Een simpele kop-staartbotsing uit 1999. In de voorste auto zit een boerenfamilie. De boerin breekt een nekwervel, de boer heeft whiplash. Het handwerk op hun biologisch dynamische boerderij wordt na het ongeluk te zwaar. Ze investeren in landbouwmachines en diversificatie, maar dat blijkt geen succes. Door de trage afwikkeling van zijn claim en oplopende ­geldzorgen wordt de boer uiteindelijk zelfs opgenomen in een psychiatrische inrichting.

De boer en zijn bedrijf redden het, maar dan duurt het nog ruim tien haar voor het Hof Arnhem in december 2018 de knoop doorhakt. De boer krijgt zijn schade vergoed en de verzekeraar moet 10.000 euro extra smartengeld betalen vanwege de stroperige afwikkeling die bijna twintig jaar in beslag nam.

John-Roth-2-Kleur-s-
John Roth

De zaak is extreem maar niet uniek. Er zijn al jaren grote problemen met schadeafwikkeling. Slachtoffers zien zich geconfronteerd met onbetrouwbare belangenbehartigers, geharnaste schade-experts en jarenlang slepende dossiers. ‘Letselschade is wildwest,’ vertelt John Roth (1965) van Sap Letselschade Advocaten uit Amersfoort. ‘Slechts tien procent van de letselschadezaken wordt behandeld door advocaten. De rest wordt afgedaan door rechtsbijstandverzekeringen of letselschadebureaus. Het is een ongereguleerde markt. ­Iedereen kan zich letselschade-­expert noemen. Er zitten goede bureaus tussen, maar ook beunhazen.’

Met zijn kantoor klaagde Roth als eerste in Nederland (in 2008) de tabaksindustrie aan. Hij kwam op voor slachtoffers van de ramp met de Costa Concordia, de Schipholbrand, de Enschedese vuurwerkramp, de MH17 en talloze andere bekende zaken. ‘Het is een breed scala aan rampen, verkeersongelukken, bedrijfsongevallen, beroepsziekten of medische fouten,’ vertelt Roth, naast advocaat ook hoofdredacteur van het vakblad Letsel & Schade.

‘De sector is vanaf de jaren negentig sterk gegroeid,’ signaleert hij. ‘Dat had te maken met het feit dat mensen mondiger zijn geworden, kritischer. Veel mensen hebben tegenwoordig een rechtsbijstandverzekering, dus de drempel naar juridisch advies is lager. En de sociale zekerheid is verslechterd: eigen bijdragen in de zorg, steeds meer zzp’ers die niet verzekerd zijn tegen uitval. Dus je komt bij pech sneller financieel in de problemen. Maar de groei van het aantal zaken is er al jaren uit.’

Dat leidt tot scherpere concurrentie tussen de advocatuur en de andere spelers op de markt. Ongeveer veertig procent wordt afgedaan door rechtsbijstandverzekeringen. Die hebben geen budget om veel tijd in een zaak te steken en besteden het dossier soms weer uit aan slecht betaalde freelancers, zo onthulde het tv-programma Radar onlangs. De rest wordt gedaan door speciale letselschadebureaus.

Al jaren probeert de sector zichzelf te reguleren en cowboys buiten te sluiten met keurmerken en codes. Zo is er een Letselschaderaad met een (niet verplicht) Letselschade­register, en daarnaast zijn er diverse andere instituten en certificaten. De belangen van letselschadebehandelaars zijn deels gelijk aan die van de verzekeraars: betrouwbaarheid, snelle afwikkeling, geen onnodige proceskosten. Maar als het gaat om de hoogte van het uiteindelijke schadebedrag staan de partijen natuurlijk juist tegenover elkaar. Verzekeraars trekken no cure, no pay-letselschade­bureaus voor, want die schikken simpele zaken voor een te lage schadeuitkering, zo is het verwijt vanuit de balie: terwijl de zwaardere dossiers van letselschadeadvocaten door diezelfde verzekeraars jaren getraineerd worden.

Perverse prikkel

Hun grootste steen des aanstoots is de zogenaamde PIV-staffel, een door verzekeraars bedachte prijsafspraak. Veel rechtsbijstandverzekeringen en letselschadebureaus werken sinds 2005 met die onkostentabel, opgesteld door het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV). De tabel bepaalt de buitengerechtelijke kosten die een schadebehandelaar aan de aansprakelijke verzekeraar mag factureren. Hoe hoger het schadebedrag, hoe hoger ook de buitengerechtelijke kosten.

Maar bij lage schadebedragen is de kostenvergoeding relatief hoger. De regeling geeft daarmee een perverse prikkel om zaken af te raffelen, vindt Tim Bueters (1977), voorzitter van de vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade (ASP). ‘Onze leden mogen er niet mee werken. Wij beschouwen de PIV-staffel als een verboden ­prijsafspraak ten koste van slachtoffers.’

Volgens Bueters, werkzaam bij Rex Advocaten uit Wijchen, pakt de regeling negatief uit. ‘Letselschadebureaus willen zo snel mogelijk dossiers afhandelen, omzet draaien zonder aandacht voor kwaliteit,’ vertelt hij. ‘Terwijl het om mensenlevens gaat. Er zijn gedupeerden die een handtekening zetten onder tienduizend euro en er later achter komen dat de schade een veelvoud daarvan wordt, omdat ze nooit meer kunnen werken.’

‘De foute bureaus hebben weinig aandacht voor het slachtoffer en staan te dicht bij de verzekeraars,’ beaamt Roth. ‘Soms komen de slachtoffers daar bijtijds achter en stappen ze alsnog naar een advocaat. We krijgen hier dan rudimentaire dossiers aangeleverd. Wij doen veel whiplashzaken, die lastig en langdurig zijn. Laatst bood de verzekeraar 2.000 euro, omdat zijn medisch adviseur de klachten als tijdelijk afdeed. Na onderzoeken door andere deskundigen werd het bod al 20.000 euro. Toen ik dreigde met dagvaarding, gingen ze omhoog naar 75.000 en uiteindelijk hebben ze twee ton betaald. Honderd keer zoveel. Zo gaat dat soms.’

Ook slachtoffers die aangesloten zijn bij een rechtsbijstandverzekering, kunnen niet rekenen op de juiste juridische hulp, zo is de ervaring van Bueters. ‘Bij rechtsbijstandverzekeraars worden medewerkers aan het eind van het jaar afgerekend op hoeveel dossier ze behandeld hebben,’ vertelt hij. ‘De target is tweeduizend dossiers, de kwaliteit van de dienstverlening doet er niet toe. Het slachtoffer moet zelf maar een lijstje maken met schadeposten. Wij gaan bij de mensen langs en kijken wat de werkelijke schade is. Dan zie ik daar een hond rondlopen. Wie laat die uit? Wie brengt de kinderen naar school? Dat valt allemaal onder schade. Mensen weten zelf niet wat ze kunnen vorderen.’

Daarbij komt dat verzekeraars en soms zelfs rechters met de PIV-tabel in de hand kritischer kijken naar de kosten van advocaten die niet met de PIV-regeling werken, zo is zijn ervaring. De staffel stelt een norm, de advocaat moet motiveren waarom hij in een bepaalde zaak meer uren nodig had. ‘En dat terwijl verzekeraars zelf ook wel eens verzuchten dat ze nooit aan de PIV hadden moeten beginnen,’ zegt Bueters. ‘Er is een hele markt ontstaan voor kleine schades tot 5.000 euro. Er zijn bureaus waar mbo-studenten dat soort zaken afwikkelen en daar via de staffel een substantiële vergoeding voor ­krijgen.’

Klacht

Daarom diende de ASP in oktober een klacht in bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM). ‘Ik weet niet hoe serieus ze onze klacht nemen,’ zegt Bueters. ‘Ze hebben wel veel vragen gesteld en die hebben we netjes beantwoord.’

De ACM wees het handhavingsverzoek van de ASP niettemin af. Op 21 mei liet de waakhond weten dat het teveel tijd vergt om de klacht te onderzoeken. De ACM geeft voorrang aan andere onderzoeken, aldus de bekendmaking.

Om sterker te staan in de concurrentie tegen no cure, no pay-bureaus mogen letselschadeadvocaten van de Nederlandse orde van advocaten sinds vijf jaar ook met een variant van no cure, no pay werken: de Resultaatsafhankelijk Urenbasis Beloning (RUB): onder strenge voorwaarden mogen letselschadeadvocaten met hun cliënt afspreken dat deze zelf niets hoeft te betalen. Wanneer de zaak gewonnen is, declareert de advocaat zijn uren tegen een hoger tarief bij de verzekeraar. De NOvA heeft het experiment in december met nog eens vijf jaar verlengd. Uit de evaluatie bleek de regeling weinig toegepast te zijn. Veel zaken lopen nog, dus het is te vroeg voor een eindoordeel.

‘Wij hebben hier ook nog lopende RUB-procedures,’ zegt Roth. ‘Maar onze ervaring is wel positief. We doen het vooral in zaken waarvan we zien dat er ooit wel iets uit komt. Normaal haakt de cliënt op een zeker moment af, maar nu kunnen we gewoon doorzetten. We willen er graag mee verder.’

Rogier-Witlox
Rogier Witlox

Roth vindt het goed dat er een kosteloos alternatief is voor dubieuze bureaus die zich via internet aan slachtoffers opdringen met gratis rechtshulp. Een omstreden voorbeeld is Mister Claim van de oud-advocaat Rogier Witlox uit Vught, die zich al in 2001 liet uitschrijven bij de balie om met NCNP te kunnen werken. ‘Ik heb er nooit spijt van gehad,’ zegt Witlox. ‘Er is een enorme behoefte aan gratis hoogwaardige juridische hulp.’ Hij verbaast zich over de terughoudendheid van de advocatuur. ‘Alle letselschadeadvocaten in Nederland hebben in vijf jaar maar 56 no cure, no pay-zaken gedaan, blijkt uit die evaluatie,’ zegt hij. ‘Zoveel doe ik in mijn eentje ieder jaar. Ze durven het gewoon niet aan.’’

Dubbel vangen

Werkt de advocatuur met een hoger RUB-uurtarief, Witlox hanteert een andere variant van NCNP. Bij winst kan hij zijn uren declareren bij de verliezende partij, maar hij bedingt van zijn cliënten ook nog een omstreden succes fee. Zij moeten bij winst een percentage van bijvoorbeeld 25 van hun schadevergoeding aan hem afdragen. Verwerpelijk, vindt Roth. ‘Met het Letselschaderegister probeert de Letselschaderaad deze praktijk uit te bannen,’ vertelt Roth. ‘Maar het gebeurt helaas nog steeds. De schadebehandelaar krijgt dubbel betaald en de cliënt heeft dat vaak niet door.’

Witlox vindt de kritiek onterecht. ‘Je kunt het dubbel vangen noemen, maar het is de keuze van het slachtoffer om die afspraak te maken,’ reageert hij. ‘Er zijn ook zaken die ik niet win en waar ik dus niets aan verdien en tien, twintigduizend euro aan tijd in heb zitten. Die compenseer ik met de succes fee. Ik vind daar moreel niets verwerpelijks aan.’ Toch moet hij zijn eigen cliënten af en toe voor de rechter slepen om nakoming van de fee af te dwingen en verliest hij die zaken soms. ‘De rechtbank kiest dan voor de zwakkere partij,’ zegt Witlox. ‘Er wordt van alles van stal gehaald. Dwaling, redelijkheid en billijkheid, ongewenst gevolg. Alles om maar onder het contract uit te komen.’

Uit eigenbelang hoopt hij dat advocaten blijven terugschrikken voor no cure, no pay. ‘Er is een enorme behoefte aan, en ik ben blij dat ik nog altijd een concurrentievoordeel heb op de advocatuur.’

‘Dankzij de RUB-regeling komen mensen wel degelijk sneller bij een advocaat terecht,’ reageert Bueters. ‘Maar in negentig procent van de gevallen staat de aansprakelijkheid vast en hoeft er geen gebruikgemaakt te worden van de RUB. Of cliënten komen in aanmerking voor financiële rechtsbijstand. Dus we kunnen de meeste slachtoffers ook zonder de RUB-regeling gratis hulp bieden. Witlox spreekt een succes fee af met de klant, terwijl hij weet dat zijn kosten al vergoed worden door de tegenpartij. Wij willen en mogen dat niet, maar zijn wel blij dat de drempel naar betrouwbare rechtshulp met het experiment verlaagd is.’

Pleisters plakken

Een andere maatregel van de afgelopen tijd werpt nog helemaal geen vruchten af: in 2006 beloofden de verzekeraars met de Gedragscode Behandeling Letselschade om dossiers sneller te gaan afhandelen. De code werd in 2012 herzien en vanaf dit jaar hebben verzekeraars zichzelf verplicht om een driejaarlijkse audit te laten uitvoeren door de Letsel­schaderaad op de naleving van hun goede voornemens.

Volgens het Verbond van Verzekeraars gaat het al best goed. Elk jaar werken verzekeraars 65.000 letselschadezaken af, 90 procent binnen twee jaar, 97 procent binnen vijf jaar. ‘De discussie gaat over de resterende drie procent,’ zegt Oscar van Elferen, woordvoerder van het Verbond van Verzekeraars. ‘Dat zijn bijna allemaal complexe zaken over medisch moeilijk ­objectiveerbaar letsel zoals whiplash.’

tim-bueters-profiel
Tim Bueters

Maar volgens advocaat Bueters van de ASP gaat het helemaal niet goed. ‘Die negentig procent zijn de kleine zaakjes,’ zegt Bueters. ‘Zodra het moeilijk wordt, duurt het zomaar tien, vijftien jaar.’ De ASP diende onlangs ook een klacht in bij het Verbond van Verzekeraars. Tweede Kamerlid Michiel van Nispen (SP) stelde Kamervragen over het trage verloop van de afwikkeling.

Half april antwoordde minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker (VVD) dat hij geen aanleiding ziet om in te grijpen, omdat er nog een onderzoek loopt naar langlopende schadezaken. Het onderzoek, in opdracht van de Letselschaderaad, wordt uitgevoerd door de Universiteit Utrecht en moet binnenkort zijn ­afgerond.

‘Een gedragscode is prachtig’, zegt Bueters. ‘Maar als je je er niet aan houdt, is er geen sanctiemogelijkheid. Een groot deel van mijn dag bestaat uit het sturen van aanmaningen, herinneringen en sommaties. Wanneer krijgen we voorschot, wanneer komt er een standpunt? Verzekeraars laten ook kosten openstaan. We hebben zelfs interne beleidsregels gezien van een van de verzekeraars. Die schrijven voor dat alleen de eerste factuur zonder discussie wordt betaald. Daarna kiest de schade-expert uit een lijst met standaardverweren. Onze leden hebben tonnen uitstaan bij de verzekeraars, duizenden uren die ze voorfinancieren, om hun slachtoffer niet de dupe te laten zijn van die discussies.’

Het Verbond van Verzekeraars pleit nu voor een normering van moeilijk objectiveerbare medische aandoeningen zoals whiplash. ‘We denken aan een vergaande oplossing voor die lastige drie procent. Geen standaardbedragen, maar rekenmodellen die rekening houden met de bijzonderheden van elk geval, maar wel snel een bedrag opleveren,’ aldus Van Elferen namens de verzekeraars: ‘We zijn in Europa zo’n beetje het enige land dat nog niet met normeringen op dit terrein werkt. We zijn nu eigenlijk pleisters aan het plakken op een systeem dat niet meer goed werkt.’

Maar volgens advocaten ligt het niet aan het systeem maar aan bezuinigingen. Verzekeraars moeten weer investeren in voldoende mensen om de dossiers af te werken. ‘De managers snijden in de personeelskosten, maar daardoor worden de schadebedragen die je moet uitkeren misschien wel hoger,’ signaleert Roth. ‘Het gaat om het evenwicht. Als beide partijen deskundig zijn, kom je op het juiste bedrag uit.’

Marco-de-Vries3

Marco de Vries

Freelance journalist

Profiel-pagina
Advertentie