‘Alles afwegend acht het hof voor verweerder geen plaats in de advocatuur. Een schrapping is dan de enige juiste maatregel,’ concludeert het Hof van Discipline.

Het hof verwijst hiermee naar het misbruik van toevoegingsgelden, gemaakte beroepsfouten en vervolgens onvoldoende nazorg, gebrekkige kantoororganisatie en onvolledige dossiers.

De praktijk van de Haagse advocaat liet hij grotendeels over aan juridisch medewerkers, met de opdrachtbevestigingen was van alles mis, en er zijn diverse toevoegingen verstrekt waarin geen werkzaamheden zijn verricht, constateerde de Raad van Discipline eerder.

Kenmerkend voor de houding van deze advocaat is dat hij voormalige, klagende cliënten heeft lastig gevallen door ze onder druk te zetten, te intimideren en in rechte te betrekken in civiele en tuchtprocedures. ‘Dat heeft niet alleen grote impact gehad op klagers zelf, maar ook op hun gezinnen,’ oordeelt het hof.

Ook tegen de president van de rechtbank die een signaal bij de deken heeft afgegeven over de praktijkuitoefening van verweerder, verschillende dekens en leden van het Hof van Discipline diende de voormalige Haagse advocaat tevergeefs klachten in.

Redactie Advocatenblad

Profiel-pagina
Advertentie