Het nieuwe Wetboek van Strafvordering is nodig om de prestaties van de strafrechtketen te optimaliseren en om de slagvaardigheid van het strafrecht te verbeteren, stelt Grapperhaus. ‘Het Wetboek biedt in dat verband moderne, toegesneden opsporingsbevoegdheden voor de opsporing van ondermijnende criminaliteit. Door een betere voorbereiding van de berechting en door procedures te stroomlijnen, kunnen de doorlooptijden van de afdoening van misdrijven worden verkort. Verder is het nieuwe wetboek met een volledig techniekonafhankelijke regeling van het strafprocesrecht klaar voor de komende digitalisering van de strafrechtspleging.’

De ‘noodzakelijke’ modernisering leidt volgens de minister tot een aantal structurele effecten en tot incidentele kosten. ‘De incidentele kosten zijn uit te splitsen in de kosten van het wetgevingsprogramma en van het programma dat onderzoek doet naar de consequenties van de keten en in de kosten van de implementatie-inspanningen. De kosten van de programma’s betreffen voor het overgrote deel de kosten van medewerkers die werken aan de wetsvoorstellen, en de medewerkers die samen met praktijkorganisaties onderzoek doen naar de eenmalige en structurele consequenties. Daarnaast worden kosten gemaakt voor overleg en voorlichting van praktijkorganisaties over de modernisering.’

Commissie

De kosten van de implementatie-inspanningen zullen volgens Grapperhaus vooral bij de praktijkorganisaties binnen de strafrechtketen, zoals politie, bijzondere opsporingsdiensten, KMar, OM, Rechtspraak en advocatuur, vallen. ‘Het gaat om aanpassingen in werkprocessen en ICT-systemen als gevolg van de nieuwe onderdelen van het wetsvoorstel maar ook om wijzigingen die verband houden met de hernummering. Ook zal er sprake zijn van een forse inspanning op het gebied van opleiding van de professionals werkzaam in de strafrechtspleging.’

De minister laat weten op dit moment onvoldoende zicht te hebben op de kosten van de implementatie van het nieuwe wetboek. Er wordt op korte termijn een commissie ingesteld die, samen met de praktijkorganisaties, een voorstel doet voor de optimale implementatiestrategie. Deze commissie moet de implementatie-inspanningen volledig en geconcretiseerd in kaart brengen, inclusief de kosten daarvan.

Pas wanneer het wetsvoorstel is voorzien van specifieke dekking voor de geraamde kosten kan het ter beoordeling worden aangeboden aan de Raad van State, aldus Grapperhaus. De verwachting is dat het onderzoek van het WODC medio 2020 is afgerond.

Redactie Advocatenblad

Profiel-pagina
Advertentie