Om maar meteen met de deur in huis te vallen: heb je het idee dat het voor jou moeilijker was na je afstuderen een baan te vinden?
‘Ik ben in 2012 staats- en bestuursrechtelijk afgestudeerd aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en alhoewel ik niet het idee had dat het voor mij moeilijker was een baan te vinden, merkte ik wel dat ik tijdens sollicitatiegesprekken vragen kreeg die niet aan iedereen gesteld worden. Niet alleen in de advocatuur, maar ook daarbuiten. Na mijn afstuderen wilde ik mij breed oriënteren. Ik heb eerst stages gelopen bij twee grote advocatenkantoren, vervolgens gewerkt bij een grote rechtsbijstandverzekeraar en daarna als jurist bij de rechterlijke macht. Uiteindelijk ben ik overgestapt naar de advocatuur, want daar ligt mijn hart. De afgelopen zeven jaar heb ik diverse sollicitatiegesprekken gehad. Ik val natuurlijk op. Ik wijk af van de heersende norm, zeker in de advocatuur. Dus ja, dat lokt reacties uit. En bepaalde vragen.’

Zoals?
‘Waarom ik de keuze heb gemaakt om een hoofddoek te dragen bijvoorbeeld. En of ik alcohol drink.’

NajimaKhan-m-
Najima Khan

Vind je die vragen ongepast?
‘Vaak hebben die vragen niet zoveel te maken met de functie, dus in die zin horen ze niet thuis in een sollicitatiegesprek. Toch ervaar ik het niet als vervelend. Het is maar hoe je ermee omgaat. Ik denk altijd dat iemand die dit soort vragen stelt oprecht interesse heeft in mij. Ik voel me niet zo snel gediscrimineerd en vind het dan ook geen probleem om ze te beantwoorden.’

Ik zal de vraag ook stellen: waarom draag je een hoofddoek?
‘Dit is wie ik ben. Het is onderdeel van mijn identiteit. Ik zou ’m ook heel gemakkelijk af kunnen doen, maar dan lieg ik tegen mezelf. En tegenover mijn werkgever en de buitenwereld, want mijn hoofddoek is een onderdeel van mij.’

Stel: je kunt een droombaan krijgen, maar je werkgever vraagt je de hoofddoek af te doen. Wat doe je?
‘Als het echt wezenlijk van belang is voor mijn functie en ik sta erachter, dan doe ik dat. Sterker nog, ik heb mijn hoofddoek op verzoek afgedaan in mijn functie als jurist op de rechtbank. Niet op kantoor – daar mocht ik gewoon mezelf zijn – maar tijdens de zittingen. Ik zat als onderdeel van de rechterlijke macht aan de andere kant van de tafel, in toga, en dan moet je alle schijn van partijdigheid en van afhankelijkheid voorkomen. Ik heb respect voor het Nederlandse rechtssysteem. In het begin was het wennen, maar ik begreep dat dit van mij in die functie werd gevraagd. Als advocaat is het toegestaan om een hoofddoek te dragen, dus dan zie ik ook geen reden om die af te doen.’

Moest je die keuze uitleggen aan familie of vrienden?
‘Nee, helemaal niet. Het is mijn keuze geweest om ’m überhaupt te dragen. Ik ben in Rotterdam geboren, mijn grootouders zijn vanuit Indonesië en Pakistan hiernaartoe gekomen. Ik ben één van de weinigen in de familie die een hoofddoek draagt. Mensen denken vaak dat het van familie moet, maar ik ben hartstikke onafhankelijk en zelfstandig. Ik maak mijn eigen keuzes.’

Welke vragen krijg je nog meer tijdens sollicitatiegesprekken?
‘Alles wat te maken heeft met de islam. Dat lok ik waarschijnlijk zelf uit doordat ik een hoofddoek draag. Maar ook de vraag of ik kinderen heb. En dan zeg ik heel luid: nee! Haha.’

Serieus?
‘Ja. Of men wil weten in hoeverre ik uiting geef aan mijn geloof. Hoe ver dat gaat.’

Laten we daarin meegaan. Hoe ver gaat dat? Bid je meerdere keren per dag?
‘Mijn geloof houd ik gescheiden van mijn werk en het heeft ook geen invloed op mijn functioneren. Op kantoor bid ik niet. Weet je, ik heb wel een hoofddoek om, maar verder ben ik Hollandser dan een gemiddelde witte Nederlander. Ik ben een groot voetballiefhebber, een Oranjefan. Ik baalde echt van de verloren Nations League-finale. En als ik na een vakantie terugkom in Nederland, dan is dat zo’n warm gevoel. Een gevoel van thuiskomen.’

Zijn er weleens bedenkingen geuit door potentiële werkgevers?
‘Ik heb eens een afwijzing gekregen waarbij werd gezegd: qua brief, cv en vaardigheden voldoe je helemaal aan het gewenste profiel, maar we weten niet of je binnen onze organisatie past. We weten ook niet hoe onze cliënten gaan reageren en of dat dus effect heeft op de business. Ik werd afgewezen, puur op basis van een aanname. En dat terwijl ik juist het tegenovergestelde heb laten zien. Ik werk nu bijna twee jaar bij Adriaanse van der Weel en heb een eigen praktijk opgebouwd, met eigen cliënten. Allemaal in het hogere segment van het bedrijfsleven. Daarnaast ben ik betrokken bij meerdere internationale projecten, spreek ik regelmatig op juridische kennisbijeenkomsten en ben ik actief lid van ondernemersverenigingen. Die aanname klopt dus niet.’

Als je zo’n afwijzing krijgt, wat doet dat dan met jou?
‘Ik stel me dan de vraag of ik überhaupt bij zo’n kantoor zou willen werken. Ik vind inclusiviteit belangrijk. Iemand afwijzen op basis van een aanname of beeldvorming vind ik niet juist. Je kunt iemand immers ook een kans geven. Het kantoor waar ik nu werk, is in principe een hartstikke wit kantoor, waar ik opval met mijn verschijning, maar dat was helemaal geen issue. Ik ben daar gewoon aangenomen op basis van mijn kunnen, op basis van mijn cv. Zo kan het natuurlijk ook.’

Je huidige kantoor is hartstikke wit, zeg je. Je bent de enige moslima met een hoofddoekje. Wat voor reacties krijg je van collega’s?
‘Heel leuke! In het begin merkte ik dat sommigen nieuwsgierig waren, het misschien ook spannend vonden en daardoor de kat uit de boom keken. Ze verwachten dat ik naar hen toekom in plaats van andersom. Dat ben ik gelukkig wel gewend. Ik neem vaak zelf het initiatief door even bij iemand naar binnen te lopen. Ik vind de band met collega’s heel belangrijk en ik vind het ook niet meer dan normaal dat je als nieuwkomer zelf het initiatief neemt. Ik ben inmiddels one of the guys. Vanaf dag één heb ik vertrouwen gekregen. Ik kreeg en krijg goede begeleiding waardoor ik snel een eigen praktijk kon opbouwen. Ik krijg de ruimte mezelf te ontwikkelen. Ik werk mee aan grote zaken, die vaak op partnerniveau worden gedaan. Het is een warm bad waar ik in terecht ben gekomen. En cliënten reageren ook leuk, soms zelfs met grapjes. Dan is het slecht weer en wordt er bijvoorbeeld gezegd: mijn haar zit niet in model, daar heb jij vast geen last van. Ik vind dat leuk, kan er de humor van inzien. Het heeft zeker zo zijn voordelen, antwoord ik dan altijd lachend. Je moest eens weten hoeveel tijd het me ’s morgens bespaart! Een beetje zelfspot helpt altijd.’

En? Hoe zit het nou met die vrijdagmiddagborrel?
‘Ik drink geen alcohol, dat is een bewuste keuze. Maar ik neem aan dat er ook ‘witte’ advocaten zijn die niet drinken. Alcohol is geen must, toch? Ik ervaar het juist als een voordeel dat ik nooit iets uit hoef te leggen. Aan mijn witte vrouwelijke collega’s wordt gevraagd: ben je zwanger?’

Valt er voor de Nederlandse advocatuur winst te behalen aan beide kanten? Wat zou jij bijvoorbeeld tegen minderheidsgroepen willen zeggen met dezelfde ambitie als jij?
‘Aan de ene kant is er de advocatuur waarin een elitecultuur heerst en aan de andere kant zijn er de minderheden die naar mijn mening soms te snel een slachtofferrol aannemen. Aan mij wordt regelmatig door rechtenstudenten met een islamitische achtergrond gevraagd: hoe is het jou gelukt? Wat mij opvalt is dat minderheidsgroepen vaak niet het initiatief nemen om te solliciteren bij “witte” kantoren omdat ze er op voorhand al vanuit gaan dat ze niet worden uitgenodigd voor een gesprek, laat staan aangenomen worden. Dat is zonde. Grijp je kansen, zou ik willen zeggen. Wat uiteindelijk telt, is hoe goed je bent. Elk kantoor wil de beste mensen, daar moet je in blijven geloven. Blijf meedoen, afzonderen is doodzonde. En dat je misschien niet meteen wordt toegelaten tot die witte dominante groep, is misschien ook niet zo gek, want mensen zijn groepsdieren. We voelen ons vertrouwd, beschermd en veilig bij ons eigen soort en we geven niet zo snel toegang tot onze groep aan mensen die er anders uitzien. Dat heeft tijd nodig. En doorzettingsvermogen. Benader het met een beetje humor, daar dwing je ook respect mee af. Het is vallen en opstaan, en vooral doorgaan. In jezelf blijven geloven.’

En welke winst kunnen advocatenkantoren behalen?
‘Ondanks alle oprechte inspanningen vanuit advocatenkantoren en de Nederlandse orde van advocaten is er nog steeds sprake van een blanke balie. Diversiteit staat nog in de kinderschoenen. Ik denk dat het belangrijk is dat de advocatuur met de tijd meegaat. Dat de advocatuur een eerlijke afspiegeling wordt van de samenleving. Diversiteit moet daarbij nooit het doel op zich zijn. Zonder inclusiviteit kom je er niet. Als je heel gewichtig gaat doen over het diversiteitsbeleid van je kantoor en daarmee divers talent aantrekt, maar mensen vervolgens niet welkom laat voelen, dan zijn ze zo weer weg. Dat werkt niet. Wat ik heel mooi vind, is dat er bijvoorbeeld steeds meer aandacht wordt besteed aan de ramadan, ook door advocatenkantoren. Op die manier verdiep je je in je doelgroep, in de achtergrond van (potentiële) collega’s. Dat hebben kantoren nodig om tot een succes te komen, denk ik. Weet je, de advocatuur is natuurlijk een heel oud beroep. Van oudsher heerst een soort monocultuur. Er heerst een ideaalbeeld van dé advocaat: dat is de blanke man, met een bepaalde hogere, sociale achtergrond. Kantoren houden te veel vast aan dat beeld. Op die manier pas je je niet aan, aan de tijd waarin we leven. Ook zijn er praktische dingen waarop gelet kan worden. Bij het bestuderen en beoordelen van een cv wordt bijvoorbeeld veel waarde gehecht aan lidmaatschap van een corps of hockeyclub. Terwijl dat voor veel mensen in de minderheidsgroepen vaak niet mogelijk is, omdat hun focus vooral ligt bij werken. Of omdat ze bezig zijn met het ontwikkelen van hun vaardigheden om een achterstand weg te werken. Dat maakt hen juist extra gemotiveerd. Dat zou gewaardeerd moeten worden. Vast blijven houden aan die eeuwenoude toelatingseisen werkt mijns inziens dan ook niet.’

Heb je weleens gedacht dat je werd aangenomen juist vanwege dat diversiteitsbeleid? Om aan een bepaald quotum te voldoen?
‘Dat zou ik heel vervelend vinden. Ik wil niet worden aangenomen op basis van mijn achtergrond en verschijning, maar ook niet daarop worden afgewezen. Bij het kantoor waar ik nu werk is diversiteit totaal geen issue. Ze hebben geen driekoppige commissie die daarmee bezig is, of zo. Dat is misschien ook nog een tip voor niet-westerse sollicitanten: staar je niet blind op kantoren die schreeuwerig doen over hun diversiteitsbeleid. Kijk verder naar kantoren die dat juist niet hebben. Omdat het voor hen vanzelfsprekend is dat iedereen gelijk is.’

Nathalie de Graaf

Nathalie de Graaf

Freelance journalist

Profiel-pagina
Advertentie