gebruiken om de klacht te onderbouwen.

Daar komt bij dat er geen algemene regel bestaat dat een (tucht)rechter onrechtmatig verkregen bewijs buiten beschouwing moet laten. Het algemene belang van waarheidsvinding en het belang van partijen om hun stellingen aannemelijk te maken wegen in het algemeen zwaarder dan het belang van uitsluiting van bewijs. Alleen als sprake is van bijkomende omstandigheden moet de rechter het bewijs terzijde leggen, aldus de raad. Maar daarvan was in dit geval geen sprake.

Mr. X krijgt, mede gezien zijn tuchtrechtelijk verleden, een berisping. Ondanks een opdrachtbevestiging waarin alles wel zo’n beetje werd aangestipt, had mr. X onvoldoende uitgelegd hoe het systeem  van gefinancierde rechtshulp werkt, of de cliënt daarvoor in aanmerking kon komen en onder welke financiële voorwaarden mr. X bereid was de opdracht uit te voeren. Ook had hij (nog) duidelijker moeten zeggen dat de cliënt te allen tijde naar een ander kon gaan. De raad begreep ook dat er bij de cliënt verwarring kon ontstaan omdat mr. X op de geluidsopname allerlei mogelijke wijzen van betaling had genoemd.

Beroep staat nog open.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie