De advocaat deed voor een alleenstaande moeder met vijf kinderen in de bijstand twee, met elkaar verbonden zaken. Enerzijds een bezwaarprocedure tegen een beschikking van de Belastingdienst om diverse toeslagen stop te zetten en terug te vorderen. Anderzijds een scheiding van tafel en bed, om zo de bezwaren van de Belastingdienst weg te nemen. Voor beide procedures vroeg de advocaat een toevoeging aan bij de Raad voor de rechtsbijstand. In diverse mailtjes liet hij zijn cliënt weten dat hij inschatte dat deze aanvragen gehonoreerd zouden worden.

Dat lukte wel voor de scheidingsprocedure, maar niet voor de belastingzaak. Daarvoor presenteerde de advocaat zijn cliënt vervolgens een gepeperde rekening van bijna 6000 euro. Toen die niet meteen betaald werd, stuurde hij klaagster een reeks mailtjes om betaling af te dwingen. Als drukmiddel voegde hij rechterlijke uitspraken bij van betalingsprocedures die hij eerder voerde tegen cliënten. Ook zette de advocaat de scheidingsprocedure stop, totdat alle rekeningen betaald waren. ‘Kleinerend en intimiderend’, oordeelt de Raad.

Drie briefjes

Verder acht de Raad de declaratie van een kleine zes mille ‘excessief’. De stelling van klaagster dat het slechts ging om drie briefjes aan de Belastingdienst, is niet weerlegd. Ook had de advocaat haar beter moeten voorlichten over de diverse mogelijke afwijzingsgronden voor een toevoeging. Nu was de cliënt alleen gewezen op de inkomenscriteria, terwijl de toevoeging werd afgewezen met het argument dat in de belastingkwestie hulp van een advocaat niet per se noodzakelijk was.

Reden voor vier weken schorsing, vindt de Raad van Discipline. De advocaat was al eerder geschrapt van het tableau, dus alleen na een eventuele terugkeer in het beroep wordt de schorsing daadwerkelijk ten uitvoer gebracht.

foto-Stijn-Dunk

Stijn Dunk

Redacteur Advocatenblad

Profiel-pagina
Advertentie